Covid-19 heeft de Belgische overheid financieel helemaal uitgekleed. Zelfs als de crisis straks vervaagt tot een nare herinnering, blijft de begroting achter met een structureel tekort van 6 procent en torsen we een overheidsschuld van 120 procent van het bbp.

Met de welgekomen steun van de Europese Centrale Bank bedekken de lage rentevoeten de schuldgraad met de mantel der liefde, maar het structurele tekort van 6 procent is niet houdbaar, zegt de Nationale Bank. Er is geen buffer meer om een volgende schok op te vangen. De Belgische overheid gaat als een keizer zonder kleren de volgende recessie, pandemie of andere onaangename verrassing tegemoet. Op dat ogenblik dreigt de regering weinig andere keuze te hebben dan brutaal te saneren op een slecht moment. De financiële markten of Europa, of allebei, zullen ons dan verplichten om te doen wat we al jarenlang nalaten. De voorbije tien jaar is er amper gesaneerd of hervormd.

De Belgische overheid gaat als een keizer zonder kleren de volgende recessie tegemoet.

Ook de volgende jaren staat er weinig spectaculairs op het programma. In het federale regeerakkoord staan amper hervormingen die naam waardig. Het begrotingsbeleid mist geloofwaardigheid. In de schaduw van de crisis blijven de coalitiepartners PS en Ecolo dromen van een ondoordachte en onbetaalbare sinterklaaspolitiek. Alsof historisch hoge overheidsuitgaven, die ook na de crisis boven 55 procent van het bbp kamperen, de normaalste zaak van de wereld zijn en ruimte laten voor budgettaire avonturen.

Alsof de regering niet eerst moet kijken naar de kwaliteit van de overheidsuitgaven, want dat is hét pijnpunt in België. De druk om de tering naar de nering te zetten zal echter pas toenemen als de crisis voorbij is en als het herstel voldoende wortel heeft geschoten. Tegen dan doemen de volgende verkiezingen aan de horizon op en zal de regering zeker geen grote dadendrang durven te tonen. Vivaldi erfde een krakkemikkige staatskas, maar zal die nog verder soldaat maken. En dat is lang niet alleen de schuld van covid-19.

Covid-19 heeft de Belgische overheid financieel helemaal uitgekleed. Zelfs als de crisis straks vervaagt tot een nare herinnering, blijft de begroting achter met een structureel tekort van 6 procent en torsen we een overheidsschuld van 120 procent van het bbp. Met de welgekomen steun van de Europese Centrale Bank bedekken de lage rentevoeten de schuldgraad met de mantel der liefde, maar het structurele tekort van 6 procent is niet houdbaar, zegt de Nationale Bank. Er is geen buffer meer om een volgende schok op te vangen. De Belgische overheid gaat als een keizer zonder kleren de volgende recessie, pandemie of andere onaangename verrassing tegemoet. Op dat ogenblik dreigt de regering weinig andere keuze te hebben dan brutaal te saneren op een slecht moment. De financiële markten of Europa, of allebei, zullen ons dan verplichten om te doen wat we al jarenlang nalaten. De voorbije tien jaar is er amper gesaneerd of hervormd. Ook de volgende jaren staat er weinig spectaculairs op het programma. In het federale regeerakkoord staan amper hervormingen die naam waardig. Het begrotingsbeleid mist geloofwaardigheid. In de schaduw van de crisis blijven de coalitiepartners PS en Ecolo dromen van een ondoordachte en onbetaalbare sinterklaaspolitiek. Alsof historisch hoge overheidsuitgaven, die ook na de crisis boven 55 procent van het bbp kamperen, de normaalste zaak van de wereld zijn en ruimte laten voor budgettaire avonturen. Alsof de regering niet eerst moet kijken naar de kwaliteit van de overheidsuitgaven, want dat is hét pijnpunt in België. De druk om de tering naar de nering te zetten zal echter pas toenemen als de crisis voorbij is en als het herstel voldoende wortel heeft geschoten. Tegen dan doemen de volgende verkiezingen aan de horizon op en zal de regering zeker geen grote dadendrang durven te tonen. Vivaldi erfde een krakkemikkige staatskas, maar zal die nog verder soldaat maken. En dat is lang niet alleen de schuld van covid-19.