Met 77 procent is de belasting op kantooroppervlakte in de stad Brussel in één jaar gestegen. In 2021 bedroeg de belasting 9,58 euro per vierkante meter kantooroppervlakte, nu 17 euro. De belastingaanslagen vielen de voorbije weken in de bus bij de bedrijven. Voka Metropolitan, de Brusselse afdeling van de Vlaamse werkgeversorganisatie, trekt aan de alarmbel: na de gestegen energiekosten en de oplopende loonkosten is het de zoveelste extra factuur die ondernemingen moeten betalen.
...

Met 77 procent is de belasting op kantooroppervlakte in de stad Brussel in één jaar gestegen. In 2021 bedroeg de belasting 9,58 euro per vierkante meter kantooroppervlakte, nu 17 euro. De belastingaanslagen vielen de voorbije weken in de bus bij de bedrijven. Voka Metropolitan, de Brusselse afdeling van de Vlaamse werkgeversorganisatie, trekt aan de alarmbel: na de gestegen energiekosten en de oplopende loonkosten is het de zoveelste extra factuur die ondernemingen moeten betalen. De stad Brussel heeft een traditie van hoge en soms vreemde bedrijfsbelastingen. Jarenlang was er een taks op computerschermen, ook nog in de tijd dat een pc geen uitzondering of luxeproduct meer was. Wel werd in oktober eindelijk besloten de 'belasting op danslokalen' af te schaffen. Die bepaalt dat horecazaken, nachtclubs of andere evenementenzalen 40 eurocent per danser per nacht moeten betalen. Jaarlijks is die belasting goed voor 90.000 euro inkomsten. Wie denkt dat Brussel een buitenbeentje is, vergist zich. Almaar meer gemeenten, ook in Vlaanderen, zoeken extra inkomsten, en de bedrijven zijn een voor de hand liggend doelwit. De verleiding om bedrijfsbelastingen te verhogen is groot. Door de energiecrisis nemen de kosten voor de lokale besturen sterk toe. In zijn recentste analyse van de financiën van de Vlaamse lokale besturen heeft Belfius het over 105 miljoen euro hogere energie-uitgaven, een stijging met 50 procent. Dit jaar hebben de lokale besturen bovendien voor hun personeel vijf automatische loonindexaties moeten doorvoeren door de hoge inflatie. Die zijn goed voor 250 miljoen euro extra uitgaven, terwijl de steden en gemeenten voor 2022 slechts één indexaanpassing hadden ingecalculeerd. De lokale besturen zijn ook belangrijke investeerders in infrastructuurwerken, en ook daar doet het pijn. De prijzen van grondstoffen gaan door het dak. Een studie van Belfius over de lokale financiën van 2022 spreekt van een stijging met 25 procent. De lokale begrotingen staan dus zwaar onder druk. In het rood gaan is echter geen optie, want de lokale besturen moeten een meerjarenbegroting opstellen, die aan het einde van de legislatuur voorziet in gezonde financiën. Ze moeten er zelfs nog een jaar extra bijnemen, zodat een volgend schepencollege met een gezonde begroting kan beginnen. Daarom gaan de lokale besturen in de aanloop naar de stembusslag van het najaar van 2024 nu al op zoek naar nieuwe inkomsten, om tegen 2025 financieel gezond te zijn. En die inkomsten willen ze niet halen bij de eigen inwoners. "Hoe dichterbij de verkiezingen komen, hoe minder hard men de burgers wil treffen", zegt Jan Geers, manager belangenbehartiging en communicatie bij Voka Oost-Vlaanderen. "Veel hangt af van de financiële situatie van de stad of de gemeente. Hier in Gent hebben ze de kassa vorig jaar al moeten rechttrekken. Ze hebben de opcentiemen op de personenbelasting verlaagd, zodat het voor de burger minder zwaar weegt. Maar de onroerende voorheffing is wel verhoogd, wat voor een groot deel bij de bedrijven terechtkomt." "Ondernemers zijn minder talrijk als kiespubliek. Bovendien is er een redelijke kans dat ze niet in de gemeente wonen waar het bedrijf gevestigd is", zegt Geert Moerman, de gedelegeerd bestuurder van Voka Oost-Vlaanderen. "Het stadsbestuur van Gent voerde aan dat vooral de techbedrijven niet echt bezwaren hadden geformuleerd. Maar die beginnen nu ook hun rekeningen te maken, en ze vinden de belastingverhogingen maar niets." De lokale besturen hebben bovendien onlangs een extra wapen in handen gekregen van de Vlaamse regering: ze mogen de opcentiemen op de onroerende voorheffing op het grondgebied van een gemeente differentiëren. Concreet betekent dat dat ze voor de industriebedrijven een andere aanslag kunnen gebruiken dan voor particuliere bewoning of voor de detailhandel. "We verwachten dat heel wat steden en gemeenten gebruik zullen maken van die mogelijkheid", voorspelt Jan Geers. "Sommige besturen doen het al. En het gaat niet om extremisten, maar om centrumpartijen. Kruisem, bijvoorbeeld, heeft een aparte onroerende voorheffing voor industrie en een voor de andere panden. Begrijpen de lokale besturen wel hoeveel van hun areaal of hun grondgebied in handen is van bedrijven, en dat ze vooral hen treffen bij het optrekken van de onroerende voorheffing?" Maar Voka Oost-Vlaanderen wil niet iedereen over dezelfde kam scheren. Geers: "Eigenlijk is het zeer eenvoudig. Gemeenten als Merelbeke en Eeklo hebben hun rekeningen beter op orde, en slaan niet de weg van de belastingverhogingen in." Niet elke stad of gemeente verhoogt dus de belastingen. Dat is ook de boodschap van de kmo-organisatie Unizo: "Er zijn wel steden die gekozen hebben voor een zware belasting op bedrijven, maar het is zeker geen algemene trend. In Beersel in Vlaams-Brabant hebben we melding van een verdubbeling van de bedrijfslasten deze legislatuur", zegt woordvoerder Gerrit Budts. Voka-Kamer Van Koophandel Limburg waarschuwt voor te veel optimisme. "In augustus maakten we een analyse van de lokale belastingen, omdat toen duidelijk werd dat de steden en gemeenten met heel wat stijgende kosten zaten. We wilden anticiperen op de begrotingsbesprekingen voor 2023. Wij dringen erop aan geen bijkomende belastinginkomsten te halen bij de bedrijven", stelt Jonas De Raeve, directeur belangenbehartiging van Voka Limburg. "In het verleden is men ook al creatief geweest in het bedenken van allerlei bedrijfsbelastingen, maar in deze precaire periode kunnen onze Limburgse bedrijven extra kosten missen als kiespijn. Positief is dat we van geen enkel lokaal bestuur gehoord hebben dat men die belastingen zou verhogen, maar men zal die extra uitgaven wel moeten dekken en in de praktijk zien we toch andere dingen." Geers is ook genuanceerd, maar niet echt optimistisch: "Een typische belasting is de drijfkrachtbelasting. Die bouwen de gemeenten af. Maar ze zijn elders zeer creatief, en aan het einde van de rit stijgt de fiscale druk toch. Naast de onroerende voorheffing, een belasting op grondbezit voor zowel bedrijven als burgers, heffen veel gemeenten ook een oppervlaktebelasting, specifiek voor ondernemingen. Dat is een vorm van dubbele belasting." Een schoolvoorbeeld is Zelzate, dat de grondbelasting voor bedrijven met meer dan 5.000 vierkante meter extra belast. Geert Moerman: "Dat is een ideologische belasting. Voor bedrijven met een grote oppervlakte is de belasting vermenigvuldigd met 62. Dat zit zo: de oppervlaktebelasting is een vlak, forfaitair tarief van 61 euro. Zodra je meer dan 5.000 vierkante meter hebt, gaat het maal 62 per vierkante meter. Bedrijven moeten tot 400.000 euro extra betalen, soms voor gronden die ze niet gebruiken en waar windmolens op staan." Voka Oost-Vlaanderen was in zijn wiek geschoten, omdat die taks duidelijk een beperkt aantal bedrijven viseert, zoals de multinationals ArcelorMittal, Jan De Nul en het chemiebedrijf Rain Carbon. "De PVDA, die in het Zelzaatse gemeentebestuur zit, stelde in haar pamfletten openlijk dat ze zeven bedrijven wilde aanpakken", zegt Moerman. "Kleine bedrijven bleven dankzij dit handige criterium buiten schot." De werkgeversorganisatie startte een procedure bij de Raad van State om dit ongedaan te maken, maar door onder andere een procedurefout blijft de taks gehandhaafd. Jan Geers van Voka Oost-Vlaanderen: "De PVDA geeft de indruk dat de belasting zomaar overal kan worden ingevoerd, maar dat klopt niet. Tegen elke gemeente die op hetzelfde idee komt, kunnen we opnieuw een procedure starten." Ook in Limburg stijgen de bedrijfstaksen, al is de situatie niet zo extreem als in Zelzate. Er is al actie ondernomen. Zo screende Voka-Kamer van Koophandel Limburg al in 2020 het belastingreglement van de stad Genk, en vond het verschillende gronden om de oppervlaktebelasting nietig te laten verklaren. "Door het gebrek aan dialoog met het stadsbestuur en de naderende deadline heeft Voka samen met de andere Limburgse werkgeversorganisaties en enkele Genkse bedrijven een verzoek tot nietigverklaring ingediend bij de Raad van State. Die ging akkoord met onze argumenten, waardoor de belasting al flink is gedaald", zegt Jonas De Raeve van Voka Limburg. In Limburg neemt de fiscale druk door de steden en gemeenten al een tijd toe. In 2018 inden alle Limburgse gemeenten samen 595.590.000 euro belastingen. Op basis van de beschikbare meerjarenplannen zou dat in 2025 al 684.609.000 euro zijn, of 15 procent meer. Naast de klassieke belastingen, zoals de opcentiemen op de onroerende voorheffing en de aanvullende personenbelastingen, krijgen ook hier de bedrijfsbelastingen de voorkeur. De meest voorkomende zijn de oppervlaktebelasting, belastingen op drijfkracht en belastingen op masten en pylonen. "We vrezen dat de nieuwe oppervlaktebelastingen in de praktijk vaak een duurdere vervanger worden van de bestaande bedrijfsbelastingen", zegt Jonas De Raeve van Voka Limburg.