Het pensioenop 65 jaar, een kortere werkweek met loonbehoud, gratis openbaar vervoer, grote infrastructuurwerken,... Dat zijn zotte voorstellen. De situatie van de Waalse en Brusselse overheidsfinanciën is van die aard dat dit geld er enkel kan komen door de belastingen te verhogen of Vlaamse transfers te aanvaarden. We zijn veroordeeld om een geplande ontbinding van de federale staat te aanvaarden." Dat is geen uitspraak van de N-VA-voorzitter Bart De Wever of de kandidaat-premier Jan Jambom. Het zijn de woorden van Hervé Hasquin, éminence grise van de Franstalige liberalen. In een gesprek met Le Vif windt de voormalige minister-president van de Franse Gemeenschap er geen doekjes om: als de N-VA het confederalisme op tafel legt, dan heeft de partij gelijk. En de voormalige MR-politicus besluit: "De Walen moeten in eigen boezem kijken."

Een verschil met de PS-voorzitter Elio Di Rupo, wiens gelaat in een kramp schiet wanneer de term confederalisme valt. De voormalige premier waarschuwt steevast voor het einde van België. Dat angstbeeld maakt steeds minder indruk, ook bezuiden de taalgrens. Zeker sinds Di Rupo een paar maanden geleden in een interview toegaf dat men de financieringswet, die de geldstromen tussen de deelstaten regelt, moet herzien. Want Wallonië heeft opnieuw geld nodig. Wie de Belgische geschiedenis een beetje kent, weet dat dat gelijk staat met een nieuwe staatshervorming.

Alleen zal het oude recept - Vlaams geld richting Wallonië in ruil voor Vlaams bevoegdheden - niet meer pakken. Vlaanderen kan niet eeuwig de motor van de Belgische herverdelingsmachine blijven. Al jaren belooft Wallonië economisch beterschap, maar dat komt er maar niet. Als België vandaag uiteenvalt en de transfers van het noorden naar het zuiden vallen weg, dan moeten de Waalse uitkeringen (werkloosheid, pensioen, invaliditeit) per direct met 20 procent dalen. De verschillen in de werkzaamheidsgraad tussen Vlaanderen (76%), Wallonië (63%) en Brussel (61%) blijven groot en nemen niet af. De arbeidsmarktspecialist Jan Denys (Ranstad) waarschuwde onlangs op Twitter: "Ik ben geen voorstander van confederalisme, laat staan van het uiteenvallen van het land, maar wat als de werkzaamheidsgraad in Vlaanderen de komende jaren naar 80 procent evolueert en die in Brussel en Wallonië blijft sputteren?"

Confederalisme is geen vies woord.

Di Rupo en zijn PSmogen dan wel de indruk blijven wekken vast te houden aan de "oude vormen en gedachten", het systeem dat de geldstromen tussen de federale overheid en deelstaten regelt, is uitgeleefd. Het is inefficiënt en zet niet aan tot een verantwoordelijk beleid, ook al is de belastingbevoegdheid van de deelstaten toegenomen.

Daarom is het confederalisme à la belge een noodzakelijke ontsnappingsroute voor dit vastgeroeste land. De deelstaten krijgen een zo goed als totale fiscale autonomie: de personenbelasting, de vennootschapsbelasting en belangrijke delen van de sociale zekerheid moeten naar de regio's. Btw en accijnzen kunnen federaal blijven. Dat idee van het fiscale confederalisme wint veld, ook in Vlaanderen. Officieel willen enkel het separatistische Vlaams Belang en de N-VA in die richting werken. Maar CD&V heeft nog altijd het "positieve confederalisme" in haar partijprogramma staan. Open Vld heeft er in 2013 afstand van genomen, maar bij de Vlaamse liberalen gaan steeds meer stemmen op om het pleidooi voor confederalisme van onder het stof te halen.

Een echte belastingautonomie voor de deelstaten zou een einde maken aan het perverse Belgische fiscaal federalisme. Minder welvarende overheden en regio's weten dat ze hun begrotingstekorten altijd kunnen laten oplopen, omdat een andere overheid toch een financiële reddingsboei zal toewerpen. Wanneer de deelstaten grotendeels verantwoordelijk zijn voor de eigen belastingen, dan hebben ze de instrumenten in handen om hun begrotingsproblemen op te lossen. Zoals in Zwitserland, een referentie in gedeelde fiscaliteit tussen de (con)federale overheid en de kantons. De federale Zwitserse overheid heft een klein deel van de belastingen, de rest ligt in handen van de kantons met een grote autonomie in tarieven en progressiviteit. Transparante solidariteitsmechanismen sturen de verschillen bij. Een volgende Belgische regering moet het echt niet ver zoeken.