Voor het eerst sinds de coronapandemie konden de minister-presidenten van Vlaanderen, Wallonië en Brussel op het traditionele Vlaamse 11 juli-feest in het Brusselse stadhuis met elkaar keuvelen. Dat is altijd een gelegenheid voor amicale fotosessies, glimlachend met een glas in de hand. Maar voor de Waalse minister-president Elio Di Rupo (PS) en zijn Brusselse collega Rudy Vervoort (PS) was er weinig reden tot feesten. Dat zullen ze ook niet doen wanneer ze op 21 juli in de tribune zitten voor het militaire defilé op het Brusselse Paleizenplein. De toestand van de regionale overheidsfinanciën van Wallonië en Brussel is desastreus. Een maand geleden stelde de oppositiepartij Les Engagés (de vroegere centristen van het cdH) in het Waals Parlement dat dringend werk moet worden gemaakt van een begrotingssanering. "Zo niet, moeten we straks opnieuw bij de Vlamingen bedelen." Recente rapporten van de Nationale Bank en de OESO besteedden vooral aandacht aan het aanhoudend hoge Belgische begrotingstekort, dat niet meer onder 4 procent van het bruto binnenlands product (bbp) raakt. Terecht wordt met een beschuldigende vinger gewezen naar de federale Vivaldi-regering, die geen haast maakt om de ontsporende overheidsuitgaven een halt toe te roepen. Maar de regio's hebben ook boter op het hoofd.
...

Voor het eerst sinds de coronapandemie konden de minister-presidenten van Vlaanderen, Wallonië en Brussel op het traditionele Vlaamse 11 juli-feest in het Brusselse stadhuis met elkaar keuvelen. Dat is altijd een gelegenheid voor amicale fotosessies, glimlachend met een glas in de hand. Maar voor de Waalse minister-president Elio Di Rupo (PS) en zijn Brusselse collega Rudy Vervoort (PS) was er weinig reden tot feesten. Dat zullen ze ook niet doen wanneer ze op 21 juli in de tribune zitten voor het militaire defilé op het Brusselse Paleizenplein. De toestand van de regionale overheidsfinanciën van Wallonië en Brussel is desastreus. Een maand geleden stelde de oppositiepartij Les Engagés (de vroegere centristen van het cdH) in het Waals Parlement dat dringend werk moet worden gemaakt van een begrotingssanering. "Zo niet, moeten we straks opnieuw bij de Vlamingen bedelen." Recente rapporten van de Nationale Bank en de OESO besteedden vooral aandacht aan het aanhoudend hoge Belgische begrotingstekort, dat niet meer onder 4 procent van het bruto binnenlands product (bbp) raakt. Terecht wordt met een beschuldigende vinger gewezen naar de federale Vivaldi-regering, die geen haast maakt om de ontsporende overheidsuitgaven een halt toe te roepen. Maar de regio's hebben ook boter op het hoofd. Het Waalse begrotingstekort bedraagt dit jaar 4,1 miljard euro op goed 19 miljard euro inkomsten, of 21 procent. De schuld van het Waals Gewest komt in de buurt van 30 miljard euro, met als gevolg dat het per jaar 600 miljoen euro aan rentelasten moet betalen. De situatie van de Franse Gemeenschap, die onder meer het onderwijsbudget beheert, ziet er al even somber uit: een tekort van 1 miljard euro per jaar en een schuld van 10 miljard euro. Over een paar jaar dikt die aan tot 15 miljard. De Franse Gemeenschap wordt gefinancierd met dotaties en beschikt niet over eigen belastingbevoegdheden. Dat komt er de facto op neer dat de Waalse regering, die wel over een gedeeltelijke fiscale autonomie beschikt, zich garant moet stellen voor die schuld. En wat te denken van Brussel? De schuld van het gewest steeg de voorbije twee jaar van 6,4 naar 9,5 miljard euro, met nauwelijks 5 miljard euro aan ontvangsten. De Universiteit van Namen voorspelt dat de Brusselse schuld verder toeneemt tot 16,4 miljard euro tegen eind 2024. Dat betekent dat de verhouding tussen de schuld en de inkomsten zo'n 300 procent bedraagt. Het Brusselse Agentschap van de Schuld is milder en ziet een stijging van de schuld ten opzichte van de ontvangsten van 150 naar 200 procent in 2024. Dat is nog altijd gigantisch. De voorspelde schuld voor Wallonië zou tegen 2030 stijgen naar 48,2 miljard euro. Dat komt ongeveer overeen met 280 procent van de inkomsten van het gewest (zie grafiek Schuldgraad Wallonië ontploft). Dat zette N-VA-voorzitter Bart De Wever ertoe aan de Waalse situatie te vergelijken met die van Griekenland in 2010, waar de ratio tussen de schulden en de ontvangsten toen 420 procent bedroeg. Waalse economen haasten zich om die uitspraak te relativeren. "Wallonië leent tegen een iets hogere rentevoet dan de Belgische staat, maar het gaat niet om intresten van 6 of 7 procent", zegt Joseph Pagano, econoom aan de Universiteit van Bergen. "Wallonië vindt ook probleemloos financiers voor zijn schuld. Wel maken de stijgende schuld en de rentelasten dat er minder beleidsruimte is voor bepaalde essentiële overheidstaken. Maar dat is een ander debat." Ook de Waalse regering voerde sussende argumenten aan. Er was de begrotingscontrole van mei die het deficit deed dalen onder 4 miljard euro en volgens de regering-Di Rupo de groei van de schuld heeft gestopt. Een tweede nuance die men vanuit Namen aanbrengt: de recente crisissen waren uitzonderlijk en hebben veel geld gekost: 900 miljoen euro voor de strijd tegen corona, 760 miljoen euro ten gevolge van de Vesder-overstromingen in juli vorig jaar en onlangs nog de extra budgetten voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Maar de Waalse Commissie voor de Schuld, die vorig jaar van de Waalse regering de opdracht kreeg de regionale overheidsfinanciën op te volgen en aanbevelingen te doen, is van oordeel dat de regering-Di Rupo de zaken niet te rooskleurig moet voorstellen. "De analyse van de houdbaarheid van de schuld doet besluiten dat de regionale begroting van Wallonië niet onder controle is", stelt de Commissie. Die toestand dateert niet van gisteren, waardoor corona, overstromingen enzovoort niet zomaar als excuus kunnen worden ingeroepen. De Waalse schuld stijgt al sinds 2010 en ook de rentelasten nemen een hoge vlucht (130 miljoen euro extra per jaar) ondanks de lage rente. In 2014 piekte de verhouding tussen de schuld en de inkomsten op 240 procent. Daarna daalde ze wel naar 155 procent, maar vooral omdat Wallonië, net als de andere regio's, kon genieten van extra middelen ten gevolge van de zesde staatshervorming. In 2019, nog voor corona, begon de schuld opnieuw te stijgen. Een element waar de voorbije maanden amper over gesproken werd, is de afname van de solidariteitsmiddelen ten gunste van Wallonië via de financieringswet. Die regelt de geldstromen tussen de federale overheid en de regio's. Met de vorige staatshervorming werd afgesproken dat enkele solidariteitsmechanismen ten voordele van de armere deelstaten, zoals Wallonië, langzaam zullen worden afgebouwd. In 2025 begint een overgangsperiode die maakt dat Wallonië tot 2034 per jaar cumulatief 62 miljoen euro aan solidariteitsmiddelen verliest. De Waalse Commissie voor de Schuld raadt daarom aan elk jaar 150 miljoen euro te besparen tot 2030. Dat is een aanzienlijke inspanning, want opgeteld is dat 1,5 miljard euro of 10 procent van de Waalse uitgaven. De Brusselse situatie is vergelijkbaar. Zoals vermeld, stijgt de schuld er eveneens sterk. Het begrotingstekort stijgt naar 1,49 miljard euro. Volgens Cieltje Van Achter, Brussels parlementslid voor de oppositiepartij N-VA "gaat de Brusselse regering in een half jaar 357 miljoen euro extra schulden aan. De uitgaven groeien nog sterker dan de extra schuld, want ook de extra inkomsten worden opgesoupeerd." Zo geeft Brussel dik een half miljard euro meer uit dan voorzien eind vorig jaar. Een deel van de stijging is te verklaren door de covid-crisisuitgaven (195 miljoen euro extra), geld voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen (100 miljoen euro) en de indexering van de uitgaven. Maar voor 135 miljoen euro extra is geen verklaring te vinden. Het gevolg van dat alles is dat de budgettaire kloof tussen Wallonië, Brussel en Vlaanderen steeds groter wordt. De Vlaamse overheidsfinanciën zijn er duidelijk minder erg aan toe. Volgens cijfers van de Sociaal-Economische Raad voor Vlaanderen (SERV) zou de Vlaamse begroting voor 2022 bij ongewijzigd beleid afsluiten met een tekort van 2,7 miljard euro. In 2023 zou dat tekort zakken naar 1,7 miljard euro om in 2024 te eindigen op 919 miljoen euro. "Zonder de uitgaven voor Oosterweel en Vlaamse Veerkracht (het Vlaamse relanceplan, nvdr) mee te rekenen wordt dat een tekort van 126 miljoen euro. Dat is 827 miljoen euro beter dan in de laatste meerjarenbegroting. Een gezondere Vlaamse begroting ligt bij ongewijzigd beleid dus in het verschiet", stelt de SERV. De Vlaamse schuld is door de coronacrisis wel fors toegenomen: van 20,0 miljard euro in 2019 tot 31,8 miljard euro in 2021. In de meerjarenbegroting van de Vlaamse regering zou de schuld tegen het einde van de legislatuur 46,7 miljard euro bedragen, of 90,4 procent van de Vlaamse ontvangsten. Dat is ver boven de schuldratiodrempel van de Vlaamse regering van 65 procent. Volgens de SERV-raming zou de Vlaamse schuld door de gedaalde tekorten minder snel toenemen en uitkomen op 44 miljard euro in 2024, of 82,9 procent van de ontvangsten. Al zijn er ook projecties dat die schuldratio daarna verder zal stijgen, tot 96 procent in 2026. "Het verschil in schulden tussen de regio's is onhoudbaar", voorspelt Vlaams Parlementslid Maurits Vande Reyde (Open Vld) die de situatie van de regionale overheidsfinanciën van nabij opvolgt. Hij waarschuwt ervoor dat die verschillen nog zullen worden versterkt door de oplopende rentelasten op die schuld. De effecten van de nakende rentestijgingen van de Europese Centrale Bank zullen zich niet enkel laten voelen op de financiële markten. Ook voor de schuldopbouw van de overheden in dit land is dat alarmerend nieuws. Vande Reyde: "Vooral in Wallonië en Brussel is de situatie desastreus. Een stijging van de rente zal de toekomstige schuld peperduur en onhoudbaar maken. Ik verwacht dat er voor hen geen nieuwe beleidsruimte meer zal overblijven. De middelen zullen naar de afbetaling van rente gaan. Op termijn komen zo zelfs lopende uitgaven in bijvoorbeeld onderwijs in gevaar." Dat is geen overdreven waarschuwing, blijkt uit projecties op basis van cijfers van het Planbureau en de Hoge Raad voor Financiën. Op federaal niveau blijven de rentelasten ten opzichte van de uitgaven relatief stabiel: tussen 4,5 en 5 procent van de uitgaven. De situatie in Brussel en Wallonië is stilaan alarmerend. Daar zullen de rentelasten ten opzichte van de uitgaven tegen 2027 verdubbeld zijn. Van 1,4 naar 3,7 procent van de uitgaven in Brussel en van 2,2 naar 4,1 procent van de uitgaven in Wallonië (zie grafiek Waalse en Brusselse rentelasten verdubbelen). Ze komen daarmee op Belgisch niveau. "De houding van de Waalse ministers van Begroting is in het verleden onverantwoord geweest, zegt Vande Reyde. "Men beweerde openlijk dat het geld gratis was en de stijgende schulden geen enkel probleem waren. Iedereen wist dat het ooit gedaan zou zijn. Het Rekenhof en de Nationale Bank waarschuwen daar al jaren voor. Er is nog altijd geen sense of urgency, hoewel het kristalhelder is dat het zuiden van het land richting Griekse toestanden vaart. Men gaat er blijkbaar nog altijd van uit dat er vroeg of laat een bail-out of een financiële reddingsoperatie komt van de federale overheid. Wellicht houden ook beleggers in Waalse leningen en ratingbureaus daar rekening mee. Anders zouden de risicopremie en de rente voor Wallonië nog hoger liggen." In Vlaanderen is de situatie minder dramatisch. Vande Reyde: "Toch stijgt daar ook de ratio van de rentelasten ten opzichte van de uitgaven met bijna 30 procent." De Vlaamse rentekosten zullen tegen 2027 stijgen naar iets minder dan 1 miljard euro. De stijgende rente dreigt daar ook meer en meer beleidsruimte op te peuzelen. "De schuldratio gaat tegen 2027 richting 100 procent, terwijl we in 2005 nog bijna schuldenvrij waren. We kregen daar al een verlaging van onze kredietwaardering voor aan onze broek. Een schuldratio van 100 procent is een onwaarschijnlijke stijging, die je niet enkel op corona kan steken. Ook Vlaanderen heeft nog altijd een te groot gat in de hand. Dat het 14 miljard euro per jaar aan de meest absurde subsidies blijft uitgeven, is niet meer te rechtvaardigen." Vande Reyde pleit daarom voor een decretale uitgavennorm voor alle deelstaten. Die moeten ervoor zorgen dat er een structureel jaarlijks begrotingsoverschot van 2 procent geboekt wordt in de periode 2028-2035: "Als dat niet gebeurt, gaan de publieke financiën in de regio's onherroepelijk de verkeerde kant op. Daarmee kom je communautair ook in een nieuw speelveld: voorheen vormde de verdeling van de federale schuld een struikelblok. Nu wordt het verschil in de schulden van de deelstaten onhoudbaar. Als Wallonië daar niets aan doet, kom je de facto in een gescheiden land terecht."