Voor het eerst sinds lang staat de Europese Unie opnieuw voor actie in plaats van impasse. Maar de betekenis van het Europese coronaplan is meer politiek dan economisch. In verhouding tot de grootte van de Europese economie betekent 750 miljard euro minder dan 2 procent relancebudget per jaar gedurende drie budgetjaren. Dat is een fractie van wat nationale overheden aan relance besteden. Als de symboliek vooral politiek is, wat zijn dan de voornaamste politieke lessen?

De Europese Commissie is de nieuwe Europese Centrale Bank. De ECB was tot op en over de limiet van haar mandaat gegaan in de monetaire ondersteuning van de Europese economie. De Commissie krijgt nu de opdracht met Europees schuldpapier en Europese belastingen een stimulusbudget te genereren en te verdelen. En passant wordt de muntunie gestut met een nieuw monetair instrument dat geparkeerd geld op de financiële markten richting de euro draineert. Het coronaplan is ook een europlan, een stap richting een volwassen muntunie, verpakt als een eenmalig crisisplan.

De switch van goedkoop geld via de ECB naar relancegeld via de Commissie is een politieke revolutie voor de Unie. De ruggengraat van de Unie en de hoofdopdracht van de Europese Commissie was altijd de Europese interne markt. Het vrijmaken van grenzen, het scheiden van markt en staat, stonden daarbij centraal. De Unie is historisch vooral een marktmaker. Ze wordt nu een subsidiemachine en een schuldenfabriek. Corona verandert het politieke DNA van de Unie richting staatsgedreven economische ontwikkeling.

De Unie als subsidiekraan heeft een lang verleden in de landbouw en in regionale investeringsprojecten en cohesiefondsen. Dat herverdelende subsidieverhaal was de politieke prijs voor de creatie van de interne markt. Zonder bescherming voor de boeren en de armere regio's was de eenheidsmarkt politiek onhaalbaar. Nu worden subsidies en overheidsprojecten de motor voor een toekomst van marktsturing en staatseconomie.

De EU is een weg ingeslagen die moet leiden tot federaliseren of tot afsplitsen.

Het Europese coronaplan bouwt voort op het redden van de banken na de bankencrisis, op de industriële politiek rond energie en technologie, op het Europese klimaatplan: allemaal plaatsen ze de overheid weer centraal als medium voor economische ontwikkeling. Die omslag kan grote consequenties hebben voor de politieke praxis van de Unie.

Waaraan zal het relancegeld besteed worden? Onder welke voorwaarden van nationale beleidshervorming? Met welke garanties tegen verkwisting, corruptie en misbruik? Met welke methodes van rapportering en Europese controle? En wie mag over dat alles beslissen? Al van bij de persconferenties over het Europese relanceplan rezen daarover meningsverschillen tussen de spaarzame en de voluntaristische lidstaten.

Politieke sturing van de economie vergt eensgezindheid over economische winnaars en verliezers. Budgettaire herverdeling binnen Europa vergt eensgezindheid over de termen en de grenzen van solidariteit. Die politieke harmonie is er helemaal niet. De coronadeal is er maar gekomen dankzij kortingen op de lidmaatschapsbijdragen van de zuinige landen en het verwateren van de rechtsstaat als Europese kernwaarde voor balorige lidstaten. Over doeleinden en modaliteiten moet de discussie nog beginnen.

Net als internationale handel was de interne markt een haalbaar Europees project omdat het alleen de consensus van overheidsonthouding inhield. De Unie ambieert nu een consensus van overheidsinmenging. Dat lijkt onhaalbaar. We kennen in België het risico van asymmetrische politisering en ondoorzichtige solidariteit. Die verenigt niet, maar verdeelt. Als de Unie niet oplet, dreigt het Europese coronaplan de verdeeldheid binnen de Unie nog te verdiepen.

Als de zuinige landen hun vertrouwen beschaamd zien, als de armere landen hun verwachtingen bedrogen vinden, als Polen en Hongarije vrijuit autoritair kunnen gaan, dan dreigt nog meer conflict. De Unie is een weg ingeslagen die uiteindelijk moet leiden tot federaliseren of tot afsplitsen, misschien wel tot beide.

Voor het eerst sinds lang staat de Europese Unie opnieuw voor actie in plaats van impasse. Maar de betekenis van het Europese coronaplan is meer politiek dan economisch. In verhouding tot de grootte van de Europese economie betekent 750 miljard euro minder dan 2 procent relancebudget per jaar gedurende drie budgetjaren. Dat is een fractie van wat nationale overheden aan relance besteden. Als de symboliek vooral politiek is, wat zijn dan de voornaamste politieke lessen?De Europese Commissie is de nieuwe Europese Centrale Bank. De ECB was tot op en over de limiet van haar mandaat gegaan in de monetaire ondersteuning van de Europese economie. De Commissie krijgt nu de opdracht met Europees schuldpapier en Europese belastingen een stimulusbudget te genereren en te verdelen. En passant wordt de muntunie gestut met een nieuw monetair instrument dat geparkeerd geld op de financiële markten richting de euro draineert. Het coronaplan is ook een europlan, een stap richting een volwassen muntunie, verpakt als een eenmalig crisisplan.De switch van goedkoop geld via de ECB naar relancegeld via de Commissie is een politieke revolutie voor de Unie. De ruggengraat van de Unie en de hoofdopdracht van de Europese Commissie was altijd de Europese interne markt. Het vrijmaken van grenzen, het scheiden van markt en staat, stonden daarbij centraal. De Unie is historisch vooral een marktmaker. Ze wordt nu een subsidiemachine en een schuldenfabriek. Corona verandert het politieke DNA van de Unie richting staatsgedreven economische ontwikkeling.De Unie als subsidiekraan heeft een lang verleden in de landbouw en in regionale investeringsprojecten en cohesiefondsen. Dat herverdelende subsidieverhaal was de politieke prijs voor de creatie van de interne markt. Zonder bescherming voor de boeren en de armere regio's was de eenheidsmarkt politiek onhaalbaar. Nu worden subsidies en overheidsprojecten de motor voor een toekomst van marktsturing en staatseconomie. Het Europese coronaplan bouwt voort op het redden van de banken na de bankencrisis, op de industriële politiek rond energie en technologie, op het Europese klimaatplan: allemaal plaatsen ze de overheid weer centraal als medium voor economische ontwikkeling. Die omslag kan grote consequenties hebben voor de politieke praxis van de Unie.Waaraan zal het relancegeld besteed worden? Onder welke voorwaarden van nationale beleidshervorming? Met welke garanties tegen verkwisting, corruptie en misbruik? Met welke methodes van rapportering en Europese controle? En wie mag over dat alles beslissen? Al van bij de persconferenties over het Europese relanceplan rezen daarover meningsverschillen tussen de spaarzame en de voluntaristische lidstaten. Politieke sturing van de economie vergt eensgezindheid over economische winnaars en verliezers. Budgettaire herverdeling binnen Europa vergt eensgezindheid over de termen en de grenzen van solidariteit. Die politieke harmonie is er helemaal niet. De coronadeal is er maar gekomen dankzij kortingen op de lidmaatschapsbijdragen van de zuinige landen en het verwateren van de rechtsstaat als Europese kernwaarde voor balorige lidstaten. Over doeleinden en modaliteiten moet de discussie nog beginnen.Net als internationale handel was de interne markt een haalbaar Europees project omdat het alleen de consensus van overheidsonthouding inhield. De Unie ambieert nu een consensus van overheidsinmenging. Dat lijkt onhaalbaar. We kennen in België het risico van asymmetrische politisering en ondoorzichtige solidariteit. Die verenigt niet, maar verdeelt. Als de Unie niet oplet, dreigt het Europese coronaplan de verdeeldheid binnen de Unie nog te verdiepen. Als de zuinige landen hun vertrouwen beschaamd zien, als de armere landen hun verwachtingen bedrogen vinden, als Polen en Hongarije vrijuit autoritair kunnen gaan, dan dreigt nog meer conflict. De Unie is een weg ingeslagen die uiteindelijk moet leiden tot federaliseren of tot afsplitsen, misschien wel tot beide.