Het is een wedstrijd die je niet winnen kan. Dat nummer van Bram Vermeulen zaliger moet hoog in de playlist van Dominique Leroy staan. Proximus leiden is een wedstrijd die je niet kunt winnen. De belangen staan te haaks op elkaar. Je zou voor minder de handdoek gooien, zeker als je bij het Nederlandse KPN meer kan verdienen, zowel in centen als waardering.
...

Het is een wedstrijd die je niet winnen kan. Dat nummer van Bram Vermeulen zaliger moet hoog in de playlist van Dominique Leroy staan. Proximus leiden is een wedstrijd die je niet kunt winnen. De belangen staan te haaks op elkaar. Je zou voor minder de handdoek gooien, zeker als je bij het Nederlandse KPN meer kan verdienen, zowel in centen als waardering. Dominique Leroy moet zich onder druk van haar grootste aandeelhouder, de federale overheid, langzaam haasten met de noodzakelijke digitale transformatie van Proximus. Het bedrijf heeft als voormalig staatsbedrijf en monopolist sowieso niet de meest soepele gewrichten. Drastische ingrepen, met inbegrip van ontslagrondes, zijn voor de politiek onaanvaardbaar, zowel voor als na verkiezingen. Ze zijn eigenlijk altijd uit den boze. De vakbonden putten uit de politieke bescherming een nog grotere macht en weten de modernisering van het bedrijf te vertragen. De wereld staat echter niet stil. De digitalisering versnelt. Bedrijven die niet mee schakelen, krijgen vroeg of laat de factuur gepresenteerd. Misschien wou Dominique Leroy niet wachten op die afrekening. Maar intussen verliest Proximus weer maanden tijd. De vakbonden hebben het vertrouwen in Leroy opgezegd, voor zover ze nog wilden meestappen in het transformatieverhaal.Dominique Leroy moet onder druk van haar grootste aandeelhouder, de federale overheid, een royaal dividend betalen. Proximus kan zich dat dividend nochtans niet veroorloven. Het bedrijf staat voor grote investeringen in snellere netwerken, die een must zijn voor het groeipotentieel van de Belgische economie. Die investeringen dreigen de kasstroom te overtreffen, wat Proximus zal verplichten zich dieper in de schulden te steken om het dividend op peil te houden. De federale overheid schuift zo een deel van de staatsschuld naar de balans van Proximus. Tegelijk wou ex-minister van Telecommunicatie Alexander De Croo mordicus de komst van een vierde speler om lagere tarieven voor de consument af te dwingen. Allemaal goed en wel, maar zoveel schizofrenie in de raad van bestuur is voor geen enkele CEO een aangename manier van werken. Dominique Leroy mag van haar grootste aandeelhouder, de federale overheid, ook geen marktconforme vergoeding krijgen. Het loonplafond voor overheidsbedrijven is een van de domste besparingsmaatregelen ooit van de federale regering. De maatregel spaart centen op korte termijn, maar vergooit waarde op lange termijn. Proximus heeft straks de juiste m/v op de juiste plaats nodig. In deze omstandigheden is dat onhaalbaar. Er is maar één manier om die belangenvermengingen te doorbreken. Privatiseer Proximus integraal en zorg voor een strenge en onafhankelijke toezichthouder. Zowel de overheid als de markt kan dan netjes zijn werk doen. Die discussie zou ook los moeten staan van de repercussies voor de begroting en de staatsschuld.Het is een wedstrijd die ik wel nog winnen kan. Johan Thijs, de CEO van KBC, amendeert de song van Bram Vermeulen. Net als Proximus en de hele dienstensector zit ook KBC, zoals alle banken, in een aantrekkende digitale storm. Thijs probeert die storm voor te blijven door, geholpen door de grote natuurlijke uitstroom in de financiële sector, 1800 banen te schrappen, nieuwe profielen aan te trekken en de organisatie soepeler te maken. Pijn lijden op korte termijn om te winnen op lange termijn. Dat is de juiste volgorde. Als zelfs de meest rendabele bank, die ook nog eens bij de koplopers in de digitale dienstverlening hoort, nog een versnelling hoger schakelt, dan kan de concurrentie niet achterblijven. Ondanks de afbouw van het kantorennet en het personeelsbestand is het voor de sector moeilijk efficiëntiewinsten te boeken. Vorig jaar steeg de kostenratio van de Belgische banksector van 59 naar 62 procent. Veel banken hebben hun huiswerk nog niet af. "De banksector staat nog voor enkele moeilijke jaren", zegt Max Jadot, de CEO van BNP Paribas Fortis. Door tijdig bij te sturen kunnen op termijn grotere en pijnlijkere besparingsoperaties vermeden worden. Het is een wedstrijd die de overheid niet eens wil spelen.