Het leek een grap, maar het was het niet: de banken dringen zelf aan op strengere normen voor de toekenning van woonkredieten. Zelden hebben we een sector zijn eigen onvermogen om zijn zaken op een gezonde manier te beheren, zo horen uitschreeuwen.

De voorbije jaren hebben de banken meer kredieten toegekend om hun tanende rentemarges te compenseren. Zo slaagden ze erin hun inkomsten op peil te houden. Maar in de race om meer kredietvolumes binnen te halen, nemen ze steeds meer risico's. Bij een derde van de nieuw toegekende leningen in 2018 bedroeg de eigen inbreng van de klant minder dan 10 procent.

Dat de toezichthouder extra maatregelen moet treffen, spreekt voor zich. De banken hebben blijkbaar niet de discipline hun balans op lange termijn en met de nodige behoedzaamheid te managen. Maar de Nationale Bank moet twee keer nadenken over het soort maatregel dat ze oplegt. Een eerdere kapitaalverplichting miste haar effect. Ze zou een bijkomende kapitaalbuffer kunnen eisen, maar het is niet zeker of dat de bankiers meer verantwoordelijkheidszin zal bijbrengen.

De Nationale Bank moet twee keer nadenken over het soort maatregel dat ze oplegt.

De sectorfederatie Febelfin lijkt aan te sturen op een regelrecht verbod op leningen die een bepaald percentage van de aankoopprijs overstijgen, of voor mensen die een te groot stuk van hun inkomen aan hun woonlening moeten besteden. Dat zou de banken goed uitkomen. Dan kunnen ze zich daarachter verschuilen en de zwartepiet naar de toezichthouder doorschuiven.

Karel Van Eetvelt de CEO van Febelfin, wil tegen bepaalde klanten zeggen dat ze geen lening kunnen krijgen. Vooral jongeren en alleenstaanden zullen daarvan het slachtoffer zijn. Dat kan niet de bedoeling zijn. De Nationale Bank zal een model moeten zoeken dat de financiële gezondheid van de sector combineert met de maatschappelijke plicht van kredietverstrekkers om mensen en bedrijven vooruit te helpen.