De meerwaardebelasting op aandelen bij de verkoop van een onderneming staat weer op de politieke agenda, kon u verleden week in Trends lezen. België is een van de weinige landen met een fiscale vrijstelling op de winst van zo'n transactie. De afschaffing van deze fiscale uitzondering lijkt dus normaal. Dat klopt als België een normaal land zou zijn.

Maar dat is het niet, zeker fiscaal. De vennootschapsbelasting is in België bijzonder hoog. Met een tarief van 33,99 procent prijken we na Malta aan de Europese top. Bovendien moet de eigenaar van de aandelen bij de uitkering van een dividend een roerende voorheffing van 25 procent betalen. Dat geeft een gecombineerde belastingdruk van 50,5 procent, voor de winst naar het privévermogen kan verschuiven.

De vrijstelling van de meerwaardebelasting past in het rijtje van de fiscaal voordelige bedrijfswagens, de dienstencheques en de notionele-intrestaftrek. Het zijn noodzakelijke instrumenten om de veel te hoge fiscale druk in dit land te verlichten.

De afschaffing zou deel uitmaken van de verschuiving van de belastingen waaraan de onderhandelaars voor een nieuwe federale regering werken. Een verschuiving van de belasting op arbeid naar een op consumptie leidt echter niet per se tot minder belastingdruk. Pas op het moment dat die naar beneden gaat, kan er worden gepraat over de afschaffing van fiscale aberraties. Het ziet er voorlopig naar uit dat zo'n belastingvermindering pas veel later zal gebeuren. Deze discussie wordt dus het beste pas op dat moment gevoerd.

De hardnekkigheid waarmee CD&V deze vermogensbelasting verdedigt, doet trouwens vragen rijzen. Heeft de partij een verborgen agenda? Is haar eis voor deze nieuwe vermogensbelasting een breekijzer om te scoren in andere dossiers? Of meent de christendemocratische partij het echt? Die houding kan leiden tot het opblazen van de 'Zweedse coalitie' en uiteindelijk de vorming van een tripartite. Onder de deskundige leiding van Kris Peeters, natuurlijk.

De meerwaardebelasting op aandelen bij de verkoop van een onderneming staat weer op de politieke agenda, kon u verleden week in Trends lezen. België is een van de weinige landen met een fiscale vrijstelling op de winst van zo'n transactie. De afschaffing van deze fiscale uitzondering lijkt dus normaal. Dat klopt als België een normaal land zou zijn.Maar dat is het niet, zeker fiscaal. De vennootschapsbelasting is in België bijzonder hoog. Met een tarief van 33,99 procent prijken we na Malta aan de Europese top. Bovendien moet de eigenaar van de aandelen bij de uitkering van een dividend een roerende voorheffing van 25 procent betalen. Dat geeft een gecombineerde belastingdruk van 50,5 procent, voor de winst naar het privévermogen kan verschuiven.De vrijstelling van de meerwaardebelasting past in het rijtje van de fiscaal voordelige bedrijfswagens, de dienstencheques en de notionele-intrestaftrek. Het zijn noodzakelijke instrumenten om de veel te hoge fiscale druk in dit land te verlichten.De afschaffing zou deel uitmaken van de verschuiving van de belastingen waaraan de onderhandelaars voor een nieuwe federale regering werken. Een verschuiving van de belasting op arbeid naar een op consumptie leidt echter niet per se tot minder belastingdruk. Pas op het moment dat die naar beneden gaat, kan er worden gepraat over de afschaffing van fiscale aberraties. Het ziet er voorlopig naar uit dat zo'n belastingvermindering pas veel later zal gebeuren. Deze discussie wordt dus het beste pas op dat moment gevoerd.De hardnekkigheid waarmee CD&V deze vermogensbelasting verdedigt, doet trouwens vragen rijzen. Heeft de partij een verborgen agenda? Is haar eis voor deze nieuwe vermogensbelasting een breekijzer om te scoren in andere dossiers? Of meent de christendemocratische partij het echt? Die houding kan leiden tot het opblazen van de 'Zweedse coalitie' en uiteindelijk de vorming van een tripartite. Onder de deskundige leiding van Kris Peeters, natuurlijk.