Tijdens de lockdowns van 2020 en 2021 kregen werknemers wereldwijd het hard te verduren. Het eerste jaar van de pandemie daalde het aantal werkuren wereldwijd met 9 procent. In sommige landen schoot de werkloosheid zo snel omhoog dat de computers van de sociale zekerheid crashten. Werknemers met lage lonen of geringe kwalificaties zagen de zwartste sneeuw. Sommige analisten vrezen dat de pandemie zal leiden tot een harder tijdperk, waarin die werknemers moeite zullen hebben om een baan te vinden, of zullen vaststellen dat robots hun werk hebben overgenomen. Er is evenwel een goede reden om een minder donkere bril op te zetten.

Overal in de ontwikkelde wereld doen de arbeidsmarkten het beter dan verwacht. Midden 2020 hield de denktank OESO bij een tweede besmettingsgolf rekening met een werkloosheidsgraad van 9 procent tegen eind 2021. Uiteindelijk bedraagt die na drie of zelfs vier golven van het virus in de OESO-landen momenteel ongeveer 6 procent. Zelfs de landen die traditioneel niet meteen bekendstaan voor hun kwieke herstel, zoals die van de eurozone, zijn snel overeind gekrabbeld.

30 miljoen vacatures

Drie factoren wijzen erop dat de arbeidswereld ook in 2022 de verwachtingen blijft overstijgen. De eerste heeft te maken met telewerk. Naar schatting zullen mensen vijf keer meer van thuis uit werken dan voor de pandemie, wat zowel hun geluk als hun productiviteit ten goede komt.

De tweede factor hangt samen met automatisering. Veel economen gaan ervan uit dat de pandemie de opmars van de robots zal inluiden, waarbij machines die uitgerust zijn met artificiële intelligentie banen zullen overnemen. Het is zeker waar dat pandemieën in het verleden de automatisering in de hand hebben gewerkt, onder meer omdat robots niet ziek worden. Maar volgens de analyse van The Economist zijn er tot dusver weinig bewijzen dat we nu zo'n automatisering meemaken. Bij de banen waarvan wordt gezegd dat ze kwetsbaar zijn voor mechanisatie, is de groei even groot als bij andere soorten werk.

De derde factor houdt verband met het beleid. In de nasleep van de pandemie gaat de aandacht van politici en centrale bankiers meer uit naar het terugdringen van de werkloosheid dan naar andere doelstellingen, zoals de reductie van inflatie en de inperking van de openbare schulden. Die aanpak is anders dan na de financiële crisis van 2007-2009, die gevolgd werd door een herstel zonder jobs. Jerome Powell, de voorzitter van de Federal Reserve, heeft beloofd dat hij de voet op het monetaire gaspedaal zal houden tot de tewerkstelling gevoelig toeneemt. Ook in de eurozone zijn politici minder obsessief bezig met bezuinigingen dan vroeger.

Het resultaat is dat werknemers sterker staan om te onderhandelen dan de voorbije jaren. Het maandelijkse aantal mensen dat ontslag neemt, heeft in Amerika al een historische piek bereikt. Werkgevers die lage lonen of slechte arbeidsvoorwaarden bieden, hebben het bijzonder moeilijk om jobs te vullen. Momenteel zijn er 30 miljoen openstaande vacatures in de rijke wereld. Ook dat is historisch veel. Te veel macht kan de situatie doen ontsporen. Werkgevers moeten ook wat macht hebben om te onderhandelen. De voorbije tien jaar heeft de bedrijfswereld echter meestal de bovenhand gehad. Het jaar van de werknemer hoeft niemand angst aan te jagen.

Tijdens de lockdowns van 2020 en 2021 kregen werknemers wereldwijd het hard te verduren. Het eerste jaar van de pandemie daalde het aantal werkuren wereldwijd met 9 procent. In sommige landen schoot de werkloosheid zo snel omhoog dat de computers van de sociale zekerheid crashten. Werknemers met lage lonen of geringe kwalificaties zagen de zwartste sneeuw. Sommige analisten vrezen dat de pandemie zal leiden tot een harder tijdperk, waarin die werknemers moeite zullen hebben om een baan te vinden, of zullen vaststellen dat robots hun werk hebben overgenomen. Er is evenwel een goede reden om een minder donkere bril op te zetten. Overal in de ontwikkelde wereld doen de arbeidsmarkten het beter dan verwacht. Midden 2020 hield de denktank OESO bij een tweede besmettingsgolf rekening met een werkloosheidsgraad van 9 procent tegen eind 2021. Uiteindelijk bedraagt die na drie of zelfs vier golven van het virus in de OESO-landen momenteel ongeveer 6 procent. Zelfs de landen die traditioneel niet meteen bekendstaan voor hun kwieke herstel, zoals die van de eurozone, zijn snel overeind gekrabbeld. Drie factoren wijzen erop dat de arbeidswereld ook in 2022 de verwachtingen blijft overstijgen. De eerste heeft te maken met telewerk. Naar schatting zullen mensen vijf keer meer van thuis uit werken dan voor de pandemie, wat zowel hun geluk als hun productiviteit ten goede komt. De tweede factor hangt samen met automatisering. Veel economen gaan ervan uit dat de pandemie de opmars van de robots zal inluiden, waarbij machines die uitgerust zijn met artificiële intelligentie banen zullen overnemen. Het is zeker waar dat pandemieën in het verleden de automatisering in de hand hebben gewerkt, onder meer omdat robots niet ziek worden. Maar volgens de analyse van The Economist zijn er tot dusver weinig bewijzen dat we nu zo'n automatisering meemaken. Bij de banen waarvan wordt gezegd dat ze kwetsbaar zijn voor mechanisatie, is de groei even groot als bij andere soorten werk. De derde factor houdt verband met het beleid. In de nasleep van de pandemie gaat de aandacht van politici en centrale bankiers meer uit naar het terugdringen van de werkloosheid dan naar andere doelstellingen, zoals de reductie van inflatie en de inperking van de openbare schulden. Die aanpak is anders dan na de financiële crisis van 2007-2009, die gevolgd werd door een herstel zonder jobs. Jerome Powell, de voorzitter van de Federal Reserve, heeft beloofd dat hij de voet op het monetaire gaspedaal zal houden tot de tewerkstelling gevoelig toeneemt. Ook in de eurozone zijn politici minder obsessief bezig met bezuinigingen dan vroeger. Het resultaat is dat werknemers sterker staan om te onderhandelen dan de voorbije jaren. Het maandelijkse aantal mensen dat ontslag neemt, heeft in Amerika al een historische piek bereikt. Werkgevers die lage lonen of slechte arbeidsvoorwaarden bieden, hebben het bijzonder moeilijk om jobs te vullen. Momenteel zijn er 30 miljoen openstaande vacatures in de rijke wereld. Ook dat is historisch veel. Te veel macht kan de situatie doen ontsporen. Werkgevers moeten ook wat macht hebben om te onderhandelen. De voorbije tien jaar heeft de bedrijfswereld echter meestal de bovenhand gehad. Het jaar van de werknemer hoeft niemand angst aan te jagen.