Exact een jaar geleden legde Philip Soubry als eerste Belg een positieve coronatest af. Hij was kort voordien teruggekeerd uit China.
...

'Pandemials, de jeugd in een tijdperk van verloren kansen.' Het is de titel van hoofdstuk drie van het Global Risk Report 2021 van het Wereld Economisch Forum (WEF). CEO's, politici en academici laten daarin hun licht schijnen over de mondiale bedreigingen voor de komende jaren. Bovenaan staat niet onverwacht de coronapandemie, en het negatieve effect ervan op de welvaart van de gezinnen. Voor meer dan 55 procent van de respondenten zijn dat de grootste bedreigingen. Nieuw in de ranking is de ontgoocheling bij jongeren. 36,4 procent van de ondervraagden vindt dat een gevaar. Volgens Saadia Zahidi, directeur bij het WEF, wordt het opletten geblazen. De twintigers en dertigers hebben nu al twee grote crisissen doorgemaakt: de financiële crisis van 2008-2009 en de coronacrisis. Er dreigt een groep van 'pandemials' te ontstaan: jongeren die door de crisis minder gemakkelijk een baan vinden en door de lockdowns een leerachterstand oplopen. Het gebrek aan sociale contacten heeft bovendien mentale schade aangericht en de opeenvolgende crisissen doen de ontgoocheling toenemen. Het WEF-rapport heeft het over een mogelijke 'verloren generatie'. "Dat pessimisme is niet overdreven", zegt Catarina Autengruber, voorzitter van het Europees Jeugdforum, dat verbonden is aan de Raad van Europa. "De jongeren leven niet meer normaal, ze zijn bezorgd over hun toekomst. Ze vrezen dat ze straks moeilijk aan de bak komen. En dan werden ze ook nog eens met de vinger gewezen als verantwoordelijke voor de tweede coronagolf, omdat ze zich weinig aan de lockdownmaatregelen zouden hebben gehouden, onder andere met feestjes. Dat klopt niet. Een enquête van de Internationale Arbeidsorganisatie bij jongeren tussen 18 en 34 jaar leert dat de overgrote meerderheid de regels volgde." De Internationale Arbeidsorganisaties berekende ook dat door de coronacrisis wereldwijd het equivalent van 255 miljoen voltijdse banen verloren gingen. Dat is vier keer meer dan tijdens de financiële crisis. Autengruber: "Proportioneel veel jongeren verloren hun baan. Ze waren als laatste aangeworven en werden als eerste ontslagen. Of ze werkten als jobstudent in de horeca en de handel, die zwaar getroffen werden. Dat heeft gevolgen voor hun latere kansen op de arbeidsmarkt. Ik zie ook problemen bij de uitbouw van een sociaal netwerk, dat deels via het werk gebeurt." De ontwikkelingspsycholoog Wim Beyers (Universiteit Gent) relativeert dat: "Een verloren generatie is een zwaar woord. Ik zou het anders formuleren. Uiteraard lijden veel jongeren onder de crisis, maar anderen gaan er constructief mee om en tonen veel weerbaarheid. Wat niet wil zeggen dat de pandemie en de lockdowns geen gevolgen hebben. De aandacht voor leerachterstand is terecht, want zoiets kan de toekomstkansen hypothekeren. Het negatieve effect van het afstandsonderwijs in hogescholen en uniefs was beperkt, blijkt uit onderzoek van de Universiteit Gent. In de middelbare scholen zien we wel een achterstand, zeker in het beroeps- en het technisch onderwijs. Bovendien kwamen veel kinderen in die richtingen blijkbaar niet meer naar school toen ze er werden verwacht. Ze haken af. Dat is zeker nadelig voor jongeren in het beroepsonderwijs die weldra een baan moeten zoeken." "Roepen dat een hele generatie pandemials verloren gaat, kan schadelijke effecten hebben voor zowel de kinderen als degenen die hen begeleiden", zegt de Nederlandse onderwijsexpert Aart Brezet. "We kunnen hen beter zien als een kansrijke generatie. Na de Eerste Wereldoorlog kwamen de ' roaring twenties', waarin heel veel gebeurde en heel veel kon. Na de Tweede Wereldoorlog kwam een technologische en economische ontwikkeling op gang. De euforie na een crisis, in combinatie met de wil om te investeren en hard te werken, maakte dat de jonge generaties iedere opgelopen achterstand weer ruimschoots hebben ingehaald." Ook tijdens de financiële crisis werd vaak van een verloren generatie gesproken, maar achteraf bleek daar weinig of niets van aan. De arbeidseconoom Stijn Baert (Universiteit Gent) vindt dat er ook vandaag overdreven wordt: "Een verloren generatie heb je als afgestudeerde jongeren massaal niet aan de bak komen. Ik zie dat niet in het wetenschappelijk onderzoek, zo'n vaart loopt het nooit. De zogenoemde littekeneffecten vormen wel een risico. Wie aan het begin van een loopbaan werkloos is, heeft vijf tot vijftien jaar later nog altijd een grotere kans op werkloosheid dan iemand die in een positieve conjunctuur is gestart. Dat is ook logisch. Die mensen doen geen ervaring op aan het begin van hun carrière, staan minder sterk en hebben een kleiner sociaal netwerk. En de werkgevers zien niet graag periodes van werkloosheid op een cv." Kunnen we die littekens voor de huidige generatie jongeren beperken? "Onderzoek toont aan die littekens minder pijn doen in landen met een flexibele arbeidsmarkt", weet Baert. "Bedrijven zijn sneller geneigd jongeren aan te werven als een ontslag gemakkelijk kan. Ik ben geen pleitbezorger van hyperflexbiliteit, maar hier kan de overheid wel iets doen. De proefperiode opnieuw invoeren bijvoorbeeld, waardoor jongeren gemakkelijker kansen krijgen." Volgens cijfers van het Hoger Instituut voor de Arbeid (KU Leuven) is de impact van corona duidelijk te merken op de arbeidsmarkt: het aantal aanwervingen lag vorig jaar 10,2 procent lager dan in 2019. Tegelijk verdwenen nauwelijks meer mensen van de arbeidsmarkt (+1%). Tijdens de financiële crisis van 2008-2009 was dat ook zo (+0,7%), maar daalde de instroom jaar-op-jaar met 14,6 procent. Maar volgens arbeidsmarktexperts moet de echte schok nog komen. "De impact op de arbeidsmarkt volgt een jaar na de economische klap", zegt Baert. "Het zal voor dit jaar en begin 2022 zijn." De horeca en de evenementensector lijden het zwaarst onder de coronacrisis, en daar zijn traditioneel veel kortgeschoolden aan de slag. Eigenaardig genoeg blijkt uit de cijfers van de VDAB dat de werkloosheid nu vooral bij de hooggeschoolden toeneemt (+10%) en minder bij de lagere profielen (+2,9%). Die cijfers vergen wel enige nuance. Aangezien de werkloosheidsgraad onder de hooggeschoolden voor de crisis zeer laag was, is het banenverlies nu relatief sterker. "Straks krijgen de kortgeschoolden het toch weer het moeilijkst", voorspelt Baert. "We zien dan de ontmoediging toeslaan. Wie geen baan vindt of zijn werk verliest, wordt na verloop van tijd inactief. Wie langdurig werkloos is, haakt af na de zoveelste onheilsberichten. Ook vrouwen komen sneller in de inactiviteit terecht." Onheilsberichten over de arbeidsmarkt hebben een ander effect op hogergeschoolde jongeren. "Als zij niet direct aan de bak komen, beslissen ze gemakkelijk om nog even verder te studeren. Maar voor wie afstudeert in juni 2021 of 2022 verwacht ik dus minder kansen. De facto is dat nu al zo: er zijn minder vacatures en meer concurrenten die een baan zoeken." De coronacrisis heeft ook een vergrootglas gelegd op tendensen die er al waren, zoals digitalisering en robotisering. Dat is goed nieuws voor de jongere generatie die van deze veranderingen kan profiteren. Al zal dat niet voor iedereen in dezelfde mate gelden. Er wordt voorspeld dat de hooggeschoolden sterker zullen staan op de arbeidsmarkt, ten koste van de kortgeschoolden en eventueel middengeschoolden. "De voorspelde polarisering van de arbeidsmarkt, met een krimpend middensegment, kan versnellen", zegt Baert. "Bepaalde functies, genre administratief bediende, komen onder druk te staan. Wie dacht in dat segment aan de slag te kunnen, zal een trede op de jobladder moeten zakken." Is er dan reden voor doemdenken? Toch niet, want deze keer is een troef die er bij vorige zware recessies niet was: de beroepsbevolking krimpt de komende jaren. Doordat veel babyboomers in de komende jaren de arbeidsmarkt verlaten, komen veel vacatures vrij. Dat kan het effect van de crisis tenietdoen. In Vlaanderen komen naar verwachting tussen 2021 en 2026 zo'n 400.000 vervangingsvacatures vrij. Dat is een groot verschil met de oliecrisissen van de jaren zeventig en tachtig, toen late babyboomers en de zogenoemde generatie X (geboren tussen 1961 en 1980) in moeilijke omstandigheden op de arbeidsmarkt kwamen. Toen nam de beroepsbevolking toe, was er amper uitstroom door de vergrijzing en bleef het jobaanbod beperkt.