'In 2020 leidden de coronapandemie en de inperkingsmaatregelen tegen de besmettingen tot een zware economische recessie in België, die elk gewest trof', aldus het planbureau in een persbericht. Volgens eerste ramingen zou dit tot een daling van het bbp in volume betekenen van -6,1 procent in Vlaanderen en Brussel en van -6,9 procent in Wallonië. De laatste perspectieven voorzien een volumegroei van het bbp van 4,8 procent voor Brussel, van 5,8 procent voor Vlaanderen en van 5,7 procent voor Wallonië en respectievelijk 3,1 procent, 2,8 procent en 3,0 procent in 2022.

'Daardoor zouden de drie gewesten hun bbp-niveau van vóór de crisis opnieuw bereiken in 2022', klinkt het. Daarna, van 2023 tot 2026 zou de volumegroei van het bbp gemiddeld niet meer dan 1 procent per jaar bedragen in Brussel. In Vlaanderen zou dat 1,5 procent zijn en in Wallonië 1,3 procent.

Steunmaatregelen

De terugval van de economische activiteit vertaalde zich in een bijna even grote daling van het arbeidsvolume, het aantal gewerkte uren. Dankzij de steunmaatregelen van de overheid is de daling van dat arbeidsvolume grotendeels opgevangen door de vermindering van de arbeidsduur. Zo kon het banenverlies worden beperkt.

Werkloosheid

De werkgelegenheidsgroei zou in de periode 2023-2024 in alle drie gewesten sterker zijn dan in 2022, waardoor de werkloosheidsgraden aanzienlijk dalen. In 2025-2026 vertraagt de groei van de werkgelegenheid enigszins. De toename van de beroepsbevolking zou daarentegen versnellen in alle drie de gewesten als gevolg van de verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd tot 66 jaar. De werkloosheidsgraden zouden bijgevolg dan nog slechts licht dalen, maar niettemin in 2026 op een laag niveau uitkomen: 4,9 procent in Vlaanderen, 11,2 procent in Wallonië en 13,6 procent in Brussel.

Inkomen

'Parallel met de inkrimping van het arbeidsvolume is de loonmassa in 2020 in de drie gewesten sterk gedaald', klinkt het nog. Wel kon de daling van de primaire inkomens gecompenseerd worden dankzij de steunmaatregelen en automatische stabilisatoren. Daardoor zou het reëel beschikbaar inkomen van de gezinnen op macro-economisch vlak in de drie gewesten gestegen zijn, met 1,4 procent voor de Brusselse gezinnen, met 1,2 procent voor de Vlaamse en met 1,9 procent voor de Waalse.

'De primaire inkomens van de gezinnen zouden in 2021 sterk hernemen, in lijn met het herstel van het arbeidsvolume. Tegelijk blijven de steunmaatregelen grotendeels van kracht in 2021. Ondanks de stijging van de inflatie zou het reëel beschikbaar inkomen van de gezinnen daardoor in 2021 toenemen met 1,5 procent tot 1,8 procent, naar gelang van het gewest', klinkt het nog.

In 2022 zou de groei van het reëel beschikbaar inkomen van de huishoudens echter vertragen, naar een groei tussen 0 procent en 0,7 procent afhankelijk van het gewest. Dat zou vooral het gevolg zijn van de verwachte stopzetting van de steunmaatregelen. In de periode 2023-2026 zou de groei van het reëel beschikbaar inkomen meer in overstemming zijn met die in de jaren van voor de gezondheidscrisis.

'In 2020 leidden de coronapandemie en de inperkingsmaatregelen tegen de besmettingen tot een zware economische recessie in België, die elk gewest trof', aldus het planbureau in een persbericht. Volgens eerste ramingen zou dit tot een daling van het bbp in volume betekenen van -6,1 procent in Vlaanderen en Brussel en van -6,9 procent in Wallonië. De laatste perspectieven voorzien een volumegroei van het bbp van 4,8 procent voor Brussel, van 5,8 procent voor Vlaanderen en van 5,7 procent voor Wallonië en respectievelijk 3,1 procent, 2,8 procent en 3,0 procent in 2022. 'Daardoor zouden de drie gewesten hun bbp-niveau van vóór de crisis opnieuw bereiken in 2022', klinkt het. Daarna, van 2023 tot 2026 zou de volumegroei van het bbp gemiddeld niet meer dan 1 procent per jaar bedragen in Brussel. In Vlaanderen zou dat 1,5 procent zijn en in Wallonië 1,3 procent. De terugval van de economische activiteit vertaalde zich in een bijna even grote daling van het arbeidsvolume, het aantal gewerkte uren. Dankzij de steunmaatregelen van de overheid is de daling van dat arbeidsvolume grotendeels opgevangen door de vermindering van de arbeidsduur. Zo kon het banenverlies worden beperkt. De werkgelegenheidsgroei zou in de periode 2023-2024 in alle drie gewesten sterker zijn dan in 2022, waardoor de werkloosheidsgraden aanzienlijk dalen. In 2025-2026 vertraagt de groei van de werkgelegenheid enigszins. De toename van de beroepsbevolking zou daarentegen versnellen in alle drie de gewesten als gevolg van de verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd tot 66 jaar. De werkloosheidsgraden zouden bijgevolg dan nog slechts licht dalen, maar niettemin in 2026 op een laag niveau uitkomen: 4,9 procent in Vlaanderen, 11,2 procent in Wallonië en 13,6 procent in Brussel. 'Parallel met de inkrimping van het arbeidsvolume is de loonmassa in 2020 in de drie gewesten sterk gedaald', klinkt het nog. Wel kon de daling van de primaire inkomens gecompenseerd worden dankzij de steunmaatregelen en automatische stabilisatoren. Daardoor zou het reëel beschikbaar inkomen van de gezinnen op macro-economisch vlak in de drie gewesten gestegen zijn, met 1,4 procent voor de Brusselse gezinnen, met 1,2 procent voor de Vlaamse en met 1,9 procent voor de Waalse.'De primaire inkomens van de gezinnen zouden in 2021 sterk hernemen, in lijn met het herstel van het arbeidsvolume. Tegelijk blijven de steunmaatregelen grotendeels van kracht in 2021. Ondanks de stijging van de inflatie zou het reëel beschikbaar inkomen van de gezinnen daardoor in 2021 toenemen met 1,5 procent tot 1,8 procent, naar gelang van het gewest', klinkt het nog. In 2022 zou de groei van het reëel beschikbaar inkomen van de huishoudens echter vertragen, naar een groei tussen 0 procent en 0,7 procent afhankelijk van het gewest. Dat zou vooral het gevolg zijn van de verwachte stopzetting van de steunmaatregelen. In de periode 2023-2026 zou de groei van het reëel beschikbaar inkomen meer in overstemming zijn met die in de jaren van voor de gezondheidscrisis.