Gaan ondernemingen hun boekje te buiten als ze tijdelijke werkloosheid (deels) gebruiken als opzeggingstermijn? Een deel van de opzeggingstermijn kan daardoor in de periode van tijdelijke werkloosheid vallen. Werknemers hebben dan minder loon, terwijl de onderneming een deel van haar ontslagkosten afwentelt op de overheid. Tenminste, indien de onderneming dat zo beslist. Want hoewel dat wettelijk toegelaten is, is niemand verplicht de regeling op die manier te gebruiken.

Meer nog, wie erover nadenkt, zou tot het inzicht kunnen komen dat die manier van werken ingaat tegen het buikgevoel van rechtvaardigheid. Heel wat ondernemers vinden het niet kunnen dat een gezond bedrijf de regeling gebruikt om mensen te laten afvloeien op kosten van de samenleving. Dat was ook het gevoel dat enkele parlementsleden ertoe bracht een wetsvoorstel in te dienen dat dit gaatje in de regeling dicht. De periode van tijdelijke werkloosheid zal dan niet meer meetellen als opzegtermijn.

Ethische keuzes

Het nemen van dat soort beslissingen stelt ondernemingen voor dilemma's. In wezen zijn het ethische keuzes. Is het voldoende te doen wat wettelijk is toegelaten? Of mag het iets meer zijn? Van bedrijven die er prat op gaan dat ze het goede voorbeeld geven, mag men in elk geval meer verwachten dan het wettelijke minimum. Zij moeten de bluts met de buil nemen. In goede tijden surfen ze op de golven van de aandacht die ze krijgen voor hun maatschappelijk correcte keuzes. In minder goede tijden moeten ze bewijzen dat ze die keuzes consequent doortrekken. Het welzijn van medewerkers en andere stakeholders moet vooropstaan.

Het is bovendien niet meer dan normaal dat zulke dilemma's het onderwerp zijn van maatschappelijke discussie. De samenleving is een stakeholder die mee toekijkt op de wijze waarop ondernemingen beslissingen nemen en omgaan met moeilijke keuzes. De wetgever moet een noodzakelijk en werkbaar kader creëren dat een gelijk speelveld garandeert. Nog beter is het als wetgeving ethisch gedrag stimuleert of beloont. Wat dat laatste betreft, is ook het voorliggende wetsvoorstel zeer reactief en verzuimt het verder vooruit te kijken.

De steunmaatregelen voor bedrijven zullen nieuwe ethische dilemma's in het leven roepen.

Haast en spoed

In de haast en spoed moeten we zelfs spreken van een overreactie, aangezien men heeft gekozen voor terugwerkende kracht. Hoewel het voorstel ingegeven is vanuit een rechtvaardigheidsgevoel, blijft het een zwaktebod. Verzuimen advies te vragen bij de Raad van State is een fout die daaruit volgt. Bovendien scheert men alle ondernemingen over dezelfde kam. Niet iedereen heeft evenveel financiële ruimte om maatregelen of een voordelige interpretatie van de wetgeving links te laten liggen. Voor heel wat ondernemingen is het pompen of verzuipen. Zij worden mee gestraft.

Dat brengt ons bij een laatste en meer fundamenteel gegeven. Er zijn de voorbije maanden heel wat steunmaatregelen genomen en er zullen er nog veel meer moeten volgen. De voorwaarden voor die steun, alsook de eventuele terugbetaalbaarheid ervan, zullen nieuwe ethische dilemma's in het leven roepen. Het is de spreekwoordelijke olifant in de kamer, die zich vertaalt in vragen als: welke bedrijven zijn gezond, wie zou op eigen kracht kunnen doorgaan, wie verdient steun en wie niet, wie heeft een goed financieel beleid gevoerd (reserves in de onderneming opgebouwd en gelaten) en in welke mate laten we dat meespelen als criterium voor het bepalen van de omvang van de steun. Het creëren van een coherent kader voor steunmaatregelen is een maatschappelijke opdracht, die in alle openheid en transparantie zou moeten worden uitgevoerd. Wat dat betreft, zouden we kunnen kijken naar Nederland en Duitsland.

Rechtszekerheid

We dringen erop aan dat het beleid dit soort huiswerk grondig voorbereid. Stopwerk is niet genoeg. Die netelige vraagstukken uit de weg gaan, is geen optie. Rechtszekerheid is een voorwaarde voor vertrouwen en een steunpilaar van onze democratische rechtsstaat. Het is een basisconditie om als ondernemer beslissingen te kunnen nemen op langere termijn. Kan het beleid het dagelijkse overstijgen en hier dringend werk van maken?

Gaan ondernemingen hun boekje te buiten als ze tijdelijke werkloosheid (deels) gebruiken als opzeggingstermijn? Een deel van de opzeggingstermijn kan daardoor in de periode van tijdelijke werkloosheid vallen. Werknemers hebben dan minder loon, terwijl de onderneming een deel van haar ontslagkosten afwentelt op de overheid. Tenminste, indien de onderneming dat zo beslist. Want hoewel dat wettelijk toegelaten is, is niemand verplicht de regeling op die manier te gebruiken.Meer nog, wie erover nadenkt, zou tot het inzicht kunnen komen dat die manier van werken ingaat tegen het buikgevoel van rechtvaardigheid. Heel wat ondernemers vinden het niet kunnen dat een gezond bedrijf de regeling gebruikt om mensen te laten afvloeien op kosten van de samenleving. Dat was ook het gevoel dat enkele parlementsleden ertoe bracht een wetsvoorstel in te dienen dat dit gaatje in de regeling dicht. De periode van tijdelijke werkloosheid zal dan niet meer meetellen als opzegtermijn. Het nemen van dat soort beslissingen stelt ondernemingen voor dilemma's. In wezen zijn het ethische keuzes. Is het voldoende te doen wat wettelijk is toegelaten? Of mag het iets meer zijn? Van bedrijven die er prat op gaan dat ze het goede voorbeeld geven, mag men in elk geval meer verwachten dan het wettelijke minimum. Zij moeten de bluts met de buil nemen. In goede tijden surfen ze op de golven van de aandacht die ze krijgen voor hun maatschappelijk correcte keuzes. In minder goede tijden moeten ze bewijzen dat ze die keuzes consequent doortrekken. Het welzijn van medewerkers en andere stakeholders moet vooropstaan.Het is bovendien niet meer dan normaal dat zulke dilemma's het onderwerp zijn van maatschappelijke discussie. De samenleving is een stakeholder die mee toekijkt op de wijze waarop ondernemingen beslissingen nemen en omgaan met moeilijke keuzes. De wetgever moet een noodzakelijk en werkbaar kader creëren dat een gelijk speelveld garandeert. Nog beter is het als wetgeving ethisch gedrag stimuleert of beloont. Wat dat laatste betreft, is ook het voorliggende wetsvoorstel zeer reactief en verzuimt het verder vooruit te kijken.In de haast en spoed moeten we zelfs spreken van een overreactie, aangezien men heeft gekozen voor terugwerkende kracht. Hoewel het voorstel ingegeven is vanuit een rechtvaardigheidsgevoel, blijft het een zwaktebod. Verzuimen advies te vragen bij de Raad van State is een fout die daaruit volgt. Bovendien scheert men alle ondernemingen over dezelfde kam. Niet iedereen heeft evenveel financiële ruimte om maatregelen of een voordelige interpretatie van de wetgeving links te laten liggen. Voor heel wat ondernemingen is het pompen of verzuipen. Zij worden mee gestraft.Dat brengt ons bij een laatste en meer fundamenteel gegeven. Er zijn de voorbije maanden heel wat steunmaatregelen genomen en er zullen er nog veel meer moeten volgen. De voorwaarden voor die steun, alsook de eventuele terugbetaalbaarheid ervan, zullen nieuwe ethische dilemma's in het leven roepen. Het is de spreekwoordelijke olifant in de kamer, die zich vertaalt in vragen als: welke bedrijven zijn gezond, wie zou op eigen kracht kunnen doorgaan, wie verdient steun en wie niet, wie heeft een goed financieel beleid gevoerd (reserves in de onderneming opgebouwd en gelaten) en in welke mate laten we dat meespelen als criterium voor het bepalen van de omvang van de steun. Het creëren van een coherent kader voor steunmaatregelen is een maatschappelijke opdracht, die in alle openheid en transparantie zou moeten worden uitgevoerd. Wat dat betreft, zouden we kunnen kijken naar Nederland en Duitsland.We dringen erop aan dat het beleid dit soort huiswerk grondig voorbereid. Stopwerk is niet genoeg. Die netelige vraagstukken uit de weg gaan, is geen optie. Rechtszekerheid is een voorwaarde voor vertrouwen en een steunpilaar van onze democratische rechtsstaat. Het is een basisconditie om als ondernemer beslissingen te kunnen nemen op langere termijn. Kan het beleid het dagelijkse overstijgen en hier dringend werk van maken?