Thomas Piketty overschat het effect van opbrengsten uit vermogen op de ongelijkheid, volgens u.

Berlage: "Zijn statistieken staven niet altijd zijn beweringen. Zo probeert hij aan te tonen dat vermogensconcentratie de belangrijkste determinant is van de groeiende inkomensongelijkheid. Maar inkomen bestaat niet alleen uit opbrengsten uit vermogen. Het bestaat ook uit arbeidsinkomen. Wie de data van de laatste 30 jaar bestudeert, ziet dat dividenden, rente of andere inkomens uit vermogen slechts een secundaire rol hebben gespeeld. Arbeidsinkomen is de belangrijkste determinant van de huidige ongelijkheid. In een aantal landen zijn de hoogste arbeidsinkomens fors gestegen. Wel is het zo dat de hoogste arbeidsink...

Berlage: "Zijn statistieken staven niet altijd zijn beweringen. Zo probeert hij aan te tonen dat vermogensconcentratie de belangrijkste determinant is van de groeiende inkomensongelijkheid. Maar inkomen bestaat niet alleen uit opbrengsten uit vermogen. Het bestaat ook uit arbeidsinkomen. Wie de data van de laatste 30 jaar bestudeert, ziet dat dividenden, rente of andere inkomens uit vermogen slechts een secundaire rol hebben gespeeld. Arbeidsinkomen is de belangrijkste determinant van de huidige ongelijkheid. In een aantal landen zijn de hoogste arbeidsinkomens fors gestegen. Wel is het zo dat de hoogste arbeidsinkomens vaak samenvallen met de top van de vermogensinkomens. De ongelijkheid van beide inkomens versterken elkaar."Berlage: "Groeiende inkomensongelijkheid vind je vooral in de Angelsaksische landen. Dat is grotendeels te wijten aan exorbitante lonen van topmanagers, en aan rijkelijke vergoedingen in de financiële sector. Er is veel minder inkomensongelijkheid in Europa, en zeker niet in Frankrijk. Dat is het land waar Piketty altijd naar teruggrijpt, omdat hij daar de meeste statistieken over heeft. In tegenstelling tot de indruk die hij wekt, neemt de inkomensongelijkheid in Frankijk nauwelijks toe. Het aandeel van de 10 procent beste verdieners in het Franse nationaal inkomen is weinig gestegen in de laatste decennia."Berlage: "Gregory Mankiw voert daar drie redenen voor aan. Ten eerste, de rijken geven een deel van hun vermogen uit, niet alleen aan exotische party's of luxejachten, ook aan goede doelen of culturele instellingen. Ten tweede betalen zij belastingen op vermogen of op vermogensopbrengsten, en op erfenissen. En ten derde, familiekapitaal kan verwateren door huwelijken en erfopvolging. Als de erfenisregels aan elke erfgenaam een gelijk deel garanderen, dan krijg je een opsplitsing van het familiaal vermogen. Alles bijeen zal het al moeilijk zijn om de vermogensconcentratie gelijk te houden op lange termijn."Berlage: "Neen, zijn boek LeCapital au XXIe siècle is een uitstekend werk, met veel statistisch materiaal dat tot nadenken stemt. Het is Piketty's verdienste om dat materiaal beschikbaar te maken voor het grote publiek. Hij heeft de discussie aangewakkerd. In 2010 ging de helft van het Amerikaanse nationale inkomen naar de 10 procent beste verdieners. Dat is enorm. Maar Piketty doet soms aan overshooting. Hij trekt besluiten die sterker zijn dan zijn gegevens toelaten. De realiteit is dat de inkomensongelijkheid sterk verschilt van land tot land. Net als Frankrijk kent ook België weinig of geen toename van de inkomensongelijkheid, toch in zoverre de statistieken daarover informatie verschaffen. Want de interpretatie van de Belgische statistieken stelt problemen."Berlage: "Die mogelijkheid bestaat altijd. Maar wij hebben een ander soort samenleving, met lonen die minder uiteen lopen, en mindere hoge pieken bereiken. Wij zitten ook institutioneel anders in elkaar. Zo hebben wij een omvangrijke sociale zekerheid. Ik zie dus de ongelijkheid niet automatisch de oceaan oversteken. De verschillen tussen de VS en Europa zijn te groot."