Het is overigens opvallend dat de Nationale Bank de beladen term 'zombiebedrijf' niet uit de weg gaat. Concreet gaat het om bedrijven die al minstens tien jaar bestaan en waarvan de winst in drie opeenvolgende jaren niet volstaat om de kosten te dekken.
...

Het is overigens opvallend dat de Nationale Bank de beladen term 'zombiebedrijf' niet uit de weg gaat. Concreet gaat het om bedrijven die al minstens tien jaar bestaan en waarvan de winst in drie opeenvolgende jaren niet volstaat om de kosten te dekken. Het is overigens niet de eerste keer dat de Nationale Bank dit probleem aankaart. In een interview met Trends begin dit jaar zei gouverneur Jan Smets ook al dat er te weinig bedrijven verdwijnen in ons land. 'Een deel van ons economisch potentieel blijft bevroren in activiteiten met minder toegevoegde waarde. Een stuk van de economie werkt heel productief, een ander deel minder, terwijl het potentieel wel aanwezig is. Daar moeten we iets aan doen', klonk het toen.Het jaarverslag plakt nu wel concrete cijfers op het probleem. Uit haar balanscentrale puurt de Nationale Bank de vaststelling dat het om zowat 10 procent van de ondernemingen gaat, die goed zijn voor 12 procent van de werkgelegenheid en zelfs 16 procent van de kapitaalvoorraad. Het jaarverslag toont ook aan dat het om een hardnekkig probleem gaat. Van de bedrijven die in de periode tussen 1998 en 2009 het etiket van levende dode kregen, kon een derde vijf jaar later nog altijd zo bestempeld worden. Dat betekent dat die bedrijven liefst acht opeenvolgende jaren onvoldoende winst maakten om uit de kosten te komen.'Hoewel het op korte termijn wenselijk kan zijn dat die bedrijven blijven bestaan, heeft het op lange termijn heel wat negatieve gevolgen, vooral indien die ondernemingen er onvoldoende toe worden aangezet te herstructureren', schrijft de Nationale Bank. De conclusie is dat ze nadelig zijn voor de hele economie, 'aangezien zo de groei van efficiëntere ondernemingen wordt afgeremd.'De cijfers van de NBB bevestigen een onderzoek van Trends uit april vorig jaar. Uit cijfers van het handelsinformatiebureau Roularta Business Information bleek toen dat ons land 60.610 zombiebedrijven telt, of ruim 15 procent van het totaal aantal vennootschappen. De zombiebedrijven zijn de stille getuigen van een breder gebrek aan dynamisme in onze economie. Zo komen er weinig nieuwe bedrijven bij in ons land. De oprichtingsgraad, de verhouding tussen nieuwe bedrijven en reeds actieve bedrijven, ligt in België een pak lager dan in de buurlanden of in de rest van de Europese Unie.Een ander signaal is dat ons land relatief weinig zogenaamde gazelles kent, bedrijven die in hun eerste vijf jaar elk jaar minstens 20 procent groeien in omzet of personeel. Dat is verontrustend, omdat net in die gazelles de productiviteitsgroei het hoogste ligt.Nog een teken aan de wand dat er iets misloopt in ons land met de allocatie van middelen is volgens de NBB dat er weinig nieuwe bedrijven kopje onder gaan. Van de ondernemingen die in de periode 2009-2010 werden opgericht, wist er iets meer dan 60 procent minstens vijf jaar te overleven. De overlevingsgraad in Nederland en Frankrijk ligt maar rond de 50 procent, en in Duitsland bedraagt die zelfs maar 40 procent.'Gelet op de moeilijkheden die gepaard gaan met de sluiting van een vennootschap, zou de hoge overlevingsgraad van nieuwe ondernemingen er kunnen op wijzen dat een aantal projecten met onzekere afloop in België eenvoudigweg niet worden gestart, waardoor er minder veelbelovende ondernemingen worden opgericht', klinkt het.De Nationale Bank doet in haar jaarrapport een aantal aanbevelingen. Zo zou het terugdringen van de kosten om ondernemingen stop te zetten er voor kunnen zorgen dat er meer gazellen worden opgericht. De NBB pleit er ook voor om het regelgevend kader aan te passen om de ontwikkeling van projecten met een hoog groeipotentieel te vergemakkelijken. Voorts moet ons land de toegang tot risicokapitaal voor snel groeiende ondernemingen verbeteren, innovatie en verspreiding van technologie stimuleren, en investeren in infrastructuur en een energie- en milieutransitie.