Anderhalf jaar geleden brak de coronapandemie uit, met lockdowns en een economische stilstand tot gevolg. De overheden trokken de geldbeugel open om de bedrijven en de werknemers te ondersteunen. Wie die miljardenfacturen zou betalen, waren zorgen voor later. Tenslotte had de Europese Commissie duidelijk gemaakt dat ze een tijd niet langer streng zou toezien op de begrotingsdiscipline van de lidstaten. De coronatekorten wegwerken en de oplopende schulden een halt toeroepen waren geen prioriteiten.
...

Anderhalf jaar geleden brak de coronapandemie uit, met lockdowns en een economische stilstand tot gevolg. De overheden trokken de geldbeugel open om de bedrijven en de werknemers te ondersteunen. Wie die miljardenfacturen zou betalen, waren zorgen voor later. Tenslotte had de Europese Commissie duidelijk gemaakt dat ze een tijd niet langer streng zou toezien op de begrotingsdiscipline van de lidstaten. De coronatekorten wegwerken en de oplopende schulden een halt toeroepen waren geen prioriteiten. Maar in het complexe België gaan nu al alarmbellen af, zeker bij de Franstalige regeringen. Frédéric Daerden (PS), de minister van Begroting van de Franse Gemeenschapsregering, sloeg begin juli alarm: "Na een historisch deficit van 1,9 miljard euro in 2020 wordt dit jaar een tekort van 1 miljard euro voorspeld. Dat is niet houdbaar, want intussen blijft de schuld oplopen." Tegen het einde van de legislatuur zou die 15 miljard euro bedragen, een verdubbeling in vijf jaar. Besparen is niet eenvoudig, want de belangrijkste bevoegdheid van de Franse Gemeenschap is onderwijs en dus bestaat de helft van het budget uit de lonen van het onderwijzend personeel. Ook de begroting van de Waalse regering zit in zwaar weer. Recente berekeningen van het Planbureau leren dat het Waalse deficit ook na corona hoog blijft. Vorig jaar bedroeg het gecumuleerde begrotingstekort van Wallonië en de Franse Gemeenschap 4,1 miljard euro. Het Vlaamse tekort klokte toen af op 5,93 miljard. De situatie wordt er de komende jaren niet beter op. In 2023 zou het Waalse deficit en dat van de Franse Gemeenschap met 2,8 miljard hoger zijn dan het Vlaamse tekort van 2,37 miljard. Alleen: Wallonië is goed voor een kleine 25 procent van de Belgische economie, Vlaanderen voor 60 procent. De plannen van de Waalse regering om tegen het einde van de legislatuur een begrotingsevenwicht te boeken, zijn veraf. Een gevolg van die aanhoudende tekorten is dat de schulden van de deelgebieden oplopen tot verontrustende niveaus. De Waalse schuld stijgt van 17,3 miljard euro dit jaar naar 28 miljard in 2025, of van 132 naar 198 procent van de regionale inkomsten. De schuld van de Franse Gemeenschapsregering neemt toe van 93 naar 137 procent van de inkomsten (zie grafiek De schulden van de Franstalige regeringen lopen fel op). In Brussel is de situatie niet anders. De schuld van het Brussels Gewest stijgt van 7,3 miljard euro vandaag tot 12,6 miljard in 2025. Nu is dat 159 procent van de inkomsten, over vijf jaar 254 procent. Die hoge percentages zetten de kredietwaardigheid van de deelgebieden onder druk. De ratings van onder andere Wallonië zijn de voorbije twee jaar neerwaarts bijgesteld. Moody's gaf Wallonië eind vorig jaar niet langer het etiket 'stabiel' maar 'negatief'. De bezorgdheid aan Franstalige kant is des te groter omdat mechanismen in de bijzondere financieringswet hun begrotingen nog zullen verzwaren. De financieringswet, in 2011 afgeklopt bij de onderhandelingen over de zesde staatshervorming, regelt de geldstromen tussen de federale overheid en de gemeenschappen en de gewesten. Ze bepaalt hoeveel belastingen de gewesten kunnen heffen. De wet van 2011 verdeelt de dotaties meer dan vroeger op basis van de prestaties van de deelstaten. Wie meer bijdraagt tot de personenbelasting, ontvangt meer dotaties. Dat is in het voordeel van Vlaanderen. Om te vermijden dat de minder rijke deelstaten Wallonië en Brussel meteen miljoenen zouden mislopen, zijn er compensatiemechanismen en overgangsregelingen. Wallonië en Brussel ontvangen een jaarlijkse compensatie van respectievelijk 619 en 102 miljoen euro, terwijl de federale overheid 321 miljoen afhoudt van de Vlaamse dotatie. Maar vanaf 2025 daalt dat compensatiebedrag jaarlijks met 10 procent, om in 2035 uit te doven. Zo wordt de financieringswet een strop rond de nek van de Franstalige deelregeringen. Al langer dan vandaag pleiten vooral PS-ministers voor een nieuwe staatshervorming, met een herziening van de financieringswet. Zonder het met zoveel woorden te zeggen, wordt dan verwezen naar vroegere staatshervormingen, waarbij een armlastig Franstalig deelgebied financieel gered wordt met Vlaams en federaal geld. Als compensatie krijgt Vlaanderen dan meer bevoegdheden. Het was dan ook geen toeval dat N-VA voorzitter Bart De Wever begin deze maand verklaarde te dromen van een grote staatshervorming in 2024. Een financiële deal zou de PS over de streep moeten trekken. De vraag is of zo'n ruil - geld voor bevoegdheden - nog wenselijk en realistisch is. "Franstalige politici gebruiken het verlies van dat compensatiebedrag een beetje als emotionele chantage", zegt Geert Jennes, econoom aan de Hochschule Osnabrück en de KU Leuven, die al jaren studiewerk verricht naar de geldstromen in België. "Er dreigt een baksteen weg te vallen in het ingewikkelde huis dat het Belgische financiële federalisme geworden is. Maar andere bakstenen zijn groot en worden zelfs groter. Er zijn verschillende dotaties en solidariteitsmechanismen. De onderwijsdotaties voor de Franse Gemeenschap worden zelfs op basis van gunstigere parameters toegekend dan vroeger, en ze zullen niet afnemen." In de vroegere financieringswet werden dotaties voor het onderwijs toegekend op basis van de bijdrage van de regio aan de personenbelasting, en minder op basis van het aantal jongeren. Sinds de zesde staatshervorming weegt het aantal leerlingen opnieuw zwaarder, wat de Franse Gemeenschap bevoordeelt. De begrotingstransfers van Vlaanderen naar Wallonië (Waals Gewest en Franse Gemeenschap) via de dotaties van de financieringswet bedroegen vorig jaar ongeveer 1,9 miljard euro, of 7 procent van de gezamenlijke begrotingen van het Waals Gewest en de Franse Gemeenschap. Jennes: "Uiteraard heeft corona een impact gehad, maar vertel het hele verhaal. De solidariteit van Vlaanderen met Wallonië blijft ook na 2024 groot. Daar zwijgt men over. Een gemakkelijke manier om meer geld te vragen." Toch kijken de Franstaligen, met het oog op een nieuwe staatshervorming, begerig naar de Vlaamse reddingsboei. Alleen zien de Vlaamse overheidsfinanciën er evenmin rooskleurig uit. Jarenlang boekte Vlaanderen begrotingsoverschotten, maar door corona kijkt het rijkste gewest van België aan tegen een tekort van 5,3 miljard euro. Dat zal in 2024 nog altijd 2,7 miljard euro zijn. In 2019 bedroeg de Vlaamse overheidsschuld 24 miljard euro. De huidige crisis doet die schuld ruim verdubbelen tot 55 miljard euro. De Vlaamse schuldratio - met enkel de inkomsten van de Vlaamse overheid - stijgt van 43,9 procent in 2019 naar 103,3 procent in 2025. Minder indrukwekkend dan die van de Franstalige regeringen, maar toch ook een signaal dat er in Vlaanderen weinig te halen valt. Zal de financiële staatshervorming dan toch met een deal tussen deelstaten en het federale niveau gepaard moeten gaan? Want ook al is België een verregaand gefederaliseerd land, de financieel-economische rol van de federale overheid blijft cruciaal. Op dat niveau komen immers de meeste fiscale ontvangsten binnen. Na zes staatshervormingen heffen de federale overheden nog altijd 80 procent van de Belgische belastingen en genereren ze 80 procent van de schuld. Dat er straks naar de federale overheid wordt gekeken, heeft ook te maken met de zesde staatshervorming. De federale overheid kwam daar als winnaar uit. De deelstaten kregen extra bevoegdheden op het gebied van arbeidsmarktbeleid, kinderbijslag en gezondheidszorg, terwijl de middelen voor die bevoegdheden slechts voor 85 procent werden overgeheveld. De deelstaten moeten ook meer meebetalen aan de oplopende vergrijzingskosten, een zogenaamde solidariteitsbijdrage. Waarom zou de federale overheid dan niet betalen voor de zevende staatshervorming? "Dat is wel zeer optimistisch", waarschuwt Geert Jennes. "De federale overheid is nog altijd het niveau met de grootste begrotingstekorten. De deelstaten staan de komende jaren in voor maximaal 20 procent van de tekorten. De rest is voor de federale overheid. Volgens het Planbureau zal vooral de federale begroting de coronaklap moeten opvangen. De deelstaten die dotaties krijgen, zijn natuurlijk benadeeld omdat die dotaties gekoppeld zijn aan de evolutie van het bruto binnenlands product (bbp). De coronakrimp heeft dus pijn gedaan. Maar het federale niveau, waar het gros van de belastinginkomsten passeren, kreeg een nog grotere klap. Door de progressiviteit van de personenbelasting dalen de inkomsten bij een crisis veel sneller dan het bbp krimpt. Bovendien moet de federale regering oplossingen vinden voor de oplopende vergrijzingsfactuur." Volgens de jongste ramingen van de Vergrijzingscommissie liggen de sociale overheidsuitgaven tegen 2050 26 miljard euro hoger dan in 2019. Recente berekeningen van de Nationale Bank leren dat het federale niveau ook eerst zelf orde op zaken moet zetten, want het deficit blijft de komende jaren hangen op het structureel hoge niveau van 4 procent. De totale staatsschuld blijft de komende jaren boven 110 procent. Een mogelijk federaal infuus voor de deelstaten is eigenlijk leeg. Geert Jennes plaatst het debat over de federale reddingsboei voor de armlastige Franstalige begrotingen in een breder historisch perspectief: Vlaanderen stut dat niveau al decennia. Toen er vanaf de jaren zeventig almaar hogere begrotingstekorten werden geboekt, was dat vooral een gevolg van extra federale uitgaven in Franstalig België. Jennes: "Vlaanderen boekte jaar na jaar impliciete overschotten binnen de federale begroting doordat het meer belastinginkomsten leverde dan wat het genoot aan federale uitgaven. Dat betekende ook dat Vlaanderen decennialang hoge federale intrestbetalingen op de schuld - op een bepaald moment meer dan 11 procent van het bbp - moest betalen." Jennes berekende dat Vlaanderen de voorbije decennia 3 tot 5 procent van het Belgisch bbp aan Franstalig België heeft overgedragen. Dat komt neer op 13 tot 21 miljard euro per jaar, of 1900 tot 3300 euro per inwoner per jaar. "Het is Vlaanderen dat België jaar na jaar mogelijk maakt", stelt Jennes. "Ook vandaag nog." Hoe raken we uit die patstelling? Jennes heeft het antwoord klaar: een degelijke belastingautonomie voor de deelstaten. Vlaanderen en Wallonië heffen al belastingen, maar de eigen fiscale inkomsten blijven beperkt tot 34 procent. "Ik schreef het in een recente studie: meer fiscale autonomie zou een signaal zijn aan Franstalig België dat het meer op zichzelf aangewezen moet zijn om Vlaanderen te proberen bijbenen", besluit Jennes. "Het zou leiden tot een verantwoordelijker budgettair beleid bij de lagere overheden. Meer eigen belastingbevoegdheden zijn ook goed voor Vlaanderen. Met doortastende staatshervormingen was Vlaanderen op het gebied van fiscale autonomie vandaag te vergelijken met machtige Zwitserse kantons als Zürich of Canadese provincies als British Columbia."