Toen de vakbonden voor 29 maart een stakingsdag aankondigden, kregen ze al snel de steun van PS-voorzitter Paul Magnette. "Ik sta 200 procent achter de vakbonden", verklaarde hij. Dat was vervelend voor de federale PS-vicepremier en minister van Werk Pierre-Yves Dermagne, die de sociale partners er achter de schermen toe aanzette toch een loonakkoord te sluiten. Op tafel lagen onder meer extra bonussen voor sectoren die minder hadden geleden onder de crisis, boven op de 0,4 procent reële loonstijging die de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven had voorgesteld.

Dat was niet genoeg voor de vakbonden. Met zijn uitspraak gaf Magnette hen een signaal dat ze met hun acties wel eens hun slag konden thuishalen. De andere federale regeringspartijen trokken er zich niet veel van aan. De PS-voorzitter voelt zich opgejaagd door de goede peilingen van de neocommunistische PTB/PVDA. Net voor de staking haalde Magnette in De Standaard weer zwaar uit naar de werkgevers, wier houding hij "schandalig" noemde.

De PS moet kleur bekennen.

Net als MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez, die in tweets het coronabeleid van de regering-De Croo bekritiseert, doet Magnette aan participatie-oppositie: de ene keer geeft hij de regering goede punten, de andere keer schaart hij zich achter haar critici. Dat is niet houdbaar en zal het toch al niet zo sterke vertrouwen tussen de regeringspartijen voort aantasten.

Met het oog op de sociaaleconomische dossiers voor de komende maanden, zoals de fiscale hervorming, de aanpassing van het pensioenstelsel en de modernisering van de arbeidsmarkt, is het tijd dat de PS kleur bekent. Is ze de partij van de realo's in de regering? Of is ze een flauw afkooksel van de PTB/PVDA, die de werkgevers als de bron van alle kwaad ziet?

Toen de vakbonden voor 29 maart een stakingsdag aankondigden, kregen ze al snel de steun van PS-voorzitter Paul Magnette. "Ik sta 200 procent achter de vakbonden", verklaarde hij. Dat was vervelend voor de federale PS-vicepremier en minister van Werk Pierre-Yves Dermagne, die de sociale partners er achter de schermen toe aanzette toch een loonakkoord te sluiten. Op tafel lagen onder meer extra bonussen voor sectoren die minder hadden geleden onder de crisis, boven op de 0,4 procent reële loonstijging die de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven had voorgesteld. Dat was niet genoeg voor de vakbonden. Met zijn uitspraak gaf Magnette hen een signaal dat ze met hun acties wel eens hun slag konden thuishalen. De andere federale regeringspartijen trokken er zich niet veel van aan. De PS-voorzitter voelt zich opgejaagd door de goede peilingen van de neocommunistische PTB/PVDA. Net voor de staking haalde Magnette in De Standaard weer zwaar uit naar de werkgevers, wier houding hij "schandalig" noemde.Net als MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez, die in tweets het coronabeleid van de regering-De Croo bekritiseert, doet Magnette aan participatie-oppositie: de ene keer geeft hij de regering goede punten, de andere keer schaart hij zich achter haar critici. Dat is niet houdbaar en zal het toch al niet zo sterke vertrouwen tussen de regeringspartijen voort aantasten. Met het oog op de sociaaleconomische dossiers voor de komende maanden, zoals de fiscale hervorming, de aanpassing van het pensioenstelsel en de modernisering van de arbeidsmarkt, is het tijd dat de PS kleur bekent. Is ze de partij van de realo's in de regering? Of is ze een flauw afkooksel van de PTB/PVDA, die de werkgevers als de bron van alle kwaad ziet?