Op regelmatige basis brengt het wetenschappelijk project Dynam de bewegingen op de Belgische arbeidsmarkt in kaart, met een focus op cijfers die verborgen blijven achter de nettostatistieken. Dynam is een langlopend samenwerkingsverband van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ), HIVA-KU Leuven, het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA), het Departement Werk en Sociale Economie (WSE) van de Vlaamse overheid en het Waalse onderzoeksinstituut IWEPS.
...

Op regelmatige basis brengt het wetenschappelijk project Dynam de bewegingen op de Belgische arbeidsmarkt in kaart, met een focus op cijfers die verborgen blijven achter de nettostatistieken. Dynam is een langlopend samenwerkingsverband van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ), HIVA-KU Leuven, het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA), het Departement Werk en Sociale Economie (WSE) van de Vlaamse overheid en het Waalse onderzoeksinstituut IWEPS. Het jongste rapport brengt in kaart hoe de arbeidsmarkt tijdens de derde coronagolf (gemeten op 30 juni 2021) is geëvolueerd tegenover de hevige schok tijdens de eerste coronagolf (30 juni 2020). Daarnaast bekeken de onderzoekers hoe de arbeidsmarkt is geëvolueerd tegenover de periode vóór corona (30 juni 2019). Dit zijn vier opvallende tendensen. Sinds het tweede kwartaal van 2021 - één jaar na de eerste coronagolf - is een sterke heropleving van de arbeidsmarkt op gang gekomen. De banencreatie en de instroom van nieuwe werknemers op de arbeidsmarkt stijgen tot respectievelijk 257.869 (+31%) en 731.755 (+9%). De jobdestructie en de bruto-uitstroom dalen tot respectievelijk 164.677 (-25%) en 638.563 (-9%). In tegenstelling tot het tweede kwartaal van 2020, het begin van de pandemie, gaan er één jaar later minder banen verloren, terwijl er meer bij komen. Zetten we die brutocijfers van creatie en instroom af tegen de vernietiging en de uitstroom, dan komen we voor de periode 2020-2021 uit op een nettogroei van 93.192 banen. In 2019-2020 was dat cijfer nog negatief (-28.577 banen). Dat is de sterkste groei sinds het begin van de Dynam-metingen in 2006 en meer dan in de economische bloeiperiode vóór de financiële en economische crisis van 2008-2009. Dat is te danken aan de combinatie van het economische herstel en de steunmaatregelen van de overheid, zoals de tijdelijke werkloosheid, het uitstel voor de betaling van belastingen en directe steunmaatregelen aan de bedrijven. De impact van de eerste coronagolf op de werkgelegenheid was voelbaar in alle gewesten. In vergelijking met 2018-2019 verdwenen er netto overal banen. De terugval van het aantal aanwervingen liet zich in 2020, het jaar van de eerste coronagolf, iets scherper voelen in het Vlaams en het Waals Gewest (respectievelijk 10,5 en 9,8% minder instroom tegenover 2018-2019). Ook in Brussel bleef de daling van de instroom relatief hoog met 9,5 procent. Een jaar later stellen de Dynam-onderzoekers echter grote verschillen tussen de gewesten vast. De instroom zit in het Waals Gewest weer op het niveau van vóór de eerste coronagolf. Het aantal aanwervingen is er tegenover de periode 2019-2020 met 21.000 gestegen (+13,1%). In vergelijking met het pre-coronatijdperk is de instroom 2 procent hoger. Er worden dus meer werknemers aangeworven dan voor de pandemie. Ook in de andere gewesten nemen de aanwervingen toe. In Vlaanderen waren er 32.920 extra in 2021 (+8%), in Brussel 5.017 (+5 procent). Maar de aanwervingen hebben nog niet het pre-coronaniveau bereikt. Vlaanderen zit voor aanwervingen nog 3 procent onder dat niveau, Brussel 5 procent. Jongeren (jonger dan 25 jaar) die in het tweede kwartaal van 2021 een baan zochten - meestal voor de eerste keer - vonden die opnieuw vlot. Een handig instrument om dat te meten is de intredegraad. Daarvoor wordt in een leeftijdsgroep het aantal instromers tussen het begin en het einde van een periode gedeeld door de gemiddelde tewerkstelling voor die leeftijdsgroep. Terwijl de intredegraad voor jongeren in de periode 2019-2020 nog sterk was gedaald, is er in de periode 2020-2021 een sterke stijging. Die tendens is het meest uitgesproken bij de 15- tot 21-jarigen: de intredegraad in die groep is verdubbeld, van 16 naar 31 procent. Bovendien bevindt de intredegraad zich voor elk van de jongste drie leeftijdsgroepen op het hoogste niveau sinds het begin van de meting. In de industrie, de bouw, de handel en de overige diensten stelt het Dynam-onderzoek een lichte stijging van de intredegraad vast in 2020-2021. Maar vooral de uitgesproken stijging in de horeca en de administratieve diensten verklaart waarom jongeren vlotter op de arbeidsmarkt komen. Nieuw in het Dynam-onderzoek zijn de zogenoemde werk-naar-werktransities. Het gaat om mensen die van baan veranderen zonder tussendoor werkloos te zijn. Het is een belangrijke indicator van een goed werkende arbeidsmarkt. Bij een economisch herstel verwachten we meer mobiliteit. Zo'n stoelendans is een krachtige motor voor de invulling van vacatures en is belangrijk in periodes met een krappe arbeidsmarkt. Welnu, de arbeidsmobiliteit blijft in België op een laag pitje draaien. Op federaal niveau deed de eerste coronagolf het aantal werk-naar-werktransities sterk dalen. In 2020 waren het er 303.728, een daling van 8,5 procent. Een jaar later, in juni 2021, veranderden 304.000 werknemers van werk, geen echt herstel dus. Want terwijl de instroom van niet-werk naar werk in 2020 daalde met 11,5 procent, steeg die een jaar later met 16 procent. Er zijn ook regionale verschillen. In Vlaanderen blijft de in- en uitstroom richting een andere baan in 2020-2021 zo goed als constant, na een sterke daling in 2019-2020. Onder de inwoners van het Brussels Gewest blijft het aantal werk-naar-werktransities nog dalen in 2020-2021, zij het lichtjes (-4,5%). In het Waals Gewest lijkt die indicator wel te herstellen: zo'n 5,1 procent meer inwoners van het Waals Gewest veranderden van baan. De motoren van de mobiliteit op de arbeidsmarkt zijn momenteel dan ook de werklozen die een baan vinden. Zo'n 55 procent van de instromers kwam in de periode 2019-2020 uit een 'niet-werkende' positie. Eén jaar na die eerste coronagolf is dat zo'n 58 procent. Het gaat vooral om mensen die flexibele, kortlopende banen aannemen.