Vorige week gelezen op sociale media: "Als politici er niet in slagen met een overheidsbeslag van 50 procent de overheidsfinanciën op orde te krijgen, zoeken ze beter een andere stiel." De begrotingsvaudeville wekt almaar meer ergernis op. Begin deze week raakte bekend dat de begroting dit jaar afstevent op een structureel tekort van 6,9 miljard euro. Volgend jaar is dat 8,6 miljard euro, om tegen 2024 op te lopen tot 11,38 miljard euro, bij ongewijzigd beleid.

De kans is groot dat de begrotingssanering de komende jaren via extra belastingen zal gebeuren.

Of de ontsporing van de overheidsfinanciën kan worden gekeerd, hangt af van de mate waarin de volgende regering een doorgedreven saneringsinspanning doet. Aangezien de primaire uitgaven (zonder rentelasten) tussen 2000 en 2018 zijn gestegen van 42,4 procent tot 50 procent van het bruto binnenlands product (bbp) ligt het voor de hand dat vooral wordt gewerkt aan de uitgaven. VBO-topman Pieter Timmermans pleitte ervoor de lopende overheidsuitgaven in vijf jaar met 5 procent terug te dringen. "Die oefening draagt bij tot de geloofwaardigheid van de politiek, tot de gezondmaking van de overheidsfinanciën en creëert ruimte voor productieve investeringen", stelt hij. Timmermans heeft overschot van gelijk.

Maar de kans is groter dat de begrotingssanering de komende jaren via extra belastingen zal gebeuren. Zeker omdat de PS van Elio Di Rupo federaal zo goed als incontournable is. Sherpa's van andere politieke partijen voorspellen dat de aanpak van de regering-Di Rupo (2011-2014) zal worden gehanteerd. Officieel bestaat de sanering van de begroting uit een derde belastingen, een derde dalende uitgaven en een derde varia. In de praktijk werd het twee derde hogere en nieuwe belastingen en een derde snijden in de uitgaven. Kortom, aan de lichte daling van de fiscale druk onder de regering-Michel komt een einde.