In de Wetstraat houdt men er een bijzonder taalgebruik op na. Vorige week werd een nieuwe uitdrukking aan het woordenboeken toegevoegd: 'Een meerderheid zonder meerderheid'. PS-voorzitter Paul Magnette kwam op televisie vertellen dat er gewerkt moest worden aan een federale driepartijenregering met de socialisten, de liberalen en de christendemocraten. Zo snel mogelijk, want er komt een einde aan de volmachten die men de regering-Wilmès heeft toegekend. Dat de klassieke tripartite geen meerderheid heeft - 72 op 150 zetels in de Kamer - is volgens Magnette geen probleem. "Een meerderheid van 72 is beter dan een meerderheid van 38 op 150, ook al is er eigenlijk geen meerderheid." Magnette en zijn Vlaamse collega Conner Rousseau (sp.a) zagen de tripartite als de basis van een nieuwe regering, want met steun van de groenen zou ze het vertrouwen kunnen krijgen in de Kamer en aan de slag gaan.
...

In de Wetstraat houdt men er een bijzonder taalgebruik op na. Vorige week werd een nieuwe uitdrukking aan het woordenboeken toegevoegd: 'Een meerderheid zonder meerderheid'. PS-voorzitter Paul Magnette kwam op televisie vertellen dat er gewerkt moest worden aan een federale driepartijenregering met de socialisten, de liberalen en de christendemocraten. Zo snel mogelijk, want er komt een einde aan de volmachten die men de regering-Wilmès heeft toegekend. Dat de klassieke tripartite geen meerderheid heeft - 72 op 150 zetels in de Kamer - is volgens Magnette geen probleem. "Een meerderheid van 72 is beter dan een meerderheid van 38 op 150, ook al is er eigenlijk geen meerderheid." Magnette en zijn Vlaamse collega Conner Rousseau (sp.a) zagen de tripartite als de basis van een nieuwe regering, want met steun van de groenen zou ze het vertrouwen kunnen krijgen in de Kamer en aan de slag gaan.Maar het voorzitterstrio George-Louis Bouchez (MR), Joachim Coens (CD&V) en Egbert Lachaert (Open Vld) counterde dat voorstel. Men kan evengoed vanuit de huidige minderheidsregering op zoek gaan naar een meerderheid in de Kamer. Het trio hoopt tegen 21 juli of ten laatste in de herfst de basis te leggen voor een nieuwe federale regering. Of dat zal lukken, is hoogst twijfelachtig. Waarom zouden ze straks slagen in iets dat de voorbije maanden tot mislukken gedoemd was.Wellicht zal het resultaat hetzelfde zijn als tijdens het beheer van de coronacrisis: de partijvoorzitters zetten de lijnen uit en bepalen het beleid zonder dat er in de Kamer een stabiele meerderheid is. Hier valt het democratisch deficit op, want sommige voorzitters zijn niet eens verkozen (Coens en Bouchez) of zetelen niet in het Federaal Parlement (Rousseau en Gwendolyn Rutten, toen ze partijvoorzitter was van de Vlaamse liberalen). De superkern van de minderheidsregering-Wilmès II en enkele partijvoorzitters namen dankzij de volmachten alle beslissingen, maar hoefden daar geen verantwoording voor af te leggen. "Dit is een junta van de partijvoorzitters, die bovendien achter gesloten deuren plaatsvindt en waar ook het Vlaams Belang en de PVDA niet welkom zijn", zei grondwetspecialist Hendrik Vuye daarover. Van een controle door het parlement en een aftoetsing door de Raad van State was aanvankelijk amper sprake.Met de opdracht die de drie partijvoorzitters zichzelf hebben gegeven, blijft deze toestand de komende maanden de facto voortduren. Er wordt federaal onderhandeld voor de galerij. In werkelijkheid hebben de partijvoorzitters vrij spel om ad-hocmeerderheden te vormen in de Kamer om onder het mom van herstelbeleid Sinterklaas te blijven spelen. Elke econoom is van oordeel dat een verlaging van de btw voor de horeca zinloos is, maar toch wordt die maatregel gestemd. Er werden pogingen ondernomen om ontslag voor maanden te verbieden. Of om bedrijven die tijdens de coronacrisis mensen hebben ontslagen te dwingen met terugwerkende krachten hogere opzegvergoedingen te vragen. Gelukkig zijn er nog enkele lucide parlementsleden die tijdig een meerderheid zochten en vonden die een advies vraagt aan de Raad van State.Deze week was het opnieuw zover. Een wetsvoorstel van de PS en Ecolo-Groen dat artiesten en technici uit de cultuursector makkelijker toegang moet geven tot werkloosheidsuitkeringen is niet door de Kamer geraakt. Daar stak een gelegenheidscoalitie van de N-VA, CD&V, Open Vld en het Vlaams Belang een stokje voor. Er wordt nu een advies gevraagd aan de Raad van State. De partijen die zich tegen het voorstel verzetten, vrezen voor oplopende kosten. En voor een ongelijke behandeling. "Andere werknemers moeten nog altijd minstens 312 arbeidsdagen bewijzen alvorens zij een werkloosheidsuitkering kunnen ontvangen. De minimumvoorwaarden voor werknemers in de artistieke sector om in aanmerking te komen voor een werkloosheidsuitkering zullen zodanig worden verlaagd dat vrijwel iedereen er aanspraak op zal kunnen maken. Dat kan niet de bedoeling zijn", zei N-VA-kamerlid Björn Anseeuw.Zolang er geen federale regering is met een uitgeschreven regeerakkoord, hebben voorstellen met een duur prijskaartje een reële kans om door het parlement te raken. Gelegenheidscoalities of snel gemaakte afspraken met partijvoorzitters maken dat het sociaaleconomisch beleid alle richtingen uit gaat. Niemand lijkt zich zorgen te maken over de ontspoorde overheidsfinanciën. Dat het begrotingstekort dit jaar oploopt tot 10 procent van het bruto binnenlands product (bbp) of meer dan 45 miljard euro, en de staatsschuld van 98,7 naar 118 procent gaat, lijken zorgen voor later.Men krijgt de indruk dat de politici wachten tot 2021. Een economisch herstel van 6,4 procent zou het begrotingstekort doen zakken naar 6 procent. Zal men pas volgend jaar de handen aan de ploeg slaan en met een sanering beginnen? Dat is niet verstandig. Een relance- en saneringsbeleid heeft tijd nodig om effect te hebben. Hoe later men ermee start, hoe moeilijker het herstel.We mogen ook niet vergeten dat de beschermende maatregelen, zoals tijdelijke werkloosheid, pas in het najaar of later zullen verdwijnen. Nu al is duidelijk dat vooral de onderkant van de arbeidsmarkt (in horeca, toerisme en evenementen werken veel laaggeschoolden) zal worden geraakt. Daar zit de uitdaging. Onze politici kennende, wordt de nodige inkomenssteun koppelen aan het perspectief op een duurzame herintrede op de jobmarkt een zeer lastige opdracht.