"Spanningen op de arbeidsmarkt zijn er hier altijd geweest, maar nu zitten de bedrijven echt met de handen in het haar. De krapte is zo intens dat er productielijnen vertragen of zelfs stilliggen. Die bedrijven hebben de mensen niet en krijgen de ploegen niet gevuld. Nu komt daar nog het probleem van de bevoorrading bij. Dat is een explosieve cocktail die de groei van de ondernemingen bedreigt." Dat zegt Bert Mons, de gedelegeerd bestuurder van de ondernemersorganisatie Voka West-Vlaanderen. Hij is tevreden dat de werkloosheidsgraad in de provincie historisch laag is, maar "gecombineerd met een hoog aantal vacatures is dat een verstikkende situatie".
...

"Spanningen op de arbeidsmarkt zijn er hier altijd geweest, maar nu zitten de bedrijven echt met de handen in het haar. De krapte is zo intens dat er productielijnen vertragen of zelfs stilliggen. Die bedrijven hebben de mensen niet en krijgen de ploegen niet gevuld. Nu komt daar nog het probleem van de bevoorrading bij. Dat is een explosieve cocktail die de groei van de ondernemingen bedreigt." Dat zegt Bert Mons, de gedelegeerd bestuurder van de ondernemersorganisatie Voka West-Vlaanderen. Hij is tevreden dat de werkloosheidsgraad in de provincie historisch laag is, maar "gecombineerd met een hoog aantal vacatures is dat een verstikkende situatie". De economie trekt aan en het aantal vacatures scheert hoge toppen. Tussen augustus 2020 en augustus 2021 werden 312.870 vacatures gemeld aan de VDAB. Dat is 24,4 procent meer dan in de twaalf maanden daarvoor. Het aantal vacatures over een jaar overschrijdt daarmee het pre-coronaniveau. Deze vacatures raken ook zeer moeilijk ingevuld. Dat blijkt uit de spanningsindicator (het aantal werkzoekenden per vacature bij de VDAB) die al dit voorjaar het niveau van 2019 bereikte (3,8). De situatie is het meest prangend in West-Vlaanderen. Daar zijn bijna 60.000 vacatures. "We berekenden dat er in eerste instantie ongeveer 42.000 extra werkenden nodig zijn om het volle potentieel van onze ondernemingen op korte termijn te benutten", aldus Bert Mons. "Dan zou de provincie een werkzaamheidsgraad van 80 procent hebben, terwijl die nu 75 procent is. Maar daarmee zijn de problemen nog niet van de baan en komen we nog handen te kort." Door de vergrijzing verlaten veel werknemers de komende jaren de arbeidsmarkt, wat betekent dat er tegen 2030 nog eens 35.000 extra arbeidskrachten aan de slag moeten. Mons: "Dit alles maakt dat we minstens 77.000 extra arbeidskrachten nodig hebben om de groei van onze West-Vlaamse bedrijven te garanderen. Zonder structurele maatregelen blijven onze ondernemingen aankijken tegen gigantische personeelstekorten." Nieuwe werkkrachten zoeken in de ruime groep van de late twintigers tot en met de veertigers wordt moeilijk. In West-Vlaanderen is al 89 procent van de 25-54-jarigen aan de slag. Een eerste oplossing is de West-Vlaamse werklozen die zich beschikbaar stellen, naar de arbeidsmarkt te loodsen. Momenteel bedraagt de gemiddelde werkzoekendengraad - de verhouding van het aantal werkzoekenden tot de bevolking op beroepsactieve leeftijd - in West-Vlaanderen 5,2 procent. Algemeen wordt 3 procent beschouwd als 'volledige tewerkstelling'. Om dat cijfer te bereiken, moeten nog minstens 15.000 West-Vlaamse werkzoekenden aan de slag. Officieel telt West-Vlaanderen 27.000 werkzoekenden; in theorie is er voor elk van hen een baan. "Eerst en vooral moet er een modern, flexibel arbeidsrecht op maat van Vlaanderen komen. Dat moet worden gekoppeld aan concrete acties voor de opleiding van medewerkers, een strenge precisieaanpak door de VDAB en een activerende werkloosheiduitkering en ontslagregeling. Daarom onderschrijf ik de eis van Vlaams minister Hilde Crevits voor een asymmetrisch arbeidsmarktbeleid", aldus Bert Mons. "Van het federale niveau moeten we weinig verwachten, kijk maar naar de voorstellen van federaal minister van Werk Pierre-Yves Dermagne." Volgens Mons heeft West-Vlaanderen nood aan een meerstromenbeleid. Eén groep aanspreken of een beperkt aantal maatregelen nemen, is onvoldoende. Hij sluit zich aan bij de oproep van arbeidseconomen als Stijn Baert die de focus ook op de inactieven willen leggen. Dat zijn mensen die niet werken en zich ook niet beschikbaar stellen op de arbeidsmarkt. West-Vlaanderen telt er zo 155.360, of 22 procent van de bevolking op arbeidsleeftijd (20-65 jaar). Volgens de studie van het Steunpunt Werk is er vooral nog potentieel bij de arbeidsongeschikten (35.600), de studenten (24.700) en de zogenoemde inzetbaren (8600). Die laatste groep zijn mensen die niet werken omdat ze denken te oud te zijn, een opleiding volgen of de zorg van kinderen op zich nemen. Volgens Voka West-Vlaanderen moet het mogelijk zijn om met begeleiding en ondersteuning minstens 12.000 van deze niet-actieven aan het werk te krijgen. Een andere mogelijkheid is meer arbeidsmobiliteit, zeker tussen de gewesten. Vorige week kwam Danny Van Assche tijdens de startreceptie van de kmo- en zelfstandigenorganisatie Unizo met pijnlijke cijfers: in 20 procent van de Vlaamse kmo's werken mensen uit andere Europese landen, maar in slechts 7 procent mensen uit een ander gewest. Nochtans zijn er al maatregelen genomen om die mobiliteit te verbeteren. De arbeidsbemiddelingsdiensten VDAB en het Waalse Forem wisselen vacatures uit. Vorig jaar stuurde de VDAB 71.000 vacatures door naar Wallonië. In 2020 volgden 188 Waalse werkzoekenden een VDAB-opleiding. "Elke dag steken zo'n 14.000 Fransen de grens over om in West-Vlaanderen te komen werken. Daarentegen werken slechts 7000 Walen in West-Vlaanderen. Daar zal pas iets aan gebeuren als het federale arbeidsmarktbeleid verandert." Concreet: een beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen en striktere beschikbaarheidsvereisten. Ook op dat vlak beweegt er niets. En dus neemt West-Vlaanderen het heft in eigen handen, bijvoorbeeld door grensarbeid nog meer te promoten. In het recente project 'Grenzeloos Competent' werken de provincie, het Waals Gewest en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling samen. Er worden bijvoorbeeld opleidingen georganiseerd voor knelpuntberoepen in de sectoren voeding, textiel en duurzaam bouwen. 466 Vlaamse, Franse en Waalse cursisten kregen een opleiding om in een van deze sectoren aan de slag te kunnen. Nieuw is ook het gebruik van big data om de vervoersbewegingen tussen Noord-Frankrijk en West-Vlaanderen in kaart te brengen. Op basis daarvan worden plaatsen in Frankrijk gedetecteerd die weinig grenspendelaars genereren. Daar kunnen dan acties ondernomen worden. Van grensarbeid is het een kleine sprong naar arbeidsmigratie. "De belangrijkste manier om het arbeidstekort op korte termijn terug te dringen, is wellicht gerichte economische arbeidsmigratie", stelt Bert Mons. "Buiten onze landsgrenzen is er nog heel wat potentieel. We moeten meer inzetten op het aantrekken van buitenlands talent. We vragen de Vlaamse overheid met aandrang om op korte termijn en in overleg met de federale overheid een visie te ontwikkelen voor het aantrekken van zowel hoog-, midden-, als kortgeschoolden." Mons wijst er ook op dat bedrijven meer en meer zelf mensen opleiden. "Wat ze doen is hire for attitude, train for skills. Ik ben ontgoocheld als Vlaams minister van Werk Hilde Crevits zegt: 'Leg de lat niet te hoog, zoek niet meer naar de witte duif, de grijze vliegt ook.' Wat denkt men dat onze bedrijven hier al jaren doen?"