Eind oktober publiceerde het Rekenhof zijn "26ste boek over de rekeningen van het Brussels Gewest". Het is een amper verholen aanklacht op het financiële wanbeleid van dat beleidsniveau. Ten eerste wijst het Rekenhof op de grote tekorten en de stijgende schuld van de publieke financiën van het Gewest. Het tekort bedraagt dit jaar 1,4 miljard euro, of 34 procent van de ontvangsten. Dat is minder dan de oorspronkelijk geraamde 2 miljard euro, maar ook niet echt om vrolijk van te worden.

Het aanhoudende deficit heeft desastreuze gevolgen voor de schuldgraad van het Gewest. Eind vorig jaar beliep de geconsolideerde brutoschuld 8,9 miljard euro. Ze omvat de directe schuld (6,4 miljard euro) en de indirecte schuld (2,5 miljard euro). "De toename van de directe schuld volgens het Agentschap van de Schuld (+117 % in de periode 2016-2020) vloeit hoofdzakelijk voort uit de noodzaak voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om zijn opeenvolgende begrotingstekorten te dekken. In 2020 groeide het tekort nog aan als gevolg van de impact van de gezondheidscrisis", stelt het Rekenhof. "De schuldgraad - de verhouding tussen de geconsolideerde brutoschuld en de totale ontvangsten - beloopt 179,3 procent voor het boekjaar 2020."

De precaire budgettaire toestand was al een tijdje voorspeld. Eind september vergeleek KBC-econoom Johan Van Gompel de begrotingscijfers van de verschillende deelregeringen. Die van Brussel stonden er het slechtst voor. het gewest liet in 2020 een tekort van 25,8 procent van de inkomsten optekenen. Dat is ruim het dubbele van Vlaanderen en Wallonië, waar het tekort respectievelijk 10,9 en 11,6 procent van de ontvangsten bedroeg.

Drie nullen verkeerd

Nog meer dan de precaire budgettaire toestand ergert het Rekenhof zich aan de blunders, fouten, slordigheden en onterechte uitgaven in de Brusselse rekeningen. Zo krijgen enkele Brusselse topambtenaren een salariswagen terwijl daar geen enkele wettelijke grondslag voor bestaat. Er wordt ook voorbehoud gemaakt bij de rekeningen van allerlei Brusselse overheidsinstellingen. Het strafste is echter de kritiek van het Rekenhof dat de diensten van het Brussels Gewest een bedrag van 777.000 euro boekten in plaats van 777 miljoen euro. Drie nullen verkeerd dus. Niet meer dan logisch dat het Rekenhof de handen afhoudt van de Brusselse rekeningen en weigert die te valideren. Het is een desavouering die aantoont dat Brussel weinig meer is dan een bananenrepubliek.

In een reactie aan De Tijd beloofde Brussels minister van Financiën en Begroting Sven Gatz (Open Vld) "beterschap". Een sense of urgency is er blijkbaar niet. Dat is er in Brussel nooit geweest, ook op andere domeinen niet. Het armoedebeleid, wat toch een prioriteit moet zijn in een gewest met een diverse bevolking en een dalende welvaart, is een ramp. Het armoederisico ligt in Brussel op een fenomenaal hoge 37,8 procent. In Vlaanderen is dat 13,2 procent.

We zijn het bijna vergeten, maar de Brusselse vaccinatieaanpak tegen corona is en blijft ondermaats. Bevoegd gezondheidsminister Alain Maron (Ecolo) kreeg zelfs van de meerderheidspartijen in de commissie van het Brussels Parlement kritiek voor zijn vaccinatiebeleid, maar hij trekt er zich niets van aan.

De Brusselse beleidsploeg wordt bevolkt door indolente figuren en heeft veel weg van een operetteregering. Tenzij wanneer men geld nodig heeft. Dan staat een Sven Gatz snel op de barricaden en eist hij dat Brussel wegens zijn hoofdstedelijke functie meer geld nodig heeft en dat de vele pendelaars een deel van hun belastingen op de werkplaats moeten betalen. Volgens de Brusselse regering zou dat de ideale manier zijn om de regionale financiën weer gezond te krijgen. Gatz en co. vergeten daarbij dat Brussel jaarlijks al honderden miljoenen euro's krijgen voor de hoofdstedelijke functie (geld van Beliris), een compensatie voor de Europese ambtenaren die hier geen belasting betalen en een vergoeding voor de kosten van de pendelaars. Bij de vorige staatshervorming van 2011 werd de herfinanciering van Brussel afgeklopt, wat neerkwam op een financiële reddingsoperatie of een bail-out. Een decennium later staat het gewest financieel opnieuw met de rug tegen de muur.

Eind oktober publiceerde het Rekenhof zijn "26ste boek over de rekeningen van het Brussels Gewest". Het is een amper verholen aanklacht op het financiële wanbeleid van dat beleidsniveau. Ten eerste wijst het Rekenhof op de grote tekorten en de stijgende schuld van de publieke financiën van het Gewest. Het tekort bedraagt dit jaar 1,4 miljard euro, of 34 procent van de ontvangsten. Dat is minder dan de oorspronkelijk geraamde 2 miljard euro, maar ook niet echt om vrolijk van te worden.Het aanhoudende deficit heeft desastreuze gevolgen voor de schuldgraad van het Gewest. Eind vorig jaar beliep de geconsolideerde brutoschuld 8,9 miljard euro. Ze omvat de directe schuld (6,4 miljard euro) en de indirecte schuld (2,5 miljard euro). "De toename van de directe schuld volgens het Agentschap van de Schuld (+117 % in de periode 2016-2020) vloeit hoofdzakelijk voort uit de noodzaak voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om zijn opeenvolgende begrotingstekorten te dekken. In 2020 groeide het tekort nog aan als gevolg van de impact van de gezondheidscrisis", stelt het Rekenhof. "De schuldgraad - de verhouding tussen de geconsolideerde brutoschuld en de totale ontvangsten - beloopt 179,3 procent voor het boekjaar 2020."De precaire budgettaire toestand was al een tijdje voorspeld. Eind september vergeleek KBC-econoom Johan Van Gompel de begrotingscijfers van de verschillende deelregeringen. Die van Brussel stonden er het slechtst voor. het gewest liet in 2020 een tekort van 25,8 procent van de inkomsten optekenen. Dat is ruim het dubbele van Vlaanderen en Wallonië, waar het tekort respectievelijk 10,9 en 11,6 procent van de ontvangsten bedroeg.Nog meer dan de precaire budgettaire toestand ergert het Rekenhof zich aan de blunders, fouten, slordigheden en onterechte uitgaven in de Brusselse rekeningen. Zo krijgen enkele Brusselse topambtenaren een salariswagen terwijl daar geen enkele wettelijke grondslag voor bestaat. Er wordt ook voorbehoud gemaakt bij de rekeningen van allerlei Brusselse overheidsinstellingen. Het strafste is echter de kritiek van het Rekenhof dat de diensten van het Brussels Gewest een bedrag van 777.000 euro boekten in plaats van 777 miljoen euro. Drie nullen verkeerd dus. Niet meer dan logisch dat het Rekenhof de handen afhoudt van de Brusselse rekeningen en weigert die te valideren. Het is een desavouering die aantoont dat Brussel weinig meer is dan een bananenrepubliek.In een reactie aan De Tijd beloofde Brussels minister van Financiën en Begroting Sven Gatz (Open Vld) "beterschap". Een sense of urgency is er blijkbaar niet. Dat is er in Brussel nooit geweest, ook op andere domeinen niet. Het armoedebeleid, wat toch een prioriteit moet zijn in een gewest met een diverse bevolking en een dalende welvaart, is een ramp. Het armoederisico ligt in Brussel op een fenomenaal hoge 37,8 procent. In Vlaanderen is dat 13,2 procent.We zijn het bijna vergeten, maar de Brusselse vaccinatieaanpak tegen corona is en blijft ondermaats. Bevoegd gezondheidsminister Alain Maron (Ecolo) kreeg zelfs van de meerderheidspartijen in de commissie van het Brussels Parlement kritiek voor zijn vaccinatiebeleid, maar hij trekt er zich niets van aan.De Brusselse beleidsploeg wordt bevolkt door indolente figuren en heeft veel weg van een operetteregering. Tenzij wanneer men geld nodig heeft. Dan staat een Sven Gatz snel op de barricaden en eist hij dat Brussel wegens zijn hoofdstedelijke functie meer geld nodig heeft en dat de vele pendelaars een deel van hun belastingen op de werkplaats moeten betalen. Volgens de Brusselse regering zou dat de ideale manier zijn om de regionale financiën weer gezond te krijgen. Gatz en co. vergeten daarbij dat Brussel jaarlijks al honderden miljoenen euro's krijgen voor de hoofdstedelijke functie (geld van Beliris), een compensatie voor de Europese ambtenaren die hier geen belasting betalen en een vergoeding voor de kosten van de pendelaars. Bij de vorige staatshervorming van 2011 werd de herfinanciering van Brussel afgeklopt, wat neerkwam op een financiële reddingsoperatie of een bail-out. Een decennium later staat het gewest financieel opnieuw met de rug tegen de muur.