Uber trekt naar de beurs met een veel te hoge waardering van maximaal 91 miljard dollar. Zijn kernactiviteit als onlinetaxicentrale is zelfs na miljarden aan investeringen bijzonder kwetsbaar en verlieslatend. Op de koop toe stort het zich ook nog in geldverslindende zelfrijdende auto's, deelfietsen en maaltijdbezorgers.

De voorstanders van Uber maken vaak de vergelijking met Facebook en Amazon, die ook met verliescijfers naar de beurs trokken, maar wel een enorm beurssucces zijn. Facebook maakte inderdaad nog even verlies, maar voor de gebruikers was er toen al geen alternatief en vlak voor de beursgang in 2012 had CEO Mark Zuckerberg nog zijn belangrijkste concurrent Instagram opgekocht. Bij Amazon hebben de beleggers zich bijna twee decennia niet gestoord aan de forse verliezen, zodat het bedrijf zelfs werd omschreven als een liefdadigheidsinstelling van beleggers om consumenten goedkoper en gemakkelijker te laten shoppen. Maar de e-commercereus had zijn zaakjes echt wel op orde. Hij had de concurrentie op een enorme achterstand gezet en kon kwartaal na kwartaal het duurzame rendement van zijn investeringen tonen.

Uber trekt naar de beurs met een veel te hoge waardering.

Uber daarentegen is nog veel te kwetsbaar. 9 van de 10 miljard dollar omzet komt van zijn taxi-app. In de Verenigde Staten, de belangrijkste markt, heeft het een marktaandeel van 65 procent. Maar de klanten van Uber en de zelfstandige chauffeurs met wie het bedrijf werkt, hoeven slechts een andere app te openen om over te stappen. Uber kan zijn prijzen moeilijk verhogen of hogere vergoedingen aanrekenen voor het aanbrengen van klanten bij de chauffeurs.

Er is geen realistische weg naar marges die een waardering van 91 miljard dollar rechtvaardigen. De economische logica ontbreekt, de waardering wordt gedreven door de overmoed en de hebzucht van oprichter Travis Kalanick en de grote investeerders van het eerste uur.