Vorige week bracht Trends een overzicht van succesvolle dertigers in het Belgische bedrijfsleven. Die lijst kon bijna volledig worden ingevuld met jonge techondernemers. Bij zeven van de tien Belgische techbedrijven die de afgelopen tien jaar het meeste geld hebben opgehaald, zetten twintigers en dertigers de lijnen uit. Bij de grote exits van de afgelopen jaren - Clear2Pay (verkocht voor 375 miljoen euro) en Newtec (250 miljoen euro) - stonden meer ervaren ondernemers aan het hoofd. Maar in de klasse daaronder was het gros van de ondernemers jonger dan 40 toen ze hun bedrijf hebben verkocht. De belangrijkste namen staan bovenaan op de volgende pagina's.
...

Vorige week bracht Trends een overzicht van succesvolle dertigers in het Belgische bedrijfsleven. Die lijst kon bijna volledig worden ingevuld met jonge techondernemers. Bij zeven van de tien Belgische techbedrijven die de afgelopen tien jaar het meeste geld hebben opgehaald, zetten twintigers en dertigers de lijnen uit. Bij de grote exits van de afgelopen jaren - Clear2Pay (verkocht voor 375 miljoen euro) en Newtec (250 miljoen euro) - stonden meer ervaren ondernemers aan het hoofd. Maar in de klasse daaronder was het gros van de ondernemers jonger dan 40 toen ze hun bedrijf hebben verkocht. De belangrijkste namen staan bovenaan op de volgende pagina's. De voorbije jaren is het aantal grote kapitaalverhogingen en verkopen in de techsector fors toegenomen, maar dat was een gestaag proces. De meeste techondernemers zijn al bijna tien jaar of langer actief. De uitblinkers zijn Jonas Dhaenens en Frederik Poelman, beiden 37 jaar. Al twintig jaar geleden begonnen ze op de schoolbanken domeinnamen en webruimte voor websites te verkopen. Daardoor behoren ze nog tot de generatie van de Belgische internetpioniers. Het duo is nog altijd de drijvende kracht achter team.blue, ondertussen een Europese topper en de tweede Belgische unicorn, na Collibra. "Het klimaat voor start-ups is voortdurend verbeterd", zegt Dries Buytaert. "Niet alleen het geld en de netwerken evolueerden, maar vooral de goesting om te ondernemen. Ik moest me nog verantwoorden omdat ik techondernemer wilde worden en geen onderzoeker. Mijn omgeving vond dat een gevaarlijke keuze." Drupal, de vrij te gebruiken en aanpasbare software die hij in 2001 als student programmeerde, zit onder de motorkap van de grootste websites ter wereld. In 2007 startte Buytaert Acquia op, dat gespecialiseerde diensten rond Drupal levert en onder meer Amazon als aandeelhouder heeft. Hij richtte het bedrijf op in Boston. "Dat kon toen niet anders, en ik heb er ook geen spijt van", zegt hij. "Ik heb er direct 7 miljoen dollar kunnen ophalen, dat kon toen niet in België. Daardoor kon ik me ook vanaf de opstart omringen met heel ervaren mensen. Pas op, ik ben enorm positief over de Belgische techscene. Het vliegwiel is op gang gekomen om de sector steeds harder te doen draaien. Dat heeft tijd gekost, je hebt nu eenmaal een tiental jaar nodig om een succesvol bedrijf te bouwen. Pas dan vallen de zaadjes eruit en zie je managers zelf een eigen bedrijf beginnen. Kijk naar de vele succesvolle bedrijven die uit Netlog zijn ontstaan." Toon Coppens en Lorenz Bogaert bouwden Netlog begin jaren 2000 uit van een eenvoudige site met profielen tot de Europese marktleider in sociaalnetwerksites. Maar tegen Facebook waren ze niet bestand. In 2011 verschoven ze hun focus naar de datingsite Twoo. Ze verkochten dat bedrijf in 2012 aan een Franse dochteronderneming van de datinggigant Match.com, die nu vooral bekend is van Tinder. In de reorganisatie bij de opstart van Twoo zag het bedrijf veel sleutelfiguren vertrekken. Daaruit ontstonden meer dan tien nieuwe techbedrijven, met Engagor, In The Pocket en Showpad als grote uitschieters. "Nu zijn we trots op dat netwerk van bedrijven", zegt Toon Coppens. Op zijn 38ste is hij nog altijd een heel actieve investeerder en ondernemer, onder meer bij de vastgoedsite Realo. "Maar destijds was het niet leuk op zo'n moeilijk moment zo veel toptalent te zien vertrekken. Ergens was dat wel begrijpelijk, want ze hadden geproefd van het succes." "En zij konden profiteren van een beter klimaat dan wij een tiental jaar geleden voordien", voegt Coppens eraan toe. "Wij moesten enorm veel tijd en geld investeren in de bouw van een serverpark dat de gigantische trafiek aankon. Nu is dat in de beginfase spotgoedkoop door cloudcomputing. En we konden onze groei niet financieren met geld van investeerders. Om zelfbedruipend te zijn bouwden we websites voor andere bedrijven en we werkten op een gegeven moment met sms-betalingen voor wie lid wilde worden. We hebben extra obstakels moeten creëren die onze groei beperkten." Was het misschien een zegen dat Netlog het lastig kreeg en daardoor zo veel nieuwe bedrijven voortbracht? "Het was beter geweest voor Gent en België als Netlog tot een gigant als Facebook was uitgegroeid", zegt Coppens. "We hebben misschien ooit een kansje gehad, maar het was een strijd van David tegen Goliath. Facebook had enorm veel geld opgehaald." Er is veel ten goede veranderd, maar één ding is hetzelfde gebleven: een jonge ondernemer gooit zich nog altijd voor de leeuwen en krijgt te maken met stress en uitdagingen waar zelfs mensen met meer ervaring aan ten onder gaan. Is het dan niet beter eerst ervaring op te doen bij pakweg een groot consultancybedrijf? "Het is een illusie dat je meer zekerheid hebt in een groot bedrijf", zegt Stijn Christiaens, medeoprichter en CTO van Collibra. "Grote bedrijven nemen vaak ook drastische beslissingen. Als ondernemer heb je meer controle over je carrière. Ik wist altijd al dat ik zelf iets wilde starten, maar de motivatie voor Collibra zat nog dieper. We dachten dat we iets konden verbeteren." "Als twintigers kwamen we natuurlijk terecht in situaties waar we niets van afwisten", herinnert Christiaens zich. "Maar dat is een kwestie van je in te lezen en je goed te laten adviseren. Vanaf de opstart hadden we een zware raad van bestuur, met onder meer Tony Mary (ex-IBM en ex-VRT, nvdr). Er was een generatiekloof, maar daar deden we het net voor, om een ander perspectief te krijgen." Volgens professor Veroniek Collewaert van Vlerick Business School is zo'n diverse raad van bestuur een goede zaak: "Maar je moet zo'n generatiekloof wel goed managen, zodat er geen tweestrijd van de jonkies tegen de oudjes uitbreekt. De verhalen van schoolverlaters in de techindustrie zijn wel catchy, maar uit de meeste studies blijkt toch dat de gemiddelde leeftijd van de startende ondernemers rond 40 jaar ligt." "Volgens een studie is de ideale leeftijd voor een succesvolle starter in de techindustrie 42 jaar", zegt Jürgen Ingels. Hij is een van de meeste succesvolle en actieve techondernemers in België. "Als ik nu investeer, is leeftijd geen beslissende factor, wel ervaring. Ik was 28 toen ik mijn eerste bedrijf oprichtte en ik kwam uit de private equity. Ik kon daardoor beginnersfouten vermijden. Daarom zou ik toch adviseren er zo vroeg mogelijk aan te beginnen of toch op zijn minst ergens relevante ervaring op te doen." In de lijst van de heel succesvolle Belgische techbedrijven is het opvallend dat de meeste oprichters bij de opstart late twintigers waren. Dieter De Mesmaeker is 29 en medeoprichter en CTO van Datacamp, een aanbieder van onlinecursussen om bigdataspecialist te worden, waarvan vorig jaar uitlekte dat het op meer dan 184 miljoen dollar zou worden gewaardeerd. Hij heeft geen spijt dat hij rechtstreeks van de schoolbanken kwam. "Tijdens mijn studententijd wist ik al dat ik wilde ondernemen. Ik wilde niet ergens in een gouden kooi terechtkomen, al heb je dan een vast inkomen en een goede baan. De andere oprichters, Martijn Theuwissen (CEO, nvdr) en Jonathan Cornelissen, hadden wel al wat beroepservaring." "Het voordeel van zo jong te beginnen, is dat het ook meer aansluit bij je studentenbestaan", zegt De Mesmaeker. "De eerste twee jaar konden we ons nauwelijks een loon uitbetalen, maar we hoefden ons geen zorgen te maken, omdat we geen huis moesten afbetalen. We waren gewend met 800 euro per maand rond te komen." Maar ondernemen blijft een onzeker bestaan. Het gros van de start-ups gaat failliet binnen de vijf jaar of wordt in een vroeg stadium verkocht. Te veel Belgische techparels komen in buitenlandse handen. "Voor Intuo was het een kans om sneller een grote stap vooruit te zetten", zegt Tim Clauwaert van Intuo, een ontwikkelaar van hr-software, dat sinds 2019 een onderdeel is van het Nederlandse Unit 4. "We zitten nu in een organisatie van meer dan 3000 medewerkers en hebben daardoor meer mogelijkheden om te groeien." "Het is ook voor een ondernemer een goede leerschool", heeft Clauwaert vastgesteld. "Je ziet nu hoe grote bedrijven te maken hebben met totaal andere uitdagingen. Ik vind het dus nog altijd leuk, al zal het ondernemersbloed ooit wel weer beginnen te kriebelen. Ik heb er absoluut geen spijt van dat ik ondernemer ben geworden. Het heeft natuurlijk veel energie gekost, maar ik kan hier elke dag de positieve impact zien. Dat harde werk ondersteunt ondertussen al een hoop medewerkers en hun gezinnen." Al dat jonge talent moet wel tot optimisme stemmen. Maar oude rot Jürgen Ingels herhaalt zijn waarschuwing van een jaar geleden, toen Collibra een unicorn werd na een kapitaalronde van 100 miljoen dollar. "We moeten realistisch zijn. In Zweden zouden bedrijven zoals Showpad en Collibra met hun omzet niet eens in de top dertig van de technologiesector staan. Dit is misschien een gouden generatie voor België, maar zeker niet internationaal. We zijn goed bezig, en we doen stappen vooruit, maar eigenlijk staan we nog nergens." Daar raakt hij een teer punt aan: voorlopig hebben enkel team.blue, Collibra of Showpad een voldoende grote omzet, waardoor techgiganten bereid zijn er een fikse som voor te betalen of waardoor ze naar de beurs kunnen trekken. De jonkies maken voorlopig nog te weinig kleppers. "Soms vraag ik me dat ook af", bekent Pieterjan Bouten, de CEO van Showpad. "Ik adviseer veel jonge ondernemers en investeer vaak in hun bedrijven, maar ik zie de volgende Showpad of Collibra nog niet direct komen." Misschien moet het beste nog komen. We komen in een tijdperk dat deze generatie aan zijn tweede bedrijf kan beginnen. Davy Kestens lanceert zijn nieuwe app, Cake, waarmee mensen hun financiën gemakkelijker kunnen beheren. Eerder richtte hij Sparkcentral op, een belangrijke speler om grote bedrijven efficiënter via WhatsApp of Facebook met hun klanten te laten communiceren. Er wordt ook veel verwacht van Zhong Xu en Jan Hollez. Zij gooiden zich met Posios op mobiele kassasoftware voor de horeca. Enkele jaren na de verkoop van Posios integreren ze met hun nieuwe bedrijf Deliverect de software van Deliveroo en andere maaltijdbezorgers in kassasoftware. Negen maanden na de opstart konden ze al 3 miljoen euro ophalen. Dat was een nooit vertoond bedrag in België voor zo'n jong bedrijf. Het is wel opvallend dat weinig nieuwe techondernemers uit de teams van Showpad en Collibra komen. Misschien gaat het te goed bij hen en blijft het talent er liever zitten. Een uitzondering is Maarten Masschelein. In april 2018 richtte hij Soda Data op, dat ook focust op big data. "Ik was een van de eerste medewerkers van Collibra. Maar ik was altijd van plan om zelf een bedrijf op te richten", zegt hij. "Ik heb dat zelfs tijdens mijn sollicitatiegesprek bekend, maar ik wilde eerst veel leren. Van dichtbij de groei van bedrijf als Collibra meemaken is de perfecte leerschool."