De Europese Commissie raamt het begrotingstekort van vorig jaar op 2,9 procent van het bbp, terwijl de regering-Michel het had over een tekort van 2,7 procent. Dit jaar zou het begrotingstekort 2,8 procent van het bbp bedragen, terwijl de regering streeft naar een tekort van 2 procent.
...

De Europese Commissie raamt het begrotingstekort van vorig jaar op 2,9 procent van het bbp, terwijl de regering-Michel het had over een tekort van 2,7 procent. Dit jaar zou het begrotingstekort 2,8 procent van het bbp bedragen, terwijl de regering streeft naar een tekort van 2 procent. Ook het structureel tekort (gecorrigeerd voor eenmalige maatregelen en conjunctuurschokken) is problematisch. Dit jaar zou het nog altijd 2,4 procent van het bbp bedragen terwijl de regering streeft naar een structureel tekort van 1,3 procent. Dat is een verschil van liefst 4 miljard euro. De structurele besparingen van de regering-Michel blijven ondermaats: 0,3 procent van het bbp op jaarbasis terwijl de Europese Commissie 0,7 procent vooropstelt.Die slechte cijfers hebben een aantal politici ertoe verleid de vergelijking te maken met de regering-Di Rupo: toen zou de begrotingssanering beter en vlotter zijn verlopen. Dat klopt niet. Ook regering-Di Rupo voerde de opgelegde structurele sanering slechts gedeeltelijk door.Het grote verschil zit in de structuur van de begrotingssanering. Die is onder Charles Michel van betere kwaliteit dan bij zijn voorganger. Volgens de OESO gebeurde de begrotingsconsolidatie onder Di Rupo voor 60 procent via nieuwe belastingen. De regering-Michel kiest voor 75 procent besparingen en 25 procent nieuwe belastingen. Voor de gezondheid van de overheidsfinanciën op lange termijn zijn besparingen op de uitgaven altijd te verkiezen boven extra belastingen, zeker gezien de zeer hoge fiscale druk in België.Wat niet belet dat de regering-Michel een groot probleem heeft. Bij de begrotingscontrole van volgende maand zal ze twee versnellingen hoger moeten schakelen en verder werken op de uitgaven. De primaire uitgaven (exclusief rentelasten) bedragen meer dan 51 procent van het bbp. Tien jaar geleden was dat gemiddeld 44 procent. Het minste wat deze regering moet doen is de uitgaven opnieuw onder de 50 procent van het bbp duwen.