In ons land waren in 2020 bij de 20- tot 64-jarigen 4.687.000 mensen aan het werk, goed voor 70 procent. Dat is een daling met een half procentpunt ten opzichte van 2019. België hangt hiermee in de staart van het peloton: slechts vier landen (Griekenland, Italië, Spanje en Kroatië) kennen een nog lagere werkzaamheidsgraad.

In de 27 lidstaten van de EU waren in bevolking op arbeidsactieve leeftijd 188.383.000 mensen aan het werk, ofwel 72,4 procent. België zit dus ook onder het EU-gemiddelde.

De werkzaamheidsgraad bij mannen van 20 tot 64 jaar daalde in ons land van 74,5 naar 74,1 procent en bij vrouwen van 66,5 naar 65,9 procent. In de 27 EU-lidstaten zakte dat cijfer bij mannen van 79 naar 78,1 procent en bij vrouwen van 67,3 naar 66,8 procent.

Slechts drie lidstaten van de EU27 kenden geen daling van de werkzaamheidsgraad: Malta (+0,6 pp naar 77,4 procent), Polen (+0,6 pp naar 73,6 procent) en Kroatië (+0,2 pp naar 66,9 procent). Zweden had met 80,8 procent de hoogste werkzaamheidsgraad, Griekenland de laagste met 61,1 procent. De grootste afnames werden vastgesteld in Spanje (-2,3 pp naar 65,7 procent), Ierland (-1,7 pp naar 73,4 procent) en Bulgarije (-1,6 pp naar 73,6 procent).

In ons land waren in 2020 bij de 20- tot 64-jarigen 4.687.000 mensen aan het werk, goed voor 70 procent. Dat is een daling met een half procentpunt ten opzichte van 2019. België hangt hiermee in de staart van het peloton: slechts vier landen (Griekenland, Italië, Spanje en Kroatië) kennen een nog lagere werkzaamheidsgraad. In de 27 lidstaten van de EU waren in bevolking op arbeidsactieve leeftijd 188.383.000 mensen aan het werk, ofwel 72,4 procent. België zit dus ook onder het EU-gemiddelde. De werkzaamheidsgraad bij mannen van 20 tot 64 jaar daalde in ons land van 74,5 naar 74,1 procent en bij vrouwen van 66,5 naar 65,9 procent. In de 27 EU-lidstaten zakte dat cijfer bij mannen van 79 naar 78,1 procent en bij vrouwen van 67,3 naar 66,8 procent. Slechts drie lidstaten van de EU27 kenden geen daling van de werkzaamheidsgraad: Malta (+0,6 pp naar 77,4 procent), Polen (+0,6 pp naar 73,6 procent) en Kroatië (+0,2 pp naar 66,9 procent). Zweden had met 80,8 procent de hoogste werkzaamheidsgraad, Griekenland de laagste met 61,1 procent. De grootste afnames werden vastgesteld in Spanje (-2,3 pp naar 65,7 procent), Ierland (-1,7 pp naar 73,4 procent) en Bulgarije (-1,6 pp naar 73,6 procent).