Twaalf minuten. Zo lang moet een kledingstuk in de oven zitten vooraleer het in stukken uit elkaar valt. Tenminste als het gemaakt is met Smart Stitch, een naaigaren dat oplost bij hoge temperaturen. Het is een vondst van de Brusselse onderneming Resortecs, die het mogelijk maakt kleding gemakkelijk te demonteren en klaar te stomen voor een tweede leven. De oven die dat voor elkaar krijgt, de Smart Disassembly, kan tot één ton kleding per dag verwerken. Het prototype van de oven werd onlangs voorgesteld in Recy-K, een atelier en platform voor de circulaire economie aan het Kanaal in Anderlecht. Die demonstratie zag er, moet je kunnen, tegelijk futuristisch en kinderlijk uit.

We moeten af van het softe imago van duurzaamheid. Money talks'

Cédric Vanhoeck, Resortecs

Hoewel de oven uit roestvrij staal gemaakt is, lijkt het wel een klein ruimteschip van karton en aluminiumfolie, zoals een kind het zou maken. Met een voetpedaal, als een kleermaker, drukt een medewerker het tuig de hoogte in. Daarna roteert een ski-jas met een complexe voering, talloze keren om zijn as in de oven. Twaalf minuten later voel ik aan de polyester voering, die nu gescheiden is van het omhulsel van polyester en polyuthereen. Het voelt nog warm aan, als brood dat net uit de oven komt.

Het broodje van Cédric Vanhoeck, de oprichter van Resortecs, lijkt in elk geval gebakken. In een presentatie voorafgaand aan de demo stelt hij enkele partners van Resortecs voor. Een fan van het eerste uur is H&M, dat hem in 2018 een Global Change Award uitreikte. Maar ook bekende sportmerken rekent hij intussen bij zijn klanten en sinds kort is er een partnerschap met het luxemerk LVMH. Circulaire oplossingen komen voor die merken geen moment te vroeg, vertelt Vanhoeck. In 2019 had H&M nog onverkochte stock ter waarde van 4,3 miljard dollar. Maar liefst vier op de vijf kledingstukken belanden op de afvalberg of verdwijnen in de verbrandingsoven, blijkt uit Europees onderzoek. "Op die manier laten we 500 miljard dollar textiel per jaar verloren gaan. Dat had evengoed gerecycleerd kunnen worden", zegt de ondernemer.

ATACAMAIn de Chileense woestijn stapelen de onverkochte stukken van de mode-industrie zich op., getty
ATACAMAIn de Chileense woestijn stapelen de onverkochte stukken van de mode-industrie zich op. © getty

Recyclage als laatste stap

Tijdens zijn presentatie toont Vanhoeck beelden uit Atacama in Chili, in reisgidsen beschreven als 'de droogste plek ter wereld', die nu smalend de 'fastfashionwoestijn' wordt genoemd. Hopen afdankertjes, maar liefst 40.000 ton per jaar, belanden er op een afvalberg. Dat is ook de duurzaamheidsmanager van Resortecs, Rawaa Ammar, niet ontgaan. Zij heeft een PhD in milieuwetenschappen aan de ULB en kwam in 2019 bij Resortecs. "We hebben allemaal de beelden gezien. Choquerend, vooral omdat het grotendeels bleek te gaan om onverkochte kleren, dus niet eens tweedehands. Voor hun stapels onverkochte voorraad kiezen de modemerken vaak voor opties die gemakkelijker en goedkoper zijn dan recyclage, zoals storten of verbranding. Met alle gevolgen van dien."

Om dat probleem te verhelpen, vult Vanhoeck aan, werkt Resortecs samen met zo'n dertig internationale kledingmerken. Met Decathlon bijvoorbeeld sloeg het de handen in elkaar om gerecycleerde materialen op hun beurt opnieuw recycleerbaar te maken. Is er een kans dat er items van Decathlon tussen de hopen kleren in Chili liggen? "Die kans is er zeker, en dat is net het probleem", zegt Joeri Moons, sustainable development leader van de Belgische tak van het Franse bedrijf. "We steken onze kleren goedbedoeld in een textielcontainer en die komen dan terecht in Afrika, Chili of waar dan ook. Als er daar niets meer mee aan te vangen valt, kan het ook niet gerecycleerd worden, omdat die kennis in Europa zit."

YUMA LABS Zonnebrillen gemaakt uit afval.

Moons heeft vertrouwen in de recyclage-industrie in onze contreien en hij wil met Decathlon zijn steentje bijdragen aan de circulaire economie. Recyclage is maar een laatste stap, benadrukt hij. "Als je een miskoop doet, kan zo'n kledingstuk opnieuw op de markt komen. Pas in de laatste fase, als allerlaatste optie, denken we aan recyclage."

De strategie van Decathlon volgt de bekende ecologische principes reduce, reuse, recycle: minderen, hergebruiken, recycleren. De volgorde is belangrijk: je mag pas de volgende trap overwegen als de vorige onmogelijk is. Eerst minder kopen, daarna spullen een tweede leven gunnen en als je er echt niks meer mee kunt doen, een manier of een plek vinden om het kledingstuk te recycleren. Minderen hangt bijvoorbeeld samen met de manier waarop kleding ontworpen wordt.

Textielterugname

"Het lastige is dat we wel naar een circulaire economie streven, maar nog altijd met een lineaire verkoop zitten", zegt Moons. Zodra een stuk verkocht is, ligt de verantwoordelijkheid in handen van de klant. "Wij kunnen onze producten wel herstelbaar maken, maar de klant moet een herstelling in gang te zetten. Wij willen ook die verantwoordelijkheid overnemen."

Zo neemt Decathlon producten terug en ontwikkelde het een website waarop klanten hun producten zelf tweedehands kunnen doorverkopen. "Voor Black Friday deden we een Back Friday-actie", geeft Moons als voorbeeld. "Dat hele weekend lang konden klanten hun spullen terugbrengen, of ze nog verkoopbaar waren of niet. Waren ze nog bruikbaar, dan kregen ze er een vergoeding voor. Waren ze niet meer verkoopbaar, dan zorgden wij ervoor dat het goed terechtkwam in het recyclagecircuit. Die actie was een succes. We denken momenteel na hoe we dat soort terugnamediensten permanent kunnen aanbieden in de filialen." Hij vergelijkt het met de boxen van Recupel, waarin je gebruikte batterijen kunt droppen. "Waarom bestaat zoiets niet voor alle producten?"

Om impact te kunnen hebben, heb je schaal nodig'

Lenja Doms, Yuma Labs

De actie ligt in lijn met Europese wetgeving die eraan zit te komen, de zogenoemde uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV), die ingaat op 1 januari 2023. Dan worden de producenten van consumentenkleding verantwoordelijk voor de inzameling, de recyclage, het hergebruik en het afvalbeheer van hun producten. Vroeg of laat zullen alle merken dus moeten nadenken over wat ze doen met kleding die niet meer verkocht of gedragen wordt. Moons: "Onze medewerkers en klanten zijn sporters. Zij krijgen het steeds moeilijker om in een propere omgeving hun sport uit te oefenen. Surfers komen terecht in baaien die helemaal vervuild zijn. Hun sport voeren ze uit op een plank die ook bijdraagt tot de afvalberg." Die dualiteit komt Moons heel vaak tegen. Net daardoor is herstelbaarheid zo belangrijk. "In de recyclage van textiel zijn we intussen al verder gevorderd", verwijst Moons naar SCIRT, een project voor textiel-naar-textielrecyclage, waarbij Decathlon betrokken is. "Voor andere producten ligt dat een stukje lastiger."

Lenja Doms

Vierkante bril

Neem pakweg een zonnebril. Die bestaat uit kleine onderdelen van kunststof en is moeilijker te herbestemmen dan bijvoorbeeld de mouwen van de ski-jas die bij Resortecs uit de oven kwam. Of niet? Lenja Doms, partner bij Yuma Labs, toont dat ook dat perfect mogelijk is. Yuma Labs is een brillenmerk dat gebruikmaakt van afval om nieuwe zonnebrillen te produceren. Dat kan bijvoorbeeld door petflessen te recycleren of materialen van oude brillen, zoals acetaat, te herbestemmen. Doms' vennoot Sebastiaan de Neubourg begon Yuma Labs vanuit zijn garage, met een 3D-printer en een droom. Hij maakte er op bestelling zonnebrillen van afvalstromen. "Dat was sympathiek en superschattig, maar wij willen niet rommelen in de marge."

99 procent van de tijd van Yuma Labs gaat nu op aan samenwerkingen met grote, internationale of internationaal gerenommeerde merken en ontwerpers, van COS tot Christian Wijnants. De bedrijvenmarkt dus. Doms is opvallend scherp voor concullega's die zich enkel of vooral op de consumentenmarkt richten: "Daar zitten prachtige projecten bij, maar vaak komen die niet helemaal van de grond. Dan bieden ze producten aan die te laag geprijsd zijn om uit de kosten te raken, om toch maar klanten te winnen. Dat soort concurrentie maakt duurzaam ondernemen nog een pak moeilijker. Ik weet ook niet of de markt daar klaar voor is."

Circulair ondernemen blijft een lastig marketingverhaal, ondervindt Doms. Nog zoveel mensen weten niet wat het juist is. "Die glazen zijn vierkant, dan is dat toch niet circulair?" reageren ze op sommige ontwerpen. Daarom is het logisch dat de circulaire ommezwaai van de bedrijven en niet inherent vanuit klanten moet komen. "Om impact te kunnen hebben, heb je schaal nodig. We willen niet gewoon een klein merk zijn dat zonnebrillen aanbiedt, we willen tonen dat dat soort modellen wel degelijk werkt."

Uitstoot

Tonen dat circulair ondernemen financieel haalbaar is, in die filosofie gaat Resortecs volledig mee. Cédric Vanhoeck spreekt van een return on investment van 300 procent. "Netto komt dat neer op 1,50 euro per kledingstuk", stelt hij. Vanhoeck benadrukt dat duurzaamheid en ecologische impact op een financiële manier bekeken moeten worden. "We moeten af van het softe imago van duurzaamheid. Money talks. Wij kloppen aan bij de modeketens en rekenen uit wat al die onverkochte kledingstukken hen kosten. Dat gaat tot 3 procent van hun jaarlijkse omzet. Van die kostprijs zijn zij maar zelden op de hoogte. Pas als ze die link leggen, zullen oplossingen sneller gebruikt worden."

En de ecologische winsten? Die komen daar nog eens bovenop. Uit een interne levenscyclusanalyse, nagekeken door de onafhankelijke duurzaamheidsconsultant GreenDelta, blijkt dat gedemonteerde kleding tot de helft minder CO2 uitstoot en 98 procent minder water nodig heeft bij de verwerking. Zo vermijd je 80 procent van het textielafval.

Bent u ook een radicale vernieuwer?

RadicaleVernieuwers bouwen nieuwe oplossingen voor energie, mobiliteit, de circulaire economie, inclusie, zorg, armoede, voeding enzovoort. Met slimme samenwerkingen, netwerken of platformen zetten ze radicale ideeën om in een nieuwe realiteit. Bent u ook zo iemand? Dan kunt u zich tot 24 februari inschrijven op radicalevernieuwers.be. Op 17 maart maakt de jury de tien nieuwe laureaten bekend. RadicaleVernieuwers is een initiatief van de Sociale InnovatieFabriek, dat samenwerkt met onder meer Cera en Trends.

www.radicalevernieuwers.be

Twaalf minuten. Zo lang moet een kledingstuk in de oven zitten vooraleer het in stukken uit elkaar valt. Tenminste als het gemaakt is met Smart Stitch, een naaigaren dat oplost bij hoge temperaturen. Het is een vondst van de Brusselse onderneming Resortecs, die het mogelijk maakt kleding gemakkelijk te demonteren en klaar te stomen voor een tweede leven. De oven die dat voor elkaar krijgt, de Smart Disassembly, kan tot één ton kleding per dag verwerken. Het prototype van de oven werd onlangs voorgesteld in Recy-K, een atelier en platform voor de circulaire economie aan het Kanaal in Anderlecht. Die demonstratie zag er, moet je kunnen, tegelijk futuristisch en kinderlijk uit. Hoewel de oven uit roestvrij staal gemaakt is, lijkt het wel een klein ruimteschip van karton en aluminiumfolie, zoals een kind het zou maken. Met een voetpedaal, als een kleermaker, drukt een medewerker het tuig de hoogte in. Daarna roteert een ski-jas met een complexe voering, talloze keren om zijn as in de oven. Twaalf minuten later voel ik aan de polyester voering, die nu gescheiden is van het omhulsel van polyester en polyuthereen. Het voelt nog warm aan, als brood dat net uit de oven komt. Het broodje van Cédric Vanhoeck, de oprichter van Resortecs, lijkt in elk geval gebakken. In een presentatie voorafgaand aan de demo stelt hij enkele partners van Resortecs voor. Een fan van het eerste uur is H&M, dat hem in 2018 een Global Change Award uitreikte. Maar ook bekende sportmerken rekent hij intussen bij zijn klanten en sinds kort is er een partnerschap met het luxemerk LVMH. Circulaire oplossingen komen voor die merken geen moment te vroeg, vertelt Vanhoeck. In 2019 had H&M nog onverkochte stock ter waarde van 4,3 miljard dollar. Maar liefst vier op de vijf kledingstukken belanden op de afvalberg of verdwijnen in de verbrandingsoven, blijkt uit Europees onderzoek. "Op die manier laten we 500 miljard dollar textiel per jaar verloren gaan. Dat had evengoed gerecycleerd kunnen worden", zegt de ondernemer. Tijdens zijn presentatie toont Vanhoeck beelden uit Atacama in Chili, in reisgidsen beschreven als 'de droogste plek ter wereld', die nu smalend de 'fastfashionwoestijn' wordt genoemd. Hopen afdankertjes, maar liefst 40.000 ton per jaar, belanden er op een afvalberg. Dat is ook de duurzaamheidsmanager van Resortecs, Rawaa Ammar, niet ontgaan. Zij heeft een PhD in milieuwetenschappen aan de ULB en kwam in 2019 bij Resortecs. "We hebben allemaal de beelden gezien. Choquerend, vooral omdat het grotendeels bleek te gaan om onverkochte kleren, dus niet eens tweedehands. Voor hun stapels onverkochte voorraad kiezen de modemerken vaak voor opties die gemakkelijker en goedkoper zijn dan recyclage, zoals storten of verbranding. Met alle gevolgen van dien."Om dat probleem te verhelpen, vult Vanhoeck aan, werkt Resortecs samen met zo'n dertig internationale kledingmerken. Met Decathlon bijvoorbeeld sloeg het de handen in elkaar om gerecycleerde materialen op hun beurt opnieuw recycleerbaar te maken. Is er een kans dat er items van Decathlon tussen de hopen kleren in Chili liggen? "Die kans is er zeker, en dat is net het probleem", zegt Joeri Moons, sustainable development leader van de Belgische tak van het Franse bedrijf. "We steken onze kleren goedbedoeld in een textielcontainer en die komen dan terecht in Afrika, Chili of waar dan ook. Als er daar niets meer mee aan te vangen valt, kan het ook niet gerecycleerd worden, omdat die kennis in Europa zit." Moons heeft vertrouwen in de recyclage-industrie in onze contreien en hij wil met Decathlon zijn steentje bijdragen aan de circulaire economie. Recyclage is maar een laatste stap, benadrukt hij. "Als je een miskoop doet, kan zo'n kledingstuk opnieuw op de markt komen. Pas in de laatste fase, als allerlaatste optie, denken we aan recyclage."De strategie van Decathlon volgt de bekende ecologische principes reduce, reuse, recycle: minderen, hergebruiken, recycleren. De volgorde is belangrijk: je mag pas de volgende trap overwegen als de vorige onmogelijk is. Eerst minder kopen, daarna spullen een tweede leven gunnen en als je er echt niks meer mee kunt doen, een manier of een plek vinden om het kledingstuk te recycleren. Minderen hangt bijvoorbeeld samen met de manier waarop kleding ontworpen wordt. "Het lastige is dat we wel naar een circulaire economie streven, maar nog altijd met een lineaire verkoop zitten", zegt Moons. Zodra een stuk verkocht is, ligt de verantwoordelijkheid in handen van de klant. "Wij kunnen onze producten wel herstelbaar maken, maar de klant moet een herstelling in gang te zetten. Wij willen ook die verantwoordelijkheid overnemen." Zo neemt Decathlon producten terug en ontwikkelde het een website waarop klanten hun producten zelf tweedehands kunnen doorverkopen. "Voor Black Friday deden we een Back Friday-actie", geeft Moons als voorbeeld. "Dat hele weekend lang konden klanten hun spullen terugbrengen, of ze nog verkoopbaar waren of niet. Waren ze nog bruikbaar, dan kregen ze er een vergoeding voor. Waren ze niet meer verkoopbaar, dan zorgden wij ervoor dat het goed terechtkwam in het recyclagecircuit. Die actie was een succes. We denken momenteel na hoe we dat soort terugnamediensten permanent kunnen aanbieden in de filialen." Hij vergelijkt het met de boxen van Recupel, waarin je gebruikte batterijen kunt droppen. "Waarom bestaat zoiets niet voor alle producten?" De actie ligt in lijn met Europese wetgeving die eraan zit te komen, de zogenoemde uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV), die ingaat op 1 januari 2023. Dan worden de producenten van consumentenkleding verantwoordelijk voor de inzameling, de recyclage, het hergebruik en het afvalbeheer van hun producten. Vroeg of laat zullen alle merken dus moeten nadenken over wat ze doen met kleding die niet meer verkocht of gedragen wordt. Moons: "Onze medewerkers en klanten zijn sporters. Zij krijgen het steeds moeilijker om in een propere omgeving hun sport uit te oefenen. Surfers komen terecht in baaien die helemaal vervuild zijn. Hun sport voeren ze uit op een plank die ook bijdraagt tot de afvalberg." Die dualiteit komt Moons heel vaak tegen. Net daardoor is herstelbaarheid zo belangrijk. "In de recyclage van textiel zijn we intussen al verder gevorderd", verwijst Moons naar SCIRT, een project voor textiel-naar-textielrecyclage, waarbij Decathlon betrokken is. "Voor andere producten ligt dat een stukje lastiger." Neem pakweg een zonnebril. Die bestaat uit kleine onderdelen van kunststof en is moeilijker te herbestemmen dan bijvoorbeeld de mouwen van de ski-jas die bij Resortecs uit de oven kwam. Of niet? Lenja Doms, partner bij Yuma Labs, toont dat ook dat perfect mogelijk is. Yuma Labs is een brillenmerk dat gebruikmaakt van afval om nieuwe zonnebrillen te produceren. Dat kan bijvoorbeeld door petflessen te recycleren of materialen van oude brillen, zoals acetaat, te herbestemmen. Doms' vennoot Sebastiaan de Neubourg begon Yuma Labs vanuit zijn garage, met een 3D-printer en een droom. Hij maakte er op bestelling zonnebrillen van afvalstromen. "Dat was sympathiek en superschattig, maar wij willen niet rommelen in de marge." 99 procent van de tijd van Yuma Labs gaat nu op aan samenwerkingen met grote, internationale of internationaal gerenommeerde merken en ontwerpers, van COS tot Christian Wijnants. De bedrijvenmarkt dus. Doms is opvallend scherp voor concullega's die zich enkel of vooral op de consumentenmarkt richten: "Daar zitten prachtige projecten bij, maar vaak komen die niet helemaal van de grond. Dan bieden ze producten aan die te laag geprijsd zijn om uit de kosten te raken, om toch maar klanten te winnen. Dat soort concurrentie maakt duurzaam ondernemen nog een pak moeilijker. Ik weet ook niet of de markt daar klaar voor is." Circulair ondernemen blijft een lastig marketingverhaal, ondervindt Doms. Nog zoveel mensen weten niet wat het juist is. "Die glazen zijn vierkant, dan is dat toch niet circulair?" reageren ze op sommige ontwerpen. Daarom is het logisch dat de circulaire ommezwaai van de bedrijven en niet inherent vanuit klanten moet komen. "Om impact te kunnen hebben, heb je schaal nodig. We willen niet gewoon een klein merk zijn dat zonnebrillen aanbiedt, we willen tonen dat dat soort modellen wel degelijk werkt." Tonen dat circulair ondernemen financieel haalbaar is, in die filosofie gaat Resortecs volledig mee. Cédric Vanhoeck spreekt van een return on investment van 300 procent. "Netto komt dat neer op 1,50 euro per kledingstuk", stelt hij. Vanhoeck benadrukt dat duurzaamheid en ecologische impact op een financiële manier bekeken moeten worden. "We moeten af van het softe imago van duurzaamheid. Money talks. Wij kloppen aan bij de modeketens en rekenen uit wat al die onverkochte kledingstukken hen kosten. Dat gaat tot 3 procent van hun jaarlijkse omzet. Van die kostprijs zijn zij maar zelden op de hoogte. Pas als ze die link leggen, zullen oplossingen sneller gebruikt worden." En de ecologische winsten? Die komen daar nog eens bovenop. Uit een interne levenscyclusanalyse, nagekeken door de onafhankelijke duurzaamheidsconsultant GreenDelta, blijkt dat gedemonteerde kleding tot de helft minder CO2 uitstoot en 98 procent minder water nodig heeft bij de verwerking. Zo vermijd je 80 procent van het textielafval.