Het onverwachte vertrek van Dominique Leroy naar de Nederlandse sectorgenoot KPN maakt van Proximus een heikel punt in de regeringsonderhandelingen. N-VA-kamerlid Michael Freilich breekt vandaag een lans voor de afbouw van het meerderheidsbelang van de federale overheid in Proximus. Als dat gebeurt, moet de operator ook geen rekening meer houden met het loonplafond voor CEO's van overheidsbedrijven. Zij mogen niet meer verdienen dan de eerste minister. Maar die remedie is erger dan de kwaal. Dan verhoog je beter gewoon het loonplafond.

De federale regering heeft de afgelopen regeerperiode een vrij consequent beleid gevoerd. België heeft een zeer goede telecominfrastructuur, maar het vindt de telecomprijzen te hoog en wil de concurrentie aanwakkeren en tegelijk de netwerken verbeteren. Dat gaf de telecomwaakhond BIPT politieke rugdekking om Proximus en Telenet te dwingen hun vaste netwerken open te stellen voor uitdagers zoals Orange. Ons land voerde ook de 'easy switch'- maatregel in om gratis en gemakkelijker van mobiele operator te veranderen. Het sluitstuk van het beleid raakte niet meer rond door de regeringscrisis over het migratiepact: de komst van een vierde mobiele operator met een eigen netwerk.

Er is slechts één goede reden voor de privatisering van Proximus.

In al die dossiers botste de federale regering, in het bijzonder voogdijminister Alexander De Croo (Open Vld), met CEO Dominique Leroy. Maar ook als Proximus een privébedrijf was geweest, zou dat zijn gebeurd. Telecom is te belangrijk voor de economische ontwikkeling van België. Door digitalisering neemt het belang van een goede en efficiënte telecominfrastructuur toe. Er is een duidelijk verband tussen de verbetering in kwaliteit en snelheid van het internetverkeer en de economische groei. Hoe sneller het internet, hoe meer economische groei. De politiek kan telecom nooit volledig loslaten. Potentiële overnemers van het overheidsbelang zullen niet naïef zijn. Ze komen binnen bij een bedrijf dat zijn prijzen moet verlagen en zwaar moet blijven investeren en enorm hard moet werken om de rendabiliteit op peil te houden. Potentiële overnemers zullen dat op de een of andere manier doorrekenen in de prijs die ze voor een aandeel van Proximus willen betalen.

De enige relevante vraag over de privatisering van Proximus is of de federale regering op korte termijn een eenmalige grote meevaller wil om de overheidsschuld te doen dalen in plaats van een regelmatige uitkering van een deel van de winst van Proximus om de begroting op te smukken. Dat geld is niet gratis. Onder druk van nieuwe aandeelhouders kan Proximus het regeringsbeleid voor lagere telecomprijzen en een beter netwerk tegenwerken door te procederen (zoals Telenet) of door investeringen uit te stellen en de prijzen niet te verlagen.