De verkoop van AXA Bank stond in de sterren geschreven. Enkele jaren geleden al trachtte de Franse verzekeraar tevergeefs zijn Belgische bankfiliaal te gelde te maken. Wat toen niet lukte, slaagde deze keer wel. De toestand is veranderd. De lage rente zet de bankwereld op zijn kop. Kleinere banken zien hun rentemarge eroderen en moeten hun strategie herdenken. Bij Crelan beseften ze dat de overname van AXA Bank een kans was om schaalvoordelen te realiseren, de efficiëntie te verbeteren en de rendabiliteit op te vijzelen.

Maar Crelan is een coöperatieve bank, een bank zonder sterke aandeelhouders die in hun zak kunnen tasten om een overname te financieren. Dus had de bank wat hulp nodig. Die kreeg ze in de eerste plaats van de verkoper. AXA bleek bereid de bank tegen de helft van de boekwaarde te verkopen. Op zich hoeft dat niet te verbazen. Dat ligt in lijn met de marktwaarde van de meeste Europese beursgenoteerde banken. Maar AXA bleek ook nog eens bereid 80 miljoen te betalen voor Crelan Insurance en 90 miljoen voor een kleine participatie in de nieuwe fusiebank.

Slimme jongens, die van Crelan.

Daarnaast herhaalt Crelan de grote financieringstruc die ze in het verleden al gebruikte bij de overname van Centea en het uitkopen van Crédit Agricole. Met AXA Bank haalt Crelan 800.000 nieuwe klanten binnen. Stuk voor stuk potentiële coöperanten. Zij zullen vanaf volgend jaar het voorstel krijgen tot 5000 euro coöperatieve aandelen van hun nieuwe bank te kopen. Die aandelen bieden de klant in barre rentetijden een aantrekkelijk dividendrendement van 3 procent en een aantal commerciële voordelen. Op die manier laat Crelan de klanten van AXA Bank zelf de overname van hun bank betalen. Slimme jongens, die van Crelan.