Trends zet een jaar lang elke week een vrouwelijke topmanager, wetenschapper, techondernemer of influencer in de schrijnwerpers. De vijftig vrouwen staan op de eerste lijst van Inspiring Fifty Belgium.

Sinds de NMBS begin september MoveSafe lanceerde, werd de app al meer dan honderdduizend keer gedownload. Veel pendelaars zijn bang om met het coronavirus besmet te raken in de trein. De NMBS liet daarom een app bouwen waarmee reizigers makkelijk kunnen voorspellen hoe hoog de bezettingsgraad in hun trein zal zijn. Zo kunnen ze hun reis afstemmen op het verwachte aantal passagiers.

Verscheidene bedrijven werkten mee aan de app, die een heel scherpe deadline had. Het cruciale onderdeel van die app, dat op basis van historische data de bezettingsgraad berekent, werd ontwikkeld door het Brusselse techbedrijf Kantify. "We hebben dat in enkele weken klaargespeeld, hoewel het heel complex was", zegt Ségolène Martin, de medeoprichter en CEO van Kantify. "Zeker tot een paar jaar geleden werd artificiële intelligentie nog als iets gevaarlijks aangezien, maar dit voorbeeld toont aan hoe je die technologie kunt gebruiken om de veiligheid te verbeteren."

Artificiële intelligentie is een verzamelterm voor intelligentie buiten de mens om, in software en machines. De basis ervan is machine learning: die technologie zorgt ervoor dat computers zelf kunnen leren door data te doorploegen en analyseren. "Het was een huzarenstukje om de enorme hoeveelheid historische data op de juiste manier te verwerken met de juiste algoritmes", zegt Stefan Costeur, het hoofd van het innovatielab van de NMBS. "Kantify was heel reactief, het was een goede partner voor ons." Een ander visitekaartje van Kantify is de toepassing die het vorig jaar samen met de Brusselse universiteit ULB ontwikkelde om voorkamerfibrillatie, een hartritmestoornis, te voorspellen.

Ondernemen en innoveren

Ségolène Martin is gepokt en gemazeld in de wereld van de artificiële intelligentie. Behalve CEO van Kantify is ze ook Belgisch ambassadeur van Women in AI en de Europese Commissie vroeg haar als vertegenwoordiger op de Global Partnership on Artificial Intelligence. Dat internationale consortium van de OESO verzamelt experts in artificiële intelligentie uit de hele wereld om onderzoek te doen en ervoor te zorgen dat de technologie verantwoord wordt gebruikt.

Martin heeft een master politieke wetenschappen en een MBA. Ze heeft dus geen technische opleiding gevolgd. Dat benadrukt ze vaak als ze jonge vrouwen probeert te inspireren om te kiezen voor een carrière in tech. "Veel mensen geloven dat je een technische achtergrond nodig hebt in een AI-bedrijf, maar je hebt behalve ingenieurs en softwareontwikkelaars nog andere profielen nodig", zegt ze.

Na een stage bij de Europese Unie bleef de Française in Brussel en bouwde ze haar professionele loopbaan in België uit. Eerst bij een groot bedrijf, maar de drang om te ondernemen en te innoveren in een omgeving met minder lange processen en minder stakeholders stimuleerde haar om samen met Nik Subramanian, een Belg van Indiase afkomst, Meetsies op te richten. Het bedrijf was actief in de horeca, maar al snel werd duidelijk dat het zakenmodel moeilijk rendabel te krijgen was. Beide oprichters leerden er het potentieel van artificiële intelligentie wel beter door begrijpen.

Ze zetten Meetsies stop en lanceerden in 2016 Kantify, waarmee ze zich eerst richtten op de retailsector. De algoritmes van Kantify hielpen retailers hun prijzen soepel aan te passen aan de omstandigheden of gepersonaliseerde kortingen te geven. "Al snel kregen we ook aanvragen uit andere sectoren", herinnert Martin zich. "We richtten ons toen ook op de dienstensector en de industrie. Zo haalden we goede resultaten met het voorspellen van grondstoffenprijzen voor een klant uit de petrochemische industrie, die zo heel wat geld kon besparen."

Het juiste talent

"Sinds de oprichting verdubbelen we elk jaar onze omzet", zegt Ségolène Martin. "We hebben nu ongeveer twintig klanten en tien medewerkers. België is onze belangrijkste markt, maar we hebben ook klanten in het Verenigd Koninkrijk of Nederland." Kantify ziet zich als een consultancybedrijf. De behoeften van de klanten zijn te particulier om een sleutel-op- deurtechnologie te ontwikkelen die makkelijk overal toepasbaar is, via softwareabonnementen bijvoorbeeld.

De medewerkers van Kantify werken niet in het kantoor in de co-workingruimte waar Martin werkt, met zicht op de Brusselse Louizalaan. "We hebben een remote team en zijn helemaal digitaal", zegt Ségolène Martin. "Corona had geen impact op ons, we telewerkten hoe dan ook al. In maart waren we daarmee nog een uitzondering, maar sinds de coronacrisis krijgen we veel vragen van andere bedrijven over hoe we dat aanpakken. We hebben de nodige processen en tools geïnstalleerd, maar even belangrijk is blijven communiceren en een bedrijfscultuur hebben die gericht is op resultaat op basis van goed geformuleerde doelen, en niet op hoeveel uur je achter je bureau zit."

Klanten heeft Kantify niet verloren door de coronacrisis. Integendeel: de NMBS is lang niet de enige nieuwe klant, zegt Martin. Het bedrijf is vooral heel actief in de gezondheidssector, sinds het vorig jaar de toepassing lanceerde om hartritmestoornissen te voorspellen. Het bedrijf hoefde geen beroep te doen op overheidsmaatregelen om de lockdown te overbruggen. "We zijn winstgevend, alles gaat goed", zegt Ségolène Martin. "We merken ook dat corona de digitalisering bij de bedrijven heeft versneld. Ze beseffen dat ze daar veel mee kunnen uitsparen, en dat ze er ook nieuwe waarde mee kunnen creëren."

Behalve een ambassadrice voor artificiële intelligentie is Martin ook een pleitbezorger voor meer inclusiviteit in tech. Ze is lid van de raad van bestuur van Women in AI en BeCode, dat werkzoekenden leert te programmeren, en staat op de eerste lijst van Inspiring Fifty Belgium, met vrouwelijke rolmodellen in de techwereld. " C'est mon duty de faire ça", zegt Martin. "Al zit het soms evengoed in kleine dingen, als je diversiteit en respect wilt bevorderen om een fijne werkomgeving te creëren waarin iedereen zich goed voelt. Zo'n werkomgeving is onder meer nodig om het juiste talent aan te trekken. Wij zeggen bijvoorbeeld niet ' hello guys' tegen elkaar. Natuurlijk niet, we zeggen ' hello folks'. Het is iets kleins, maar het helpt."

Sinds de NMBS begin september MoveSafe lanceerde, werd de app al meer dan honderdduizend keer gedownload. Veel pendelaars zijn bang om met het coronavirus besmet te raken in de trein. De NMBS liet daarom een app bouwen waarmee reizigers makkelijk kunnen voorspellen hoe hoog de bezettingsgraad in hun trein zal zijn. Zo kunnen ze hun reis afstemmen op het verwachte aantal passagiers. Verscheidene bedrijven werkten mee aan de app, die een heel scherpe deadline had. Het cruciale onderdeel van die app, dat op basis van historische data de bezettingsgraad berekent, werd ontwikkeld door het Brusselse techbedrijf Kantify. "We hebben dat in enkele weken klaargespeeld, hoewel het heel complex was", zegt Ségolène Martin, de medeoprichter en CEO van Kantify. "Zeker tot een paar jaar geleden werd artificiële intelligentie nog als iets gevaarlijks aangezien, maar dit voorbeeld toont aan hoe je die technologie kunt gebruiken om de veiligheid te verbeteren." Artificiële intelligentie is een verzamelterm voor intelligentie buiten de mens om, in software en machines. De basis ervan is machine learning: die technologie zorgt ervoor dat computers zelf kunnen leren door data te doorploegen en analyseren. "Het was een huzarenstukje om de enorme hoeveelheid historische data op de juiste manier te verwerken met de juiste algoritmes", zegt Stefan Costeur, het hoofd van het innovatielab van de NMBS. "Kantify was heel reactief, het was een goede partner voor ons." Een ander visitekaartje van Kantify is de toepassing die het vorig jaar samen met de Brusselse universiteit ULB ontwikkelde om voorkamerfibrillatie, een hartritmestoornis, te voorspellen. Ségolène Martin is gepokt en gemazeld in de wereld van de artificiële intelligentie. Behalve CEO van Kantify is ze ook Belgisch ambassadeur van Women in AI en de Europese Commissie vroeg haar als vertegenwoordiger op de Global Partnership on Artificial Intelligence. Dat internationale consortium van de OESO verzamelt experts in artificiële intelligentie uit de hele wereld om onderzoek te doen en ervoor te zorgen dat de technologie verantwoord wordt gebruikt. Martin heeft een master politieke wetenschappen en een MBA. Ze heeft dus geen technische opleiding gevolgd. Dat benadrukt ze vaak als ze jonge vrouwen probeert te inspireren om te kiezen voor een carrière in tech. "Veel mensen geloven dat je een technische achtergrond nodig hebt in een AI-bedrijf, maar je hebt behalve ingenieurs en softwareontwikkelaars nog andere profielen nodig", zegt ze. Na een stage bij de Europese Unie bleef de Française in Brussel en bouwde ze haar professionele loopbaan in België uit. Eerst bij een groot bedrijf, maar de drang om te ondernemen en te innoveren in een omgeving met minder lange processen en minder stakeholders stimuleerde haar om samen met Nik Subramanian, een Belg van Indiase afkomst, Meetsies op te richten. Het bedrijf was actief in de horeca, maar al snel werd duidelijk dat het zakenmodel moeilijk rendabel te krijgen was. Beide oprichters leerden er het potentieel van artificiële intelligentie wel beter door begrijpen. Ze zetten Meetsies stop en lanceerden in 2016 Kantify, waarmee ze zich eerst richtten op de retailsector. De algoritmes van Kantify hielpen retailers hun prijzen soepel aan te passen aan de omstandigheden of gepersonaliseerde kortingen te geven. "Al snel kregen we ook aanvragen uit andere sectoren", herinnert Martin zich. "We richtten ons toen ook op de dienstensector en de industrie. Zo haalden we goede resultaten met het voorspellen van grondstoffenprijzen voor een klant uit de petrochemische industrie, die zo heel wat geld kon besparen." "Sinds de oprichting verdubbelen we elk jaar onze omzet", zegt Ségolène Martin. "We hebben nu ongeveer twintig klanten en tien medewerkers. België is onze belangrijkste markt, maar we hebben ook klanten in het Verenigd Koninkrijk of Nederland." Kantify ziet zich als een consultancybedrijf. De behoeften van de klanten zijn te particulier om een sleutel-op- deurtechnologie te ontwikkelen die makkelijk overal toepasbaar is, via softwareabonnementen bijvoorbeeld. De medewerkers van Kantify werken niet in het kantoor in de co-workingruimte waar Martin werkt, met zicht op de Brusselse Louizalaan. "We hebben een remote team en zijn helemaal digitaal", zegt Ségolène Martin. "Corona had geen impact op ons, we telewerkten hoe dan ook al. In maart waren we daarmee nog een uitzondering, maar sinds de coronacrisis krijgen we veel vragen van andere bedrijven over hoe we dat aanpakken. We hebben de nodige processen en tools geïnstalleerd, maar even belangrijk is blijven communiceren en een bedrijfscultuur hebben die gericht is op resultaat op basis van goed geformuleerde doelen, en niet op hoeveel uur je achter je bureau zit." Klanten heeft Kantify niet verloren door de coronacrisis. Integendeel: de NMBS is lang niet de enige nieuwe klant, zegt Martin. Het bedrijf is vooral heel actief in de gezondheidssector, sinds het vorig jaar de toepassing lanceerde om hartritmestoornissen te voorspellen. Het bedrijf hoefde geen beroep te doen op overheidsmaatregelen om de lockdown te overbruggen. "We zijn winstgevend, alles gaat goed", zegt Ségolène Martin. "We merken ook dat corona de digitalisering bij de bedrijven heeft versneld. Ze beseffen dat ze daar veel mee kunnen uitsparen, en dat ze er ook nieuwe waarde mee kunnen creëren." Behalve een ambassadrice voor artificiële intelligentie is Martin ook een pleitbezorger voor meer inclusiviteit in tech. Ze is lid van de raad van bestuur van Women in AI en BeCode, dat werkzoekenden leert te programmeren, en staat op de eerste lijst van Inspiring Fifty Belgium, met vrouwelijke rolmodellen in de techwereld. " C'est mon duty de faire ça", zegt Martin. "Al zit het soms evengoed in kleine dingen, als je diversiteit en respect wilt bevorderen om een fijne werkomgeving te creëren waarin iedereen zich goed voelt. Zo'n werkomgeving is onder meer nodig om het juiste talent aan te trekken. Wij zeggen bijvoorbeeld niet ' hello guys' tegen elkaar. Natuurlijk niet, we zeggen ' hello folks'. Het is iets kleins, maar het helpt."