Economie wordt weleens de sombere wetenschap genoemd. Zo bedacht de Amerikaanse econoom Arthur Okun de misery-index. Die meet de economische ellende van een land door de werkloosheidsgraad en de inflatie samen te tellen. Die index is de voorbije jaren in onbruik geraakt doordat de inflatie van het toneel is verdwenen en de werkgelegenheidsgraad een veel belangrijkere indicator is geworden dan de werkloosheidsgraad. De misery-index is een kind van de stagflatie van de jaren zeventig, toen de westerse economie werd geplaagd door een hoge inflatie en werkloosheid. Vandaag heeft de samenleving andere katten te geselen.
...

Economie wordt weleens de sombere wetenschap genoemd. Zo bedacht de Amerikaanse econoom Arthur Okun de misery-index. Die meet de economische ellende van een land door de werkloosheidsgraad en de inflatie samen te tellen. Die index is de voorbije jaren in onbruik geraakt doordat de inflatie van het toneel is verdwenen en de werkgelegenheidsgraad een veel belangrijkere indicator is geworden dan de werkloosheidsgraad. De misery-index is een kind van de stagflatie van de jaren zeventig, toen de westerse economie werd geplaagd door een hoge inflatie en werkloosheid. Vandaag heeft de samenleving andere katten te geselen. We bedachten daarom een index die de ellende in covid-19-tijden meet. Verwacht geen waterdichte wetenschappelijke maatstaf; dat is de misery-index ook niet. Zie de index als een indicatie van hoe zwaar een land wordt getroffen door het virus. We berekenden de index voor de 27 lidstaten van de Europese Unie, aangevuld met het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland, Noorwegen, de Verenigde Staten en China. België staat op een tweede plaats in die index. Enkel Spanje kreeg meer ellende over zich heen. Covid-19 treft een land in grote lijnen op drie manieren: er is de aanslag op de volksgezondheid, de beperking van onze vrijheid en de zware economische crisis. Voor elk van die factoren maken we een index, vervolgens tellen we de scores bij elkaar op. Die som levert de ellende-index in coronatijden op. Voor de index die de aanslag op de volksgezondheid meet, doen we een beroep op het cumulatieve aantal bevestigde covid-19-doden tot 6 december 2020, per miljoen inwoners. Het land met het hoogste aantal doden krijgt de score van 100. De andere landen krijgen een score die in verhouding staat tot het slechtste cijfer. Een land met 20 procent minder coronadoden krijgt een score van 80, een land met 50 procent minder doden een score van 50. België staat eenzaam aan de leiding in dat klassement. Het aantal bevestigde overlijdens is opgelopen tot bijna 1500 per miljoen inwoners. In het land op de tweede plaats, Italië, blijft het aantal beperkt tot 1000 per miljoen inwoners. Het is wel bekend dat België iets te enthousiast covid-19 als doodsoorzaak heeft aangevinkt en dat andere landen hun aantal doden hebben onderschat. De realiteit is dus genuanceerd. Maar als we die cijfers controleren voor de oversterfte, blijft België tot de zwaarst getroffen landen behoren. Tijdens de tweede golf lag de piek van de oversterfte het hoogst in België. Tijdens de eerste golf lag die enkel hoger in Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Als we het officiële aantal Belgische covid-19-doden corrigeren tot op het niveau van Spanje, komen we in de ellende-index uit op een derde plaats, ongeveer gelijk met Frankrijk, en gaat ook Italië ons nog voor. In China, de bakermat van het virus, ligt het cumulatieve aantal covid-19-doden per miljoen inwoners intussen op drie. De analyse is al vaak gemaakt waarom België zo zwaar getroffen is. Als dichtbevolkt land met veel grensverkeer is België kwetsbaar voor een pandemie. Maar dat schoentje past ook Nederland, terwijl het aantal doden daar beperkt bleef tot 568 per miljoen inwoners. Het beleid heeft hier dus ook gefaald, door te laat te reageren op oplopende besmettingscijfers en besmettingshaarden onvoldoende te detecteren. Overal ter wereld moesten de overheden maatregelen nemen om de besmettingscurves neer te slaan. Vooral in het voorjaar werd de botte bijl bovengehaald en regende het lockdowns in Europa. Tussen de golven door kon het beleid worden versoepeld, maar de voorbije maanden zitten we opnieuw in een lockdown, al is die van het najaar soepeler dan die in het voorjaar. Hier gebruiken we de index van de Universiteit van Oxford. Die universiteit berekent een strengheidsindex op basis van de maatregelen die de overheden nemen om de verspreiding van het virus in te dijken, zoals het sluiten van werkplekken, scholen en winkels, het verbieden van evenementen, de beperking van de sociale contacten, de inperking van de bewegingsvrijheid en het aan banden leggen van het reisverkeer. De Universiteit van Oxford berekent de index per week, maar om een beeld te krijgen van de vrijheidsbeperkingen over heel 2020, nemen we het gemiddelde van de index als score. Het zal niet verbazen dat China het kordaatst heeft opgetreden tegen de verspreiding van het virus. Het krijgt voor dat criterium de maximale indexscore van 100. Bekeken over heel 2020 zijn in Europa Italië, Portugal en Spanje het strengst geweest. België staat in de Europese Unie op de zevende plaats. Gezien het hoge aantal besmettingen, ziekenhuisopnames en doden zijn we over heel 2020 relatief soepel gebleven. Vooral de versoepelingen in de zomer, die tot diep in september in voege bleven, haalden onze score naar beneden. Voor die relatieve vrijheid betaalden we een hoge prijs in de vorm van een zware besmettingsgolf in het najaar. Deze index zegt niets over de kwaliteit van het beleid. Duitsland haalt een veel beter virologisch resultaat met een ongeveer even grote inperking van de vrijheid als België. Lockdowns zijn de laatste verdediging als een overheid er niet in slaagt de curve voor te blijven of die neer te slaan met efficiëntere en minder schadelijke maatregelen. Covid-19 eist ook een zware economische tol. Hoe groter de krimp van het bruto binnenlands product (bbp), hoe hoger de score in de index. Spanje spant in de Europese Unie de kroon, met naar verwachting een daling van het bbp van 12,8 procent in 2020. De groeiverwachtingen komen van de recentste raming van het Internationaal Monetair Fonds. Spanje krijgt voor deze index de score 100. De Spaanse economie werd hard getroffen doordat het aantal besmettingen hoog opliep en covid-19-gevoelige sectoren, zoals het toerisme, een relatief groot aandeel uitmaken van de Spaanse economie. In de Europese Unie is de Belgische economie het op zes na hardst getroffen door covid-19, met een welvaartsverlies van 8,3 procent dit jaar. Daarmee lijken we nog goed weg te komen, gezien de hoge besmettingscurves, maar weet dat het aandeel van covid-19-gevoelige sectoren in de Belgische economie relatief klein is. De vergelijkbare Nederlandse economie krimpt dit jaar slechts met 5,4 procent. Vooral in het voorjaar betaalde België een zware prijs voor de brutale lockdown. De lockdown van het najaar is slimmer, omdat die aanvankelijk evenveel virologische winst boekte met minder schade aan de economie. Een nadeel is dat het aantal besmettingen hardnekkig lang hoog kan blijven. Dat belooft weinig goeds voor de berekening van de ellende-index in 2021.