Het werd al aangehaald in het jaarverslag van de Nationale Bank en wordt bevestigd in de studie van de econoom Stijn Baert (UGent) over het arbeidsmarktbeleid van de regering-Michel I: De werkloosheidsval in België is groot in vergelijking met andere EU-landen.

De Nationale Bank berekende dat iemand die tot vijf jaar werkloos is in België een vervangingsinkomen heeft dat gelijk is aan 70 procent van het laatste nettoloon (bij een brutoloon van 2000 euro). In onze buurlanden is dat tussen 30 en 50 procent. Dat maakt dat er minder druk is bij onze werklozen om een baan te zoeken.

Volgens de cijfers van Stijn Baert ligt de Belgische werkloosheidsval met 91,1 procent opvallend hoog. Dat is het percentage van het brutoloon dat een werkloze die aan het werk gaat wegbelast ziet. Het gaat in dat geval om een alleenstaande met een brutoloon dat 67 procent bedraagt van het mediaanloon, in de praktijk tot 2000 euro bruto. Het gaat om een werkloosheidsval die vooral laagopgeleide werklozen raakt.

Laagopgeleiden die een baan vinden, zien hun inkomen met minder dan 10 procent stijgen.

Anders gezegd: laagopgeleiden die een baan vinden, zien hun inkomen met minder dan 10 procent stijgen. De reden is de nog altijd zware belasting op arbeid. Volgens Baert moet ook rekening worden gehouden met extra uitgaven bij werk zoals kinderopvang, vervoer en kledij.

De werkloosheidsval is de voorbije jaren wel licht gedaald. "In 2014 bedroeg de werkloosheidsval in ons land 92,8 procent, wat in een internationaal perspectief een zeer hoog cijfer was. Dat nam in 2016 licht af, tot 91,1 procent. Daarmee werd een heel klein deel van de achterstand op het Europees gemiddelde goedgemaakt", aldus Baert. Dat is een gevolg van de invoering van de laatste fase van de taxshift met een verlaging van de personenbelasting. Door aanpassingen in de belastingschalen en de verhoging van het belastingvrij minimum steeg het nettoloon. Iemand met een brutomaandloon van 2000 euro zag zijn nettoloon tussen 2015 en 2019 met bijna 170 euro stijgen tot 1612,63 euro per maand, zo berekende de hr-groep SD Worx.

Andere landen

De cijfers in de studie van Baert lopen tot 2017. De werkloosheidsval zal de voorbije twee jaar nog verder gedaald zijn. Maar hij blijft in België opvallend hoog in vergelijking met andere landen.

In Nederland bedroeg de werkloosheidsval in 2017 zo'n 80 procent. Een overstap naar werk betekent dus een inkomensstijging met 20 procent. De Europese werkloosheidsval is 74,6 procent en de Duitse daalt naar 73,3 procent. Dat betekent dat een Duitse werkloze die een baan aanvaardt zijn inkomen met bijna 28 procent ziet stijgen.

De grote Belgische werkloosheidsval is volgens Baert een belangrijke reden waarom er in België nog altijd 1,7 miljoen 20- tot 64-jarigen niet werken of geen baan zoeken en dus inactief zijn. Ook die hoge inactiviteit valt in Europees perspectief op. België telt 25,7 procent inactieven (in de groep van 20- tot 64-jarigen) tegenover 21 procent in de Europese Unie, bijna 18 procent in Nederland en 17 procent in Duitsland.