"De Franse economie is in zeer goede gezondheid." In februari bracht de Franse minister van Financiën, Bruno Le Maire, die boodschap herhaaldelijk op radio en televisie. Hij wijst op het groeiherstel na de pandemie. In 2021 was er 7 procent economische groei. De werkloosheid bedraagt 7,4 procent, het laagste niveau sinds 2008. Frankrijk is opnieuw interessant voor buitenlandse investeerders. Volgens een studie van Ernst & Young Consulting houden de zuiderburen met 985 buitenlandse investeringsprojecten het Verenigd Koninkrijk (975) en Duitsland (930) achter zich. Met die positieve berichten was Le Maire de wegbereider voor president Emmanuel Macron, die na de presidentsverkiezingen op 10 en 24 april (tweede ronde) nog eens vijf jaar in het Paleis van het Elysée wil verblijven.
...

"De Franse economie is in zeer goede gezondheid." In februari bracht de Franse minister van Financiën, Bruno Le Maire, die boodschap herhaaldelijk op radio en televisie. Hij wijst op het groeiherstel na de pandemie. In 2021 was er 7 procent economische groei. De werkloosheid bedraagt 7,4 procent, het laagste niveau sinds 2008. Frankrijk is opnieuw interessant voor buitenlandse investeerders. Volgens een studie van Ernst & Young Consulting houden de zuiderburen met 985 buitenlandse investeringsprojecten het Verenigd Koninkrijk (975) en Duitsland (930) achter zich. Met die positieve berichten was Le Maire de wegbereider voor president Emmanuel Macron, die na de presidentsverkiezingen op 10 en 24 april (tweede ronde) nog eens vijf jaar in het Paleis van het Elysée wil verblijven. Net als zijn minister benadrukt Macron in de campagne dat zijn economisch beleid een verschil heeft gemaakt. Dat Frankrijk het goed doet, is een gevolg van maatregelen die hij genomen heeft in een land dat allergisch is aan grote hervormingen. Macron pakt graag uit met zijn verlaging van de vennootschapsbelasting van 33,3 naar 25 procent. De lasten op arbeid daalden. Het oude, jaarlijks hernieuwde systeem van loonsubsidies aan bedrijven, het CICE (crédit d'impôt pour la compétitivité et l'emploi), is vervangen door een algemene loonkostenverlaging van 20 miljard euro. Ook is de arbeidsmarkt hervormd. Zo wordt het gemakkelijker om werknemers te ontslaan. Ten slotte weegt de Franse vermogensbelasting minder zwaar. Toch is er kritiek: de Franse bedrijven blijven met een competitiviteitsprobleem kampen. Een studie van de economische denktank Rexecode toont weinig fraaie cijfers. In 2021 bedroeg het Franse handelstekort 84,7 miljard euro. De handelsbalans verslechterde tussen 2019 en 2021 met 26,7 miljard. De oorzaak is niet alleen de toename van de importprijzen, vooral voor grondstoffen. Het Franse aandeel in de mondiale export bedroeg vorig jaar 2,7 procent, terwijl dat het voorbije decennium vlot boven 3 procent was. Ook in de eurozone scoort Frankrijk zwak. De Franse bedrijven waren in 2019 goed voor 14,5 procent van de export. Dat is nu nog 13,6 procent, een historisch dieptepunt. In Franse regeringskringen werden die verslechterende cijfers lange tijd gerelativeerd. Ze zouden het gevolg zijn van een dalende internationale vraag naar onderdelen in de luchtvaartsector, door de coronacrisis. De Franse industriële bedrijven staan sterk in dat marktsegment. "Dat klopt niet. De daling van de export is er in alle sectoren", zegt Emmanuel Jessua, hoofd van de studiedienst van Rexecode. "Ik zie veeleer een significant verband tussen een verzwakkende competitiviteit en een Franse desindustrialisering. Akkoord, in de regio rond Parijs stabiliseert de tewerkstelling in de industrie. Maar het Franse aandeel in de totale toegevoegde waarde van de industrie in de eurozone zakt al twintig jaar, vooral ten voordele van Duitsland. De Franse concurrentiepositie was al niet sterk, en ze is in de loop van de jaren verder verzwakt." Volgens het rapport van Rexecode heeft het beleid van Macron onvoldoende resultaten opgeleverd. De Franse producten blijven te duur. Jessua: "Ondanks een verlaging van de vennootschapsbelasting en de loonkostenverlaging zijn de productiebelastingen veel te hoog." De productiebelastingen zijn bij onze zuiderburen gedaald van 3,5 procent van het bbp 2019 naar 3,1 procent in 2021, maar liggen nog altijd een stuk boven het Europees gemiddelde van 1,5 procent. De oplossing volgens het rapport is een verdere verlaging. Een groot deel van de productiebelastingen wordt door de lokale overheden opgelegd. Vorig jaar besliste Macron in het kader van het post-coronarelanceplan de productiebelastingen met 10 miljard euro te verlagen. Dat vindt Rexecode niet genoeg. Kan het investeringsplan France 2030 het tij keren? In oktober kondigde Macron aan 30 miljard euro te willen investeren in mini-kerncentrales, digitalisering, elektrische auto's en ruimtevaart. Ook moeten meer Franse techbedrijven eenhoorns worden, bedrijven met meer dan 1 miljard dollar marktwaarde (zie 25 France licornes). Dat moet de Franse industrie tegen 2030 opnieuw bij de Europese top brengen. Maar de Franse econoom Nicolas Baverez noemt dat plan "onvoldoende en amateuristisch. Ik vrees dat een aantal gewone uitgaven als investeringen zullen worden verpakt. Ik voorspel dat onder het mom van relance jaarlijks miljarden naar het onderhouden van het overheidsapparaat gaan. Bovendien is er tot nu toe te weinig overleg geweest met de betrokken sectoren. Macron wil 6 miljard euro investeren in de sector van de halfgeleiders. Ik sta perplex. Je moet dat afzetten tegen de meer dan 100 miljard euro die de Taiwanese chipgigant TSMC tegen 2024 zal investeren in zijn fabrieken." Baverez is sceptisch, omdat vroegere, vergelijkbare investeringsplannen uitdraaiden op een nog hoger overheidsbeslag. De Franse overheidsuitgaven behoren met 55 procent tot de hoogste van de EU, de staatsschuld loopt op tot 118 procent van het bbp, en voor 2024 daalt het begrotingstekort niet onder 3 procent. Baverez: "De toestand van de Franse overheidsfinanciën geeft de president de komende jaren amper bewegingsruimte om het noodzakelijke economische beleid te voeren."