Het grote probleem van Italië is het gebrek aan economische groei. Dat probleem sleept nu al meer dan tien jaar aan. Een van de verklaringen is gelegen bij de zwakke Italiaanse banken. De financiële crisis zadelde hen met een hoop probleemkredieten op. Door die op hun balans te houden, hadden ze te weinig ruimte om nieuwe leningen te verstrekken en zuurstof te geven aan het bedrijfsleven.

De voorbije vier jaar hebben de Italiaanse banken dan toch werk gemaakt van de afbouw van de probleemkredieten (leningen met een grote betalingsachterstand). Terwijl die slechte leningen in 2016 nog 16 procent van hun kredietportefeuille innamen, daalde dat percentage vorig jaar naar 7,5 procent. Maar dat is nog altijd ruim dubbel zo hoog als het gemiddelde van de banken in de eurozone, of 3,4 procent.

Vooral de vijf grote banken - Unicredit, Intesa Sanpaolo, Banco BPM, Monte dei Paschi en UBI Banca - verkochten grote portefeuilles en effectiseerden activa. De overheid maakte dat proces mogelijk via een waarborgregeling. Bij de kleine en middelgrote financiële instellingen, waaronder veel coöperatieve banken, werden de balansen veel minder gesaneerd. Zij kampen nog altijd met ratio's voor probleemkredieten van meer dan 10 procent. Die banken hebben ook af te rekenen met hoge kosten en een lage rendabiliteit.

Slechte leningen zijn maar een van de problemen van de Italiaanse banken. Hun investeringsportefeuilles zitten vol overheidsobligaties van het eigen land. Dat maakt ze erg gevoelig voor de evolutie van de Italiaanse rente en het renteverschil met andere EU-landen. Daardoor tast een daling van de obligatieprijzen al heel snel het eigen vermogen van de banken aan. De gemiddelde kern-kapitaalratio bedraagt weliswaar een bevredigende 13,5 procent, maar dat zit onder het gemiddelde van 14,8 procent van de eurozone.

Ten slotte zijn de Italiaanse banken voor hun financiering erg afhankelijk van het eurosysteem van de centrale banken. De Italiaanse banken deden de voorbije jaren gretig een beroep op de gerichte lange termijn financieringsprogramma's (TLTRO's) van de ECB. Eind 2019 was 220 miljard euro financiering afkomstig van het eurosysteem. Dat betekent dat een derde van de totale financiering door de centrale banken van de eurozone naar Italië vloeit. De ECB kondigde vorige week een nieuwe tranche TLTRO's aan. Die bieden de banken gunstige financieringsvoorwaarden als ze kmo's leningen blijven verstrekken.

Het grote probleem van Italië is het gebrek aan economische groei. Dat probleem sleept nu al meer dan tien jaar aan. Een van de verklaringen is gelegen bij de zwakke Italiaanse banken. De financiële crisis zadelde hen met een hoop probleemkredieten op. Door die op hun balans te houden, hadden ze te weinig ruimte om nieuwe leningen te verstrekken en zuurstof te geven aan het bedrijfsleven.De voorbije vier jaar hebben de Italiaanse banken dan toch werk gemaakt van de afbouw van de probleemkredieten (leningen met een grote betalingsachterstand). Terwijl die slechte leningen in 2016 nog 16 procent van hun kredietportefeuille innamen, daalde dat percentage vorig jaar naar 7,5 procent. Maar dat is nog altijd ruim dubbel zo hoog als het gemiddelde van de banken in de eurozone, of 3,4 procent.Vooral de vijf grote banken - Unicredit, Intesa Sanpaolo, Banco BPM, Monte dei Paschi en UBI Banca - verkochten grote portefeuilles en effectiseerden activa. De overheid maakte dat proces mogelijk via een waarborgregeling. Bij de kleine en middelgrote financiële instellingen, waaronder veel coöperatieve banken, werden de balansen veel minder gesaneerd. Zij kampen nog altijd met ratio's voor probleemkredieten van meer dan 10 procent. Die banken hebben ook af te rekenen met hoge kosten en een lage rendabiliteit.Slechte leningen zijn maar een van de problemen van de Italiaanse banken. Hun investeringsportefeuilles zitten vol overheidsobligaties van het eigen land. Dat maakt ze erg gevoelig voor de evolutie van de Italiaanse rente en het renteverschil met andere EU-landen. Daardoor tast een daling van de obligatieprijzen al heel snel het eigen vermogen van de banken aan. De gemiddelde kern-kapitaalratio bedraagt weliswaar een bevredigende 13,5 procent, maar dat zit onder het gemiddelde van 14,8 procent van de eurozone.Ten slotte zijn de Italiaanse banken voor hun financiering erg afhankelijk van het eurosysteem van de centrale banken. De Italiaanse banken deden de voorbije jaren gretig een beroep op de gerichte lange termijn financieringsprogramma's (TLTRO's) van de ECB. Eind 2019 was 220 miljard euro financiering afkomstig van het eurosysteem. Dat betekent dat een derde van de totale financiering door de centrale banken van de eurozone naar Italië vloeit. De ECB kondigde vorige week een nieuwe tranche TLTRO's aan. Die bieden de banken gunstige financieringsvoorwaarden als ze kmo's leningen blijven verstrekken.