Het was diep buigen en soms barsten in het tweede kwartaal, maar de zomer bracht beterschap. Diverse conjunctuurindicatoren tonen de verhoopte V-vorm. De Belgische ondernemers bijvoorbeeld hebben de wanhoop van de lentemaanden van zich afgeschud. In Duitsland gingen de fabrieksorders steil omhoog. Zelfs het vertrouwen van de Italiaanse werkgevers herstelde zich wonderbaarlijk. De Amerikaanse dienstensector groeit opnieuw. In de Chinese economie, die in deze vermaledijde coronacyclus enkele maanden vooroploopt, is het bijna business as usual. Zo kunnen we nog even doorgaan, en het is allemaal iets beter dan verwacht. Maar voor de V van Victorie is het nog veel te vroeg.

Het vervolg belooft een pak lastiger te worden. Verschillende coronagevoelige sectoren, zoals horeca, cultuur of de evenementenbusiness, zullen nog maanden lijden onder de maatregelen die de verspreiding van het virus moeten afremmen. Een economie die maar op 90 procent, of straks misschien 95 procent, van haar mogelijkheden kan of mag draaien, kan onmogelijk aanknopen met groeicijfers die de geleden schade herstellen. Het verschil tussen wat de economie kan produceren en wat de economie mag produceren blijft gigantisch. De Belgische economie komt dat op een miljardenfactuur te staan.

Het prille herstel kan zich ook moeilijk doorzetten omdat een cruciale hoofdrolspeler nog niet thuis geeft. De consument laat het geld niet rollen. De sneller dan verwachte heropflakkering van het virus in de zomer heeft het consumentenvertrouwen opnieuw onderuit geschopt richting de dieptepunten van april. De Nationale Bank wijst naar de vrij algemene mondmaskerplicht en de verkleinde sociale bubbel als delen van de verklaring. Ook de rauwe economische realiteit eist haar tol. De consument weet dat heel wat bedrijven overleven dankzij de gratie van de steunmaatregelen, en weet dat in het najaar een golf van werkloosheid dreigt. Deze tweede golf van consumentenwanhoop is geen louter Belgisch fenomeen. Ook in de buurlanden blijft de appetijt om te spenderen bedroevend laag. In de Verenigde Staten zakte het vertrouwen na een korte opleving opnieuw in. Zelfs China wacht nog altijd op een volwaardige comeback van de consument om het herstel op een gezonde leest te schoeien.

De Belgische economie is een risicopatiënt.

Hoe beur je de consument op, zonder het virus opnieuw vrije baan te geven? Landen die deze delicate evenwichtsoefening het beste onder de knie krijgen, hebben de grootste kans om de verdere schade te beperken. In België is dat evenwicht nog niet gevonden. De tweede besmettingsgolf, die amper zichtbaar is in het aantal ziekenhuisopnames of de oversterfte, diende 'koste wat het kost' neergeslagen te worden. Een exponentieel proces als een virusuitbraak leg je inderdaad beter meteen stil, en de maatregelen hebben wellicht een ontwrichtende virusuitbraak voorkomen, maar de 'koste wat het kost' verdient meer aandacht en debat. De term 'kosten-batenanalyse' valt veel te weinig. Hoeveel kosten sommige maatregelen en wat brengen ze op, zowel voor de volksgezondheid als voor de economie? Het blijft hemeltergend dat dit land nog altijd de botte bijl moet hanteren omdat het de precisiechirurgie niet onder de knie heeft. Lockdowns kosten nochtans een veelvoud van een doeltreffende opsporing en indijking van het virus. In haar coronabeleid overtreft de Belgische overheid zichzelf in negatieve zin: het kan allemaal véél efficiënter.

De virologen en de politici lijken niet altijd te beseffen dat de Belgische economie een risicopatiënt is. Met haar zwakke groei, haar verouderende bevolking, haar verstarde instituten en haar wankele overheidsfinanciën is dit land bijzonder kwetsbaar voor een langdurige crisis. Sleept de crisis aan, dan dreigt tijdelijke werkloosheid te muteren in langdurige werkloosheid. Dan zijn er opnieuw tienduizenden permanent verloren voor de arbeidsmarkt. Sleept de crisis aan, dan zullen bedrijven langer aarzelen om te investeren, wat nog meer op de zwakke groei zal wegen. Sleept de crisis aan, dan dreigen de overheidsfinanciën helemaal kopje-onder te gaan. België zal snel beter moeten leren te dansen met het virus, of het wordt buigen én barsten.

Het was diep buigen en soms barsten in het tweede kwartaal, maar de zomer bracht beterschap. Diverse conjunctuurindicatoren tonen de verhoopte V-vorm. De Belgische ondernemers bijvoorbeeld hebben de wanhoop van de lentemaanden van zich afgeschud. In Duitsland gingen de fabrieksorders steil omhoog. Zelfs het vertrouwen van de Italiaanse werkgevers herstelde zich wonderbaarlijk. De Amerikaanse dienstensector groeit opnieuw. In de Chinese economie, die in deze vermaledijde coronacyclus enkele maanden vooroploopt, is het bijna business as usual. Zo kunnen we nog even doorgaan, en het is allemaal iets beter dan verwacht. Maar voor de V van Victorie is het nog veel te vroeg.Het vervolg belooft een pak lastiger te worden. Verschillende coronagevoelige sectoren, zoals horeca, cultuur of de evenementenbusiness, zullen nog maanden lijden onder de maatregelen die de verspreiding van het virus moeten afremmen. Een economie die maar op 90 procent, of straks misschien 95 procent, van haar mogelijkheden kan of mag draaien, kan onmogelijk aanknopen met groeicijfers die de geleden schade herstellen. Het verschil tussen wat de economie kan produceren en wat de economie mag produceren blijft gigantisch. De Belgische economie komt dat op een miljardenfactuur te staan.Het prille herstel kan zich ook moeilijk doorzetten omdat een cruciale hoofdrolspeler nog niet thuis geeft. De consument laat het geld niet rollen. De sneller dan verwachte heropflakkering van het virus in de zomer heeft het consumentenvertrouwen opnieuw onderuit geschopt richting de dieptepunten van april. De Nationale Bank wijst naar de vrij algemene mondmaskerplicht en de verkleinde sociale bubbel als delen van de verklaring. Ook de rauwe economische realiteit eist haar tol. De consument weet dat heel wat bedrijven overleven dankzij de gratie van de steunmaatregelen, en weet dat in het najaar een golf van werkloosheid dreigt. Deze tweede golf van consumentenwanhoop is geen louter Belgisch fenomeen. Ook in de buurlanden blijft de appetijt om te spenderen bedroevend laag. In de Verenigde Staten zakte het vertrouwen na een korte opleving opnieuw in. Zelfs China wacht nog altijd op een volwaardige comeback van de consument om het herstel op een gezonde leest te schoeien.Hoe beur je de consument op, zonder het virus opnieuw vrije baan te geven? Landen die deze delicate evenwichtsoefening het beste onder de knie krijgen, hebben de grootste kans om de verdere schade te beperken. In België is dat evenwicht nog niet gevonden. De tweede besmettingsgolf, die amper zichtbaar is in het aantal ziekenhuisopnames of de oversterfte, diende 'koste wat het kost' neergeslagen te worden. Een exponentieel proces als een virusuitbraak leg je inderdaad beter meteen stil, en de maatregelen hebben wellicht een ontwrichtende virusuitbraak voorkomen, maar de 'koste wat het kost' verdient meer aandacht en debat. De term 'kosten-batenanalyse' valt veel te weinig. Hoeveel kosten sommige maatregelen en wat brengen ze op, zowel voor de volksgezondheid als voor de economie? Het blijft hemeltergend dat dit land nog altijd de botte bijl moet hanteren omdat het de precisiechirurgie niet onder de knie heeft. Lockdowns kosten nochtans een veelvoud van een doeltreffende opsporing en indijking van het virus. In haar coronabeleid overtreft de Belgische overheid zichzelf in negatieve zin: het kan allemaal véél efficiënter.De virologen en de politici lijken niet altijd te beseffen dat de Belgische economie een risicopatiënt is. Met haar zwakke groei, haar verouderende bevolking, haar verstarde instituten en haar wankele overheidsfinanciën is dit land bijzonder kwetsbaar voor een langdurige crisis. Sleept de crisis aan, dan dreigt tijdelijke werkloosheid te muteren in langdurige werkloosheid. Dan zijn er opnieuw tienduizenden permanent verloren voor de arbeidsmarkt. Sleept de crisis aan, dan zullen bedrijven langer aarzelen om te investeren, wat nog meer op de zwakke groei zal wegen. Sleept de crisis aan, dan dreigen de overheidsfinanciën helemaal kopje-onder te gaan. België zal snel beter moeten leren te dansen met het virus, of het wordt buigen én barsten.