Het moment leek goed gekozen. Kort voor kerstdag kondigde China een verlaging van de importtarieven op 859 producten aan, goed voor zowat een vijfde van de Chinese invoer. De goedkopere invoer is een cadeau voor de Chinese consumenten. Maar met de lagere tarieven wil China ook scoren op het wereldtoneel, als goede leerling in de klas van de vrije en open handel. Die geste valt mooi samen met de dooi in de handelsoorlog met Amerika. Beide landen zouden eerdaags een gedeeltelijk handelsakkoord sluiten, na bijna twee jaar van onderlinge tariefescalaties.

Maar een paar lichtpuntjes veranderen de realiteit nog niet. De globalisering zit in ademnood, de groei van de wereldhandel is onder de groei van de wereldeconomie gedoken, het economische nationalisme rukt op. Het laatste wereldomvattende handelsakkoord, de Uruguay-ronde, dateert al van een kwarteeuw geleden. Zelfs de Wereldhandelsorganisatie (WTO) lijkt op haar laatste benen te lopen, nu ze haar rol als scheidsrechter niet meer kan spelen. Het multilateralisme bloedt dood.

Afscheid van de vrijhandelsdroom.

Dat legt het lot van de vrije wereldhandel in handen van zijn drie topspelers: de Verenigde Staten, China en Europa. Donald Trump heeft gekozen voor het recht van de sterkste, een logische reactie op de opkomst van China als nieuwe wereldmacht. Op zijn beurt denkt China vooral aan zichzelf, ondanks de vrijhandelsretoriek. Blijft over het vergrijsde en kibbelende Europa, wiens gewicht in de wereld zienderogen slinkt. Het geeft weinig hoop. De nieuwe Europese Commissie klinkt beloftevol, maar de echte Europese bazen zijn niet in staat boven zichzelf uit te stijgen, met een eenzame Emmanuel Macron als bijna karikaturale uitzondering.

Daarmee lijkt het lot van de vrije wereldhandel bezegeld, als een naïviteit uit de twintigste eeuw, niet langer bruikbaar in een tijd van zelfzuchtige geopolitiek. Vrijhandel draait om wederzijdse voordelen. Handelspartners gunnen elkaar welvaart. Dat botst met de huidige strijd om economische suprematie, die draait om het afpakken van elkaars welvaart. Dat is een doodlopende straat. Maar vooraleer dat inzicht doordringt, zal er allicht opnieuw een eeuw moeten voorbijgaan.

Het moment leek goed gekozen. Kort voor kerstdag kondigde China een verlaging van de importtarieven op 859 producten aan, goed voor zowat een vijfde van de Chinese invoer. De goedkopere invoer is een cadeau voor de Chinese consumenten. Maar met de lagere tarieven wil China ook scoren op het wereldtoneel, als goede leerling in de klas van de vrije en open handel. Die geste valt mooi samen met de dooi in de handelsoorlog met Amerika. Beide landen zouden eerdaags een gedeeltelijk handelsakkoord sluiten, na bijna twee jaar van onderlinge tariefescalaties. Maar een paar lichtpuntjes veranderen de realiteit nog niet. De globalisering zit in ademnood, de groei van de wereldhandel is onder de groei van de wereldeconomie gedoken, het economische nationalisme rukt op. Het laatste wereldomvattende handelsakkoord, de Uruguay-ronde, dateert al van een kwarteeuw geleden. Zelfs de Wereldhandelsorganisatie (WTO) lijkt op haar laatste benen te lopen, nu ze haar rol als scheidsrechter niet meer kan spelen. Het multilateralisme bloedt dood. Dat legt het lot van de vrije wereldhandel in handen van zijn drie topspelers: de Verenigde Staten, China en Europa. Donald Trump heeft gekozen voor het recht van de sterkste, een logische reactie op de opkomst van China als nieuwe wereldmacht. Op zijn beurt denkt China vooral aan zichzelf, ondanks de vrijhandelsretoriek. Blijft over het vergrijsde en kibbelende Europa, wiens gewicht in de wereld zienderogen slinkt. Het geeft weinig hoop. De nieuwe Europese Commissie klinkt beloftevol, maar de echte Europese bazen zijn niet in staat boven zichzelf uit te stijgen, met een eenzame Emmanuel Macron als bijna karikaturale uitzondering.Daarmee lijkt het lot van de vrije wereldhandel bezegeld, als een naïviteit uit de twintigste eeuw, niet langer bruikbaar in een tijd van zelfzuchtige geopolitiek. Vrijhandel draait om wederzijdse voordelen. Handelspartners gunnen elkaar welvaart. Dat botst met de huidige strijd om economische suprematie, die draait om het afpakken van elkaars welvaart. Dat is een doodlopende straat. Maar vooraleer dat inzicht doordringt, zal er allicht opnieuw een eeuw moeten voorbijgaan.