Als er tegen 15 oktober geen handelsakkoord met de EU op tafel lag, dan hoefde het voor de Britse premier Boris Johnson niet meer. Dan werd het maar een brutaal afscheid van Europa. Of zelfs een vechtscheiding, nu de Europese Commissie bij het Europees Hof van Justitie een inbreukprocedure tegen Groot-Brittannië heeft opgestart. Johnson zwaait met nieuwe Britse wetten die indruisen tegen het scheidingsakkoord met de EU van vorig jaar.
...

Als er tegen 15 oktober geen handelsakkoord met de EU op tafel lag, dan hoefde het voor de Britse premier Boris Johnson niet meer. Dan werd het maar een brutaal afscheid van Europa. Of zelfs een vechtscheiding, nu de Europese Commissie bij het Europees Hof van Justitie een inbreukprocedure tegen Groot-Brittannië heeft opgestart. Johnson zwaait met nieuwe Britse wetten die indruisen tegen het scheidingsakkoord met de EU van vorig jaar. De sfeer had beter kunnen zijn bij een afscheid dat al pijnlijk genoeg is. Groot-Brittannië is 47 jaar lid geweest van de Europese Unie. Na de officiële uitstap van eind januari, loopt op 31 december ook de overgangsperiode ten einde, en staan de Britten helemaal buiten. Over wat ze verliezen, zijn eindeloze debatten gevoerd, tot ver buiten Groot-Brittannië. Europa was een stuk zelfgenoegzamer. De Britten hadden veel meer te verliezen, luidde het. Zij zagen de Europese Unie vooral als een lucratieve markt voor de eigen bedrijven. De nukkige eilandbewoners hadden nooit veel gevoeld voor de politieke droom van het eengemaakte Europa. Of Europa te veel gedroomd heeft, zal de geschiedenis uitwijzen. Op 1 januari 2021 wordt de Europese Unie wakker met een economie die 15 procent van haar omvang kwijt is, en een bevolking die 13 procent kleiner is. Een wereldstad als London zal enkel nog geografisch tot Europa behoren. Het zijn enkele voorbeelden van directe, tastbare verliezen. Maar het gemis gaat dieper dan dat. De verdediging van de mensenrechten wordt de grootste verliezer bij het vertrek van de Britten, meent Mathieu Segers, professor hedendaagse Europese geschiedenis aan de universiteit van Maastricht. Overal ter wereld takelt de steun voor de mensenrechten en de multilaterale samenwerking af, en net de Britten zijn belangrijke sterkhouders van die waarden. Hun vertrek verzwakt de EU, want Frankrijk en Duitsland hebben een minder goede reputatie en ook minder geloofwaardigheid op die terreinen, aldus Segers. "Het maakt het voor de EU ook moeilijk een vuist te maken tegen regimes die het niet nauw nemen met mensenrechten, zoals Rusland en China. Of, wie weet, binnenkort de Verenigde Staten." Groot-Brittannië was ook een grote voorvechter van een transparante, open en vrije markt. Hoeveel zal daarvan overblijven in de EU? Zal Europa overhellen naar het Duitse Rijnlandmodel, of zelfs het Franse staatsdirigisme? Daar zijn nu al tekenen van te zien, maar volgens Iain Begg, professor aan het European Institute van de London School of Economics, zal het zo'n vaart niet lopen. "Groot-Brittannië was altijd de lidstaat die het hardst hamerde op die thema's. Andere lidstaten konden zich daar handig achter verstoppen. Nu neemt Nederland, en in zijn zog enkele andere lidstaten, de fakkel over. Dat heeft de discussie over de Europese begroting en het coronaherstelplan aangetoond." Segers vindt dat niet slecht. "Die noordelijke lidstaten hebben de opdracht het Europese integratieproces aantrekkelijk te houden voor de Britten. Zij moeten ervoor zorgen dat de interne markt concurrentieel blijft, zodat de Britten zich daar niet graag van uitgesloten zien." Niet alleen Duitsland of Frankrijk, ook de Centraal- en Oost-Europese lidstaten zullen meer hun stempel drukken op Europa, denkt Begg. "Die landen zijn sterk ontwikkeld en hun welvaartsniveau is enorm gestegen. Ze zijn niet langer de arme kneusjes. Kijk maar naar hoe Polen zich verzet tegen de invoer van Russisch gas in Duitsland via de Nord Stream 2-pijpleiding." Het Britse vertrek heeft ook een pluspunt: het brengt nieuw leven in het Europese integratieproces, stelt Segers. "Decennialang was de integratie een kwestie van liberalisering en het wegnemen van belemmeringen. Dat discours is ten einde. De brexit is daar de bekroning van." Vanaf nu zal de Europese integratie ook een sociale reflex krijgen, verwacht Segers. "Dat betekent: als we liberaliseren, moeten ook de slachtoffers van die liberalisering gecompenseerd worden. Dat zie je in het debat over het Europese coronaherstelfonds. Voor die vorm van integratie zullen we de Britten niet missen." Door het Britse afscheid dreigt 25 tot 30 procent van de militaire capaciteit van de EU verloren te gaan. En dat is een probleem: het Britse militaire gewicht is "te klein voor Groot-Brittannië om alleen te staan, en te groot voor de EU om zonder te kunnen". Dat staat in een rapport dat werd gepubliceerd in de aanloop naar de jaarlijkse veiligheidsconferentie in München van 2018. Het rapport onderstreept ook het belang van de Britse defensie-industrie. Die mastodont is goed voor een omzet van 37 miljard Britse pond (40,6 miljard euro) en 360.000 banen. Het rapport looft ook de Britse militaire hightech en de investeringen in innovatie. En daar stopt het niet. "Groot- Brittannië was een van de belangrijkste stemmen in het Europese defensiebeleid", zegt professor Alexander Mattelaer, senior research fellow aan het Egmont Instituut en specialist in defensiebeleid, verbonden aan de VUB. "De versterking van de militaire slagkracht was voor de Britten zelfs een van de doelen van de Europese samenwerking. Groot-Brittannië heeft een groot defensiebudget en een goed uitgeruste krijgsmacht. Door zijn vertrek valt niet alleen het militaire gewicht van de EU gevoelig terug, ook de Britse impuls aan de Europese defensiesamenwerking gaat verloren. Anderzijds vertrekken de Britten op een moment dat in de Europese defensie- industrie een consolidatiegolf bezig is. De Europese meer- jarenbegroting voorziet in 7 tot 8 miljard euro om die consolidatie een handje toe te steken. Ze zal dus niet stilvallen zonder de Britten. En uiteraard zal Europa nog altijd met de Britten samenwerken, zowel bilateraal als in de NAVO." Als kernmacht en permanent lid van de Veiligheidsraad zijn de Britten ook een diplomatiek zwaargewicht. Zal de EU nu verzwakken op het diplomatieke toneel? "De brexit is een gamechanger, zowel intern als extern", voorspelt Mattelaer. "Intern konden we de Europese integratie decennialang verkopen als een succesverhaal. Strubbelingen en tegenslagen kwamen we altijd te boven. Met veel zin voor verbeelding kunnen we dat verhaal nog altijd vertellen, maar de Britse uitstap wordt een niet te onderschatten schok voor de interne cohesie van de Europese Unie. Die telt niet langer drie maar twee grootmachten. Frankrijk claimt duidelijk het politieke leiderschap, en zal de factuur desnoods doorsturen naar Duitsland. Kleinere landen, zoals Nederland en de Scandinavische landen, voelen zich verwant met de Britten, maar kunnen zich niet langer achter hun rug verschuilen. Dat kan tot spanningen leiden. Extern had de EU tot voor kort twee gecompliceerde buren, Rusland en Turkije. Daar komt nu ook Groot-Brittannië bij. Je kunt niet ontkennen dat onderhandelingen met de Britten veel diplomatieke bandbreedte verbruiken." Wetenschappers maken zich zorgen over de samenwerking met de Britse universiteiten na de brexit. Bovendien zijn er geldzorgen, te wijten aan de teruggeschroefde budgetten voor Horizon Europe. Dat Europese wetenschaps- en innovatieprogramma loopt van 2021 tot 2027 en is de opvolger van het bekende Horizon 2020. De Europese meerjarenbegroting had er 120 miljard euro voor veil, maar op aansturen van de lidstaten is dat bedrag verminderd tot 80,9 miljard euro. Volgens het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) komt dat voor de Vlaamse onderzoekswereld neer op een aderlating van 130 miljoen euro. En dat heeft ook gevolgen voor de samenwerking met de Britse vorsers. Vlaamse onderzoekers werken vaak samen met Groot-Brittannië. Van de achttien co-financieringen van het FWO in de zogenoemde European Research Area Networks hebben er tien Groot-Brittannië als partner. Hans Willems, de secretaris-generaal van het FWO, is er niet gerust in, maar blijft diplomatisch: "Voor ons wetenschappelijk onderzoek is het uiterst belangrijk dat we ook na 1 januari kunnen samenwerken met de Britse onderzoekers. De financieringsverbintenissen voor onderzoek zijn voorlopig gegarandeerd. Wat de toekomst brengt, weten we niet. Daarvoor is het wachten op de uitkomst van de onderhandelingen." Er staat met andere woorden veel op het spel. Met 7 procent van de wereldbevolking tekent Europa voor een derde van alle wetenschappelijke publicaties. Je hoeft geen genie te zijn om te beseffen dat het vertrek van universiteiten als Oxford en Cambridge een zwaar verlies zou betekenen. "Het is een vicieuze cirkel", zegt de Leuvense professor Reinhilde Veugelers, co-auteur van het rapport van de denktank Bruegel over de postbrexitscenario's voor onderzoek en ontwikkeling. "Het belang van de sterke Britse universiteiten voor het continent zit niet alleen in academische samenwerkingsverbanden, maar ook in onze instroom van studenten en onderzoekers. Omgekeerd, is de stroom van continentale onderzoekers naar de Britse universiteiten net zo belangrijk. De instellingen in Groot- Brittannië zijn top, omdat ze kunnen rekruteren in Europa. En ze kunnen daar rekruteren omdat ze top zijn. Afhankelijk van het brexitakkoord wordt dat minder vanzelfsprekend. Beide kanten verliezen." Met geassocieerde landen, zoals Noorwegen, Zwitserland of Israël, is het relatief makkelijk Europese samenwerkingsprogramma's op te zetten. Samenwerkingen met landen zonder die bevoorrechte status liggen moeilijker. De toekomstige status van Groot-Brittannië is nog onduidelijk. Het is afwachten in hoeverre het land toegang krijgt tot het geld van de Europese kaderprogramma's voor gezamenlijk onderzoek. "Die programma's gaven een boost aan de academische samenwerkingen, vooral dankzij de beschikbaarheid van een stabiele financiering", zegt Veugelers. "De aanhoudende onzekerheid is dus slecht. Onderzoekers beginnen alternatieven te zoeken. Maar er spelen ook politieke overwegingen. Groot-Brittannië wil de beste talenten blijven aantrekken, terwijl Europa die niet graag ziet vertrekken. Dan is een oorlog om talent niet veraf." De EU heeft decennialang 's werelds belangrijkste financiële centrum aan boord gehad. De Londense City is pas in juni jongstleden van de troon gestoten door Wall Street. Vorig jaar leverde de Britse financiële sector nog meer dan 110 miljard dollar aan toegevoegde waarde. Londen blijft wereldwijd de belangrijkste markt voor wisselkoerstransacties, obligaties en derivaten. Meer dan 90 procent van de handel in wisselkoersderivaten en renteswaps bijvoorbeeld - een markt van meer dan 700.000 miljard euro per jaar - gebeurt in Londen, stelt Karel Lannoo, de CEO van de denktank CEPS en expert in financiële markten. "Banken, pensioenfondsen en grote bedrijven dekken wisselkoers- en renteschommelingen af met dat soort derivaten." Die transacties kunnen nog tot eind 2022 in Londen blijven, dankzij een akkoord tussen de Britse en de Europese financiële regelgevers. "Daardoor brengt de brexit de stabiliteit van de financiële markten niet in gevaar", zegt Rebecca Christie, onderzoeker aan de denktank Bruegel. Welke regeling er na 2022 komt, is nog niet duidelijk. Alle kenners van de financiële sector zijn het er wel over eens dat het continent niet de juiste mensen of voldoende kennis heeft om de rol van Londen zomaar over te nemen. Frankrijk heeft lang gedacht dat het een groot deel van de derivatenmarkt naar Parijs zou kunnen halen, maar dat lukt niet. "Daar heb je kritische massa voor nodig, en die verplaats je zomaar niet. Je moet voldoende business hebben om die markt te doen draaien", stelt Lannoo. "Het handelsvolume op de Europese financiële markten is veel kleiner, en er zijn veel minder investeringsmogelijkheden", voegt Christie eraan toe. Blijft er een link tussen Londen en de Europese financiële markten, dan zal die sowieso tot meer regels en toezicht leiden. "Dat betekent extra kosten, die kunnen doorsijpelen tot bij de eindklant, al dan niet rechtstreeks. Denk aan een lager rendement op je pensioenfonds", zegt Christie. Als de City uit beeld verdwijnt, dan zullen vooral de grootbanken in Europa hun stempel drukken, vreest Lannoo. "In Londen zijn de belangen van de financiële sector heel divers. Het gaat om vermogensbeheerders, handelsplatformen, derivatenhandelaars, verzekeraars enzovoort. In de EU daarentegen wegen vooral de belangen van een aantal bankconglomeraten zwaar." Dat staat haaks op de Europese kapitaalmarktenunie, die de Europese Commissie gelanceerd heeft in 2016. "De brexit kan voor de EU een kans zijn, om voor zichzelf uit te maken hoe die kapitaalmarktenunie er moet uitzien", stelt Rebecca Christie van Bruegel. Karel Lannoo ziet het niet de goede kant opgaan. "De bankenlobby is veel te sterk in Europa. Er is geen enkele aanmoediging meer voor spaarders en beleggers om in risicokapitaal te investeren. Daar heb je een concurrentiële financiële markt voor nodig in de EU, maar de plannen daarvoor zijn ondermaats."Eén cijfer vat goed samen wat de Europese economie verliest, als opnieuw tolmuren ontstaan tussen de EU en Groot-Brittannië. De Leuvense professor economie Hylke Vandenbussche berekende dat dan 1,2 miljoen banen verloren gaan. De Europeanen vergeten nogal eens dat Groot-Brittannië na Duitsland de grootste economie van Europa is, groter dan Frankrijk. Na decennia van vrij handelsverkeer met het vasteland behoren de Britten tot het economische hart van Europa. Invoertarieven, douaneformaliteiten en andere handelsbelemmeringen zullen die economische verwevenheid ontrafelen, en dat heeft een prijs. In verhouding zal de Britse economie bij een harde brexit nog meer banen verliezen: 526.000. Maar daar hebben de EU-lidstaten die veel handel drijven met het VK, weinig boodschap aan. Voor de Belgische economie staan 42.000 banen op de tocht, waarvan 28.000 in Vlaanderen. Daar zou de voedingssector het zwaarst getroffen worden, met 3200 bedreigde banen. In de Britse winkels lagen vorig jaar voor 2,1 miljard euro Belgische voedingsproducten. Invoertarieven zouden de Belgische voedingsindustrie jaarlijks 321 miljoen euro kosten, berekende de sectorfederatie Fevia. Onze verstrengeling met de Britten loopt ook via minder zichtbare kanalen. De Britse nijverheid haalt 16 procent van haar componenten op het Europese vasteland, zodat een gemiddeld Brits product voor een tiende Europees is, zo berekende het Britse economisch onderzoeksbureau Capital Economics. De economie van de andere lidstaten profiteert dus van Groot-Brittannië, ook de Belgische economie. Bijna 3 procent van het Belgische bbp is te danken aan de Britse vraag, berekende de Nationale Bank in 2016. Daar stopt het welvaartseffect niet. Handel stimuleert de concurrentie, wat bedrijven aanzet tot innovatie. Bedrijven komen in het buitenland in contact met nieuwe ideeën en technologieën. Dat alles verhoogt de productiviteit, en dus de groei. We houden de lijn met Groot-Brittannië maar beter open, want het is de vierde meest innovatieve economie ter wereld, aldus de Global Innovation Index 2020, samengesteld door Cornell University, Insead en de Wereldorganisatie voor Intellectuele Eigendom. De Britse economie wordt echt niet het kneusje van Europa.