Door de coronapandemie zijn de overheden alomtegenwoordig: ze leggen regels op en nemen maatregelen om de economie en de maatschappij te stutten. Daar komt, terecht in crisistijd, weinig kritiek op. Maar wat daarna? Zal de overheid dan weer meer naar de achtergrond verdwijnen en de tering naar de nering zetten? Het overheidsbeslag, het deel van het bruto binnenlands product (bbp) dat naar overheidsuitgaven gaat, is door de coronacrisis tot ver boven 50 procent gestegen. Niet iedereen lijkt ervan overtuigd dat dat op lange termijn onhoudbaar is.
...

Door de coronapandemie zijn de overheden alomtegenwoordig: ze leggen regels op en nemen maatregelen om de economie en de maatschappij te stutten. Daar komt, terecht in crisistijd, weinig kritiek op. Maar wat daarna? Zal de overheid dan weer meer naar de achtergrond verdwijnen en de tering naar de nering zetten? Het overheidsbeslag, het deel van het bruto binnenlands product (bbp) dat naar overheidsuitgaven gaat, is door de coronacrisis tot ver boven 50 procent gestegen. Niet iedereen lijkt ervan overtuigd dat dat op lange termijn onhoudbaar is. Zo hebben de specialisten in bestuurskunde en public management Wouter Van Dooren, Bram Verschuere en Sam Voets het gehad met de kritiek op het hoge overheidsbeslag. In een artikel onder de titel ' Het overheidsbeslag is onhoudbaar. De mythe doorprikt' in het politieke tijdschrift Sampol, zowat de geprinte denktank van de socialistische beweging, stellen ze dat de toegenomen publieke uitgaven, zoals de steunmaatregelen aan bedrijven, tijdens de pandemie de private economie hebben gered en dat de overheidsinvesteringen voor de relance de economie zullen boosten. Hun conclusie luidt: "Eigenlijk is die vraag niet zo interessant wanneer we de publieke en de private sector zien als deel van hetzelfde ecosysteem: 52 procent is dan niet meer of minder houdbaar dan pakweg 35 of 65 procent." Zij staan niet alleen met dat standpunt. Professor Paul De Grauwe, ooit een overtuigd liberaal econoom, schrijft in een herwerkte versie van zijn boek De limieten van de markt dat grote schokken zoals de klimaatverandering en een pandemie enkel kunnen worden aangepakt wanneer de overheid er zich op een intense manier mee bemoeit. Staan we op een kantelpunt in het economische denken? Komt stilaan een nieuwe consensus tot stand, waarin een sterke en alomtegenwoordige overheid doodnormaal is? "Er zijn altijd mensen die van een crisis zoals deze pandemie gebruik willen maken om een paradigmashift door te voeren. Ze denken hun wereldbeeld te realiseren", zegt Ivan Van de Cloot, de hoofdeconoom van de denktank Itinera, die vorig jaar met Overheid+Markt een boek publiceerde over het spanningsveld tussen de staat en de vrijemarktwerking. "In maart pleitten radicale ecologisten bijvoorbeeld voor een gigantische shift in de maatschappij. We moesten naar een wereld met amper economische groei. Maar het gros van de bevolking wil snel terugkeren naar een normale situatie. Mensen die wat bedachtzamer zijn, krijgen minder airplay. Ondertussen beweren de voorstanders van de omvangrijke staat dat de uitgaven van de overheid als procent van het bbp niet de maatstaf zijn. Ze hebben het over het einde van het neoliberalisme en de dominantie van de vrije markt. Je kunt nochtans niet stellen dat België een neoliberaal land is, waar de overheid klein of afwezig is." Bart Van Craeynest, de hoofdeconoom van de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka, deelt dat standpunt: "Ik hoor te pas en te onpas het woord 'neoliberalisme', en dat we deze crisis moeten aanwenden om een veel sterkere overheid te krijgen. Sorry, maar daar zijn we al." Voorstanders van meer staatstussenkomst gebruikten de term 'neoliberalisme' de voorbije jaren niet alleen in hun kritiek op nationale staten die het pad van meer besparingen, minder uitgaven en meer marktwerking waren ingeslagen. Ook de Europese Unie kreeg kritiek op haar focus op concurrentie en de vrije markt. Het vrijemarktdenken komt in de verdrukking. De overheid lijkt het nieuwe bindmiddel van de Europese Unie te worden. Dat was voor de coronacrisis al het geval. Zo krijgen de nationale staten een cruciale rol in de Green Deal. Na corona wordt nog een versnelling hoger geschakeld: de lidstaten werken allemaal aan omvangrijke relanceplannen met overheidsinvesteringen als belangrijkste pijler. Daarin schuilt volgens economen al een eerste gevaar. De relance en de Green Deal kunnen, zeker voor grote lidstaten als Frankrijk en Duitsland, een alibi vormen om hun eigen bedrijven te steunen. Dat zou de vrijemarktwerking, die steunt op een gezonde concurrentie, verstoren. "Ik zou niet graag Ryanair of Easyjet zijn, en binnenkort moeten opboksen tegen molochs als Air France of Alitalia, waarvan ik weet dat de overheid er geld in stopt", zegt Peter De Keyzer, de hoofdeconoom en managing partner van het communicatiebureau Growth Inc. "De electorale druk is enorm groot om die bedrijven te steunen. Lufthansa kreeg miljarden euro's aan subsidies, het reisconcern TUI kreeg al drie keer steun van de overheid, in Frankrijk is het niet anders. In België houden we ons aan de regels. We zijn een devote gelovige in de Europese kerk, maar dat werkt ook in ons nadeel." Daarnaast wordt niet altijd het verschil gemaakt tussen extra geld voor overheidsinvesteringen en lopende uitgaven. "Dat zien we nu al", waarschuwt Van Craeynest. "Structurele uitgaven, zoals hogere lonen voor het verzorgend personeel, worden verkocht als investeringsuitgaven, terwijl die laatste productieve investeringen moeten zijn die zichzelf terugbetalen, bijvoorbeeld in infrastructuur en digitalisering." De strijd tegen het coronavirus heeft de Belgische overheden vorig jaar 17,5 miljard euro gekost, of 3,9 procent van het bbp. Onder meer door de massale vaccinatiecampagnes en de hogere inkomens voor het zorgpersoneel komt daar dit jaar nog ruim 3 miljard euro bij. Die uitgaven staan niet ter discussie. "In crisisperiodes zijn die bedragen normaal", verklaart Van Craeynest. "Daarvoor is de overheid bij wijze van spreken uitgevonden: als de private sector de crisis niet meer aankan, dan moet de staat een reddingsboei gooien. Ze heeft dat goed gedaan. Maar die tussenkomsten moeten wel tijdelijk zijn. Ik maak me er niet zoveel zorgen over dat de overheidsuitgaven stijgen naar 60 procent van het bbp, ik ben wel bezorgd over het risico dat dat over een paar jaar nog altijd 55 procent is. De structurele uitgaven blijven maar toenemen. Dat kan niet blijven duren. We hebben al de op één na hoogste belastingdruk ter wereld. Die nog verhogen is een gevaar voor de economie" (zie grafiek Belgisch overheidsbeslag bereikt recordhoogte). "In het verleden steeg het overheidsbeslag tijdens crisissen. Het bleef daarna op dat niveau", stelt De Keyzer vast. "Dan volgt een maatschappelijk debat over wat er moet gebeuren om het omlaag te krijgen. Dat blijkt dan extreem moeilijk." Van de Cloot waarschuwt voor cijferfetisjisme: "Het overheidsbeslag is maar één manier om de omvang van de overheidsinterventie te bekijken. Als je kijkt naar maatstaven van publieke werkgelegenheid of maatstaven van regulering, komt evengoed het beeld van een overheid met een zware hand naar voren. Ik heb niets tegen de overheid. Wel ben ik voor goed bestuur, en ik stel vast dat de overheid te vaak uit haar rol valt. Ze voert haar taken vaak slecht uit. Maar het debat over de kerntaken van de overheid ligt stil of wordt geneutraliseerd. Een voorbeeld: legerkazernes worden bewaakt door privéfirma's, terwijl militairen ambassades en luchthavens beschermen. Is dat normaal? Justitie en defensie zijn kerntaken. Gezondheidszorg ook. Maar er kunnen ook delen aan de privésector worden toevertrouwd. Ik hoor die discussie niet. Ook over de zin en de onzin van het subsidiebeleid verneem ik weinig." Nochtans gaat het om hoge bedragen: België geeft 3,4 procent van het bbp uit aan subsidies. In Duitsland is dat 0,8 procent, in Nederland 1,2 procent. Sinds 2004, toen het cijfer nog 1,8 procent bedroeg, was er jaarlijks een stijging van gemiddeld 6,7 procent. "Ook hier gaat het niet alleen om bedragen, maar ook om de vraag of die subsidies wel nodig zijn en geen andere marktspelers wegdrukken", stelt Van de Cloot. "Denk maar aan het intussen ingetrokken voorstel van de Brusselse minister Alain Maron (Ecolo) om de Brusselse regering landbouwgronden te laten kopen en bewerken. Dat is de taak van landbouwers."De voorbeelden zijn legio. Begin december lanceerde Jean-Paul Van Avermaet, de CEO van het overheidsbedrijf bpost, het voorstel om in de postkantoren ook voeding, snoep en kranten te verkopen. De Vlaamse overheid subsidieert al een paar jaar natuurcoaches en ontwikkelde zelfs een app om gezond eten te promoten (zie Vreemde subsidies: Vlaanderen spant de kroon). Subsidies leiden paradoxaal genoeg vaak tot extra kosten, blijkt uit onderzoek. Zo zijn er administratieve kosten om de subsidie uit te geven en op te volgen. Er is ook het risico dat private spelers hoge kosten aangaan om subsidies binnen te halen. "Lobbying om onproductieve activiteiten door de overheid te laten ondersteunen, vormt een grote verspilling voor de maatschappij", schrijft Ivan Van de Cloot in zijn boek Overheid+Markt. Los van het kerntakendebat is er nog de kwestie van de kwaliteit van de overheid. Ook dat thema komt in het debat over het stijgende overheidsbeslag nauwelijks aan bod. Uit een analyse van Voka blijkt dat de belastingbetaler topprijzen betaalt voor een matige kwaliteit. Op basis van indicatoren als onderwijs, ondernemersklimaat, innovatie, ecologie, infrastructuur en gezondheidszorg staat ons land in de Europese Unie op de zestiende plaats. België scoort vooral zwak in arbeidsmarkt en infrastructuur. "Die matige kwaliteit staat in schril contrast met onze derde plaats in 2019 op het gebied van overheidsuitgaven", vindt Van Craeynest. Finland en Frankrijk hebben een hoger overheidsbeslag, maar de kwaliteit is er ook beter. "Is het dus niet aangewezen dat de overheid eerst haar kerntaken goed uitoefent, vooraleer ze de pretentie heeft er nog meer te doen?" vraagt Van de Cloot zich af. Een voorbeeld is de NMBS. In 2016-2020 kreeg de spoorwegmaatschappij 13,7 miljard euro aan dotaties. Maar in efficiëntie staat ze volgens het World Economic Forum pas op de 36ste plaats. "Tegelijk hoor je dat in relancetijden meer geld naar de NMBS moet gaan en zijn er cadeaus zoals de coronarailpas. Kijk toch eerst of het geld goed gespendeerd wordt. Ondertussen werkt de NMBS nog met een beheerscontract uit 2012."Kunnen we het tij keren, in tijden dat kritiek op de sterke staat not done is? "De overheid zal zich ook niet snel terugtrekken, integendeel. In het verleden hebben we de overheidsuitgaven niet weer naar het niveau van voor de crisis gekregen. Toch niet in België", waarschuwt Van Craeynest. Buitenlandse voorbeelden zijn er wel, leert het boek van Ivan Van de Cloot. Canada had begin jaren negentig een overheidsbeslag van 50 procent. Tussen 1993 en 1997 daalden de overheidsuitgaven met 19 procent. Dat lukte door de vraag te stellen of elk overheidsprogramma wel in het algemeen belang was. Opvallend is dat er geen lineaire besparingen werden doorgevoerd. Justitie en de gezondheidszorg bleven onaangetast, maar de subsidies voor bedrijven daalden wel met 60 procent. Dankzij een vergelijkbare oefening over de kerntaken van de overheid slaagde Zweden erin het overheidsbeslag terug te brengen van 67 procent in 1993 tot 50 procent.