2,25 miljard euro in plaats van 3 miljard euro. De Europese middelen die Vlaanderen krijgt om een post-coronarelancebeleid te voeren, liggen lager dan gevraagd. Toch haalt Vlaanderen 49 procent van de middelen voor de deelstaten binnen. Wallonië en de Franse Gemeenschap krijgen bijna 2 miljard, Brussel 395 miljoen en de Duitstalige Gemeenschap 50 miljoen euro. Aan de federale regering wordt 1,25 miljoen euro toegekend. In totaal krijgt ons land 5,9 miljard euro voor het herstelbeleid.

De Belgische verdeling is het resultaat van een compromis tussen de regeringen, en dus kan ook de Vlaamse regering-Jambon er zich in terugvinden. De lat werd aanvankelijk een stuk hoger gelegd, maar in de kringen van de Vlaamse regering is te horen dat die 2,25 miljard euro het hoogst haalbare is. Onder andere de Waalse regering - met minister-president Elio Di Rupo (PS) voorop - had de voorbije weken en maanden de druk opgevoerd met twee argumenten. Ten eerst, als minder welvarende regio moet Wallonië recht hebben op voldoende steunmaatregelen. Ten tweede, dankzij Wallonië, dat met onder andere de provincie Henegouwen nog altijd gebieden in economische reconversie heeft, krijgt België meer Europees geld dan verwacht.

Niet zonder risico

Het toont aan hoe de PS het relancebeleid regisseert. Meer nog dan bij de verdeling van de middelen zal dat het geval zijn wanneer er keuzes moeten worden gemaakt over de concrete aanwending van het Europese manna. Bevoegd staatssecretaris Thomas Dermine (PS) wil werken met vijf assen: duurzaamheid, digitalisering, welzijn, mobiliteit en productiviteit. Dat is in lijn met de Europese prioriteiten zoals digitalisering en vergroening.

Maar een PS'er aan de knoppen van het relancebeleid is niet zonder risico, zelfs al is hij een ex-McKinsey-boy. De geschiedenis leert dat de verleiding groot is om geld voor relance en investeringen te gebruiken om lopende uitgaven te financieren. Kortom, het geld wordt niet altijd gebruikt voor productieve investeringen. Gisteren meldde Le Soir bijvoorbeeld dat de Brusselse regering 10 miljoen euro van het relancegeld wil gebruiken voor het Brussels Biermuseum.

De PS regisseert het relancebeleid.

De Franstalige regeringen in België kunnen op dit domein niet altijd een fraai palmares voorleggen. In de jaren negentig werd Europees steungeld voor Henegouwen gebruikt voor de renovatie van de Grote Markt van Bergen en Aat of van de oude vestingmuren in Binche. Tijdens de uitrol van de Waalse marshallplannen werden de grenzen tussen investeringen en gewone subsidies zelden duidelijk getrokken.

Zeker de armlastige Franse Gemeenschap, die het onderwijs financiert, zocht de grenzen op. Uitgaven voor de renovatie en isolatie van schoolgebouwen vallen zeker onder de noemer duurzame investeringen. Maar wat te denken van miljoenen euro's om "de leiderschapscapaciteiten van de directie te verbeteren" of "middelen om het gratis onderwijs te versterken"? Het gaat om gewone lopende uitgaven verpakt als investeringen. Onlangs nog werden de extra loonsverhogingen voor het verzorgend personeel verkocht als "investeringen op lange termijn."

De verleiding om lopende uitgaven het etiket van investeringen te geven zal ook groot zijn op het moment dat over mobiliteit moet worden gesproken. Waarom geen miljoenen aan Europees geld gebruiken als platte subsidie voor de geplaagde NMBS?

Vingerwijzing

Al moet wel gezegd dat mogelijke plannen van de PS niet zonder tegenstand kunnen worden uitgevoerd. De Europese Commissie houdt de komende jaren de begrotingen misschien minder streng in het oog, een slinkse aanwending van de relancemiddelen zal wel een vingerwijzing tot gevolg hebben.

Een goed relancebeleid is belangrijk, niet alleen voor de toekomstperspectieven van onze economie. Vaak wordt vergeten dat het geld uit het herstelfonds niet gratis is. Het herstelfonds zal worden gefinancierd door de Europese Commissie zelf. De Commissie mag geld ophalen op de kapitaalmarkten. De Europese begroting, gefinancierd door de lidstaten, is het onderpand. Het geld zal worden terugbetaald uit nieuwe inkomstenbronnen voor de Commissie. Belastingen dus (op plastic, digitale activiteiten,....). Finaal zijn het dus landen als België (en dus vooral Vlaanderen via de hogere belastbare basis) die het financiële risico lopen en de rekening betalen.

2,25 miljard euro in plaats van 3 miljard euro. De Europese middelen die Vlaanderen krijgt om een post-coronarelancebeleid te voeren, liggen lager dan gevraagd. Toch haalt Vlaanderen 49 procent van de middelen voor de deelstaten binnen. Wallonië en de Franse Gemeenschap krijgen bijna 2 miljard, Brussel 395 miljoen en de Duitstalige Gemeenschap 50 miljoen euro. Aan de federale regering wordt 1,25 miljoen euro toegekend. In totaal krijgt ons land 5,9 miljard euro voor het herstelbeleid.De Belgische verdeling is het resultaat van een compromis tussen de regeringen, en dus kan ook de Vlaamse regering-Jambon er zich in terugvinden. De lat werd aanvankelijk een stuk hoger gelegd, maar in de kringen van de Vlaamse regering is te horen dat die 2,25 miljard euro het hoogst haalbare is. Onder andere de Waalse regering - met minister-president Elio Di Rupo (PS) voorop - had de voorbije weken en maanden de druk opgevoerd met twee argumenten. Ten eerst, als minder welvarende regio moet Wallonië recht hebben op voldoende steunmaatregelen. Ten tweede, dankzij Wallonië, dat met onder andere de provincie Henegouwen nog altijd gebieden in economische reconversie heeft, krijgt België meer Europees geld dan verwacht.Het toont aan hoe de PS het relancebeleid regisseert. Meer nog dan bij de verdeling van de middelen zal dat het geval zijn wanneer er keuzes moeten worden gemaakt over de concrete aanwending van het Europese manna. Bevoegd staatssecretaris Thomas Dermine (PS) wil werken met vijf assen: duurzaamheid, digitalisering, welzijn, mobiliteit en productiviteit. Dat is in lijn met de Europese prioriteiten zoals digitalisering en vergroening.Maar een PS'er aan de knoppen van het relancebeleid is niet zonder risico, zelfs al is hij een ex-McKinsey-boy. De geschiedenis leert dat de verleiding groot is om geld voor relance en investeringen te gebruiken om lopende uitgaven te financieren. Kortom, het geld wordt niet altijd gebruikt voor productieve investeringen. Gisteren meldde Le Soir bijvoorbeeld dat de Brusselse regering 10 miljoen euro van het relancegeld wil gebruiken voor het Brussels Biermuseum.De Franstalige regeringen in België kunnen op dit domein niet altijd een fraai palmares voorleggen. In de jaren negentig werd Europees steungeld voor Henegouwen gebruikt voor de renovatie van de Grote Markt van Bergen en Aat of van de oude vestingmuren in Binche. Tijdens de uitrol van de Waalse marshallplannen werden de grenzen tussen investeringen en gewone subsidies zelden duidelijk getrokken.Zeker de armlastige Franse Gemeenschap, die het onderwijs financiert, zocht de grenzen op. Uitgaven voor de renovatie en isolatie van schoolgebouwen vallen zeker onder de noemer duurzame investeringen. Maar wat te denken van miljoenen euro's om "de leiderschapscapaciteiten van de directie te verbeteren" of "middelen om het gratis onderwijs te versterken"? Het gaat om gewone lopende uitgaven verpakt als investeringen. Onlangs nog werden de extra loonsverhogingen voor het verzorgend personeel verkocht als "investeringen op lange termijn."De verleiding om lopende uitgaven het etiket van investeringen te geven zal ook groot zijn op het moment dat over mobiliteit moet worden gesproken. Waarom geen miljoenen aan Europees geld gebruiken als platte subsidie voor de geplaagde NMBS?Al moet wel gezegd dat mogelijke plannen van de PS niet zonder tegenstand kunnen worden uitgevoerd. De Europese Commissie houdt de komende jaren de begrotingen misschien minder streng in het oog, een slinkse aanwending van de relancemiddelen zal wel een vingerwijzing tot gevolg hebben.Een goed relancebeleid is belangrijk, niet alleen voor de toekomstperspectieven van onze economie. Vaak wordt vergeten dat het geld uit het herstelfonds niet gratis is. Het herstelfonds zal worden gefinancierd door de Europese Commissie zelf. De Commissie mag geld ophalen op de kapitaalmarkten. De Europese begroting, gefinancierd door de lidstaten, is het onderpand. Het geld zal worden terugbetaald uit nieuwe inkomstenbronnen voor de Commissie. Belastingen dus (op plastic, digitale activiteiten,....). Finaal zijn het dus landen als België (en dus vooral Vlaanderen via de hogere belastbare basis) die het financiële risico lopen en de rekening betalen.