Behalve professor ondernemerschap en maatschappelijk verantwoord ondernemen aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) is de Bulgaarse Gentenaar Nikolay Dentchev ook een talenknobbel. Bulgaars is zijn moedertaal, Russisch spreekt hij ook en in Plovdiv, de op één na grootste stad van Bulgarije, studeerde hij als vertaler-tolk af met kennis van het Duits. Groot was zijn verbazing toen hij in tegenstelling tot zijn medestudenten, die ook met een beurs op uitwisseling konden, naast zijn naam op het aankondigingsbord 'Universiteit Gent, België' zag staan als bestemming in plaats van een universiteitsstad in Duitsland. Hij kreeg als uitleg dat in Gent Nederlands wordt gesproken en dat die taal zich halfweg bevond tussen het Engels en het Duits, twee talen die hij goed beheerste.
...

Behalve professor ondernemerschap en maatschappelijk verantwoord ondernemen aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) is de Bulgaarse Gentenaar Nikolay Dentchev ook een talenknobbel. Bulgaars is zijn moedertaal, Russisch spreekt hij ook en in Plovdiv, de op één na grootste stad van Bulgarije, studeerde hij als vertaler-tolk af met kennis van het Duits. Groot was zijn verbazing toen hij in tegenstelling tot zijn medestudenten, die ook met een beurs op uitwisseling konden, naast zijn naam op het aankondigingsbord 'Universiteit Gent, België' zag staan als bestemming in plaats van een universiteitsstad in Duitsland. Hij kreeg als uitleg dat in Gent Nederlands wordt gesproken en dat die taal zich halfweg bevond tussen het Engels en het Duits, twee talen die hij goed beheerste. De jonge Bulgaarse student vond het maar een flauwe uitleg, maar trok toch voor vier maanden naar Gent. Hij belandde op kot met Vlamingen en leerde er Nederlands, en later Frans. Meer dan twintig jaar later woont hij nog altijd in Gent, met zijn vrouw en kinderen, en zijn inwonende moeder, die mee op de kinderen past. Enkele Gentse professoren zagen destijds zijn talent en wezen hem telkens op het goede moment op een nieuwe kans. Hij behaalde uiteindelijk een master toegepaste economische wetenschappen aan de UGent en doctoreerde op het onderwerp maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo). Hij doet onder meer onderzoek naar sociaal ondernemerschap, duurzame businessmodellen, de rol van de overheid bij maatschappelijk verantwoord ondernemen, en hoe bedrijven maatschappelijk verantwoord ondernemen kunnen implementeren. De zevende taal die Nikolay Dentchev zich eigen maakte, is het Spaans. Hij is betrokken bij verschillende projecten van de VUB Leerstoel voor Sociaal Ondernemerschap, onder meer in Ecuador, Bolivia, Colombia en Peru. Nikolay Dentchev is de houder van die leerstoel, die werd gefinancierd door de bank BNP Paribas Fortis, de vzw Close The Gap en de financiëledienstenverlener Euroclear. Na zijn master werkte Nikolay Dentchev een tijd op de innovatieafdeling van het toenmalige Fortis. Met de leerstoel hopen Dentchev en zijn team academici, bedrijven, ngo's en overheidsorganisaties samen te brengen om te zoeken naar de meest duurzame businessmodellen voor sociale ondernemers. "Ik wijs niet met de vinger naar grote bedrijven die nog niet zo duurzaam zijn. Daar heb je niets aan", zegt Nikolay Dentchev, die zich ook stoort aan de te makkelijke kritiek op ongeduldige jongeren. "Je hebt meer aan positieve verhalen die duurzame initiatieven mogelijk maken. Sociale ondernemers zijn daar een voorbeeld van." NIKOLAY DENTCHEV. "Er zijn ngo's die heel consistent door de jaren heen hebben gezegd 'weg met de petrochemische sector', maar wat betekent dat? Zeg je dan dat alle producten van de petrochemische sector en alle derivaten, alle plastic weg moeten? Sommige van die zaken zijn niet goed voor het milieu, andere van die producten zijn net goed voor onze gezondheid ¬ denk aan kunstarmen. Ik vind het nogal gemakkelijk om te zeggen 'weg ermee'. Over bedrijven als McDonald's en Coca-Cola klagen mensen dat een hamburger of een blikje cola slecht is voor de gezondheid, maar we vergeten dat er ook consumenten zijn. Als ik in het centrum van Gent voorbij McDonald's passeer, zit die altijd bomvol, en dat komt niet alleen door de goede locatie. We vergeten soms dat zulke bedrijven ook goede projecten hebben lopen, zoals afvalbeheersing. Als Coca-Cola een klein percentage minder materiaal nodig heeft om een blikje cola te maken, heeft dat een grote impact omdat het bedrijf in zoveel landen ter wereld aanwezig is. Er is minder transport, CO2-uitstoot en energieverbruik. Bedrijven als Airbnb (als doodgraver van toeristische binnensteden, nvdr) en Uber (bekritiseerd om zijn personeelsbeleid op het randje van de wet, nvdr) krijgen snel de stempel van 'onverantwoord', maar hebben we ooit de positieve maatschappelijke effecten van die organisaties besproken?" DENTCHEV. "Door hun systeem van ratings en besprekingen is er een sociale controle van de kwaliteit. Infrastructuur wordt op een meer efficiënte manier gebruikt. Wie kamers verhuurt, komt in contact met mensen van andere landen, hoort een ander verhaal. Ik heb de cases niet ten gronde geanalyseerd, maar er zijn ook positieve ethische aspecten aan Airbnb en Uber. Ik herinner me dat we ooit biodiesel als een duurzame oplossing zagen en zelfs subsidieerden. Achteraf gezien was dat geen goed idee, omdat arme landen daardoor voedselproblemen kregen: de prijzen voor voeding stegen er. De evolutie naar duurzame innovaties vraagt tijd. Soms zullen we verkeerd zijn. Daar moeten we lessen uit trekken." DENTCHEV. "Het basisverschil is de doelstelling van een sociale ondernemer. De primaire doelstelling is een maatschappelijk of milieuprobleem aan te pakken, niet winst te maken of een leuk product op de markt te brengen. Ze zoeken daarbij naar het beste businessmodel om het probleem op te lossen. Het commerciële staat in functie van het probleem. Bij andere ondernemers is dat omgekeerd. Zij lossen ook problemen op voor ons, maar hun primaire doelstelling is winst te maken." DENTCHEV. "Bij maatschappelijk verantwoord ondernemen gaat het meestal om kmo's en grote ondernemingen, en is er een verband met de bedrijfsethiek. Het zijn meestal vrijwillige acties die boven op alles wat wettelijk verplicht is komen. Voor mij is sociaal ondernemerschap de meest zuivere vorm van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Je doel is een probleem op te lossen en je zoekt een creatief businessmodel om dat te doen. Meestal blijven ze kleinschalig, maar hun kracht is dat ze op grotere schaal impact hebben doordat ze gekopieerd worden. Sociale ondernemers maken natuurlijk ook winst, want anders blijft het niet lang duren. Goede voorbeelden daarvan zijn Close The Gap, Apopo en Mobile School. "Het businessmodel van Close The Gap, opgericht door Olivier Vanden Eynde, zit goed in elkaar. Het haalt gebruikte computers van bedrijven op. KLM vervoert ze gratis - als optimalisatie van de cargo - naar Afrika, waar ze worden hergebruikt omdat er behoefte is aan computers. Het probleem was dat die computers, wanneer ze niet langer bruikbaar waren, in brand werden gestoken om er de mineralen uit te halen. Met Recupel en Umicore ontwikkelde Close The Gap een nieuw businessmodel om dat probleem van e-waste op te lossen door recyclage. Zo is WorldLoop ontstaan als spin-off van hun activiteiten. Tijdens de coronacrisis bleek er ook in eigen land een tekort aan pc's te zijn voor afstandsonderwijs. Close The Gap zette meteen een initiatief op om daar iets aan te doen. Bart Weetjens richtte Apopo op om ratten te trainen om mijnen op te sporen. Mobile School van Arnoud Raskin hielp straatkinderen, maar hij zag in dat ook managers en ondernemers iets konden leren van hoe straatkinderen overleven. Dat leidde tot StreetWize, dat leiderschapstrainingen geeft." DENTCHEV. "Sommigen zeggen dat iedereen een sociaal ondernemer moet worden, maar daar zijn we nog lang niet. Er zijn bedrijven die B-Corp zijn geworden (bedrijven die de hoogste standaarden nastreven voor mens en milieu, nvdr), Unilever bijvoorbeeld. De multinational heeft de intentie duurzamer te zijn. De SDG's in je bedrijfsvoering proberen op te nemen is altijd goed. Het is voor mij een zaak van continu verbeteren, constant innoveren en zo stap voor stap richting duurzaamheid gaan. We mogen niet de illusie hebben dat op een dag met een magische stok alles in orde zal zijn." DENTCHEV. "Dat is een heel uitdagende vraag, waarop ik geen pasklaar antwoord heb. Het verbaast me dat daar niet zoveel over wordt gedebatteerd. Duurzaamheid veronderstelt voor mij minder consumeren, minder produceren en op een bepaald moment zullen we met die degrowth of economische stagnatie worden geconfronteerd. Spreken over economische groei is een theoretische fout van sommige economen en experts van de overheid. Waarom? Omdat het makkelijk is. Als alles groeit, wordt alles automatisch opgelost. In de media werd het zo voorgesteld dat de factuur van corona automatisch wordt opgelost door groei. Dat zal niet gebeuren. Elke Belg die belastingen betaalt, zal meebetalen aan die factuur. En wat als er geen economische groei is? Zal het dan niet meer automatisch worden opgelost? Er zijn altijd momenten waarop er geen economische groei is, en soms is dat zelfs structureel. Denk aan wat Griekenland en enkele andere landen is overkomen na de financiële crisis. Ik heb liever producten met meer kwaliteit, maar minder in aantal. Met andere woorden: minder rommel en meer kwaliteitsvolle producten. Zal dat sommige bedrijven pijn doen? Ja. Zullen sommige bedrijven verdwijnen? Ja." DENTCHEV. "Sommige mensen kunnen niet anders wegens hun budget. Anderen kunnen wel anders, maar bij hen is het een automatisme. Ik denk dat we ons bewust zijn van duurzaamheid, maar de volgende stap zetten is niet altijd vanzelfsprekend. Je hebt er de overheid voor nodig, innovaties, bewustzijn bij de mensen en creativiteit. Nu gaan mensen meer lopen en joggen dan voor de lockdown. Als mensen een keuze maken, werkt het vaak goed, maar we maken die keuzes niet automatisch." DENTCHEV. "Het gaat voor mij niet zozeer om hoeveel je consumeert, maar wel om vasthouden aan de basisprincipes van duurzaamheid. Die zijn kwaliteit, niet vervuilen, goed omgaan met je mensen, eerlijk en transparant zijn. Dat zal vanzelf leiden tot betere kwaliteit en minder consumeren. Om voor betere kwaliteit of meer circulaire producten te zorgen, moet je meer moeite doen om bepaalde producten en diensten te maken, of andere grondstoffen gebruiken. Een logisch gevolg in veel gevallen zal zijn dat de prijs stijgt." DENTCHEV. "Bij mij is de coronacrisis ingeslagen met gemengde gevoelens. Er is een collectieve bewustwording geweest van wat belangrijk is in het leven: gezondheid, gezin, vrienden. Iedereen was verplicht thuis dat bezinningsproces mee te maken. De covid-19-crisis heeft aan de ene kant geleid tot veel initiatieven van solidariteit, gelukkig maar. Maar aan de andere kant zijn we ook meer met onszelf bezig. In eigen land moet de vaccinatiecampagne zo snel mogelijk gaan, maar de gezondheid van mensen in andere landen is blijkbaar minder relevant. We zitten met een droogteprobleem, maar veel mensen bouwden snel een zwembad in hun achtertuin. De media focussen hard op een paar onderwerpen, maar daardoor is er geen aandacht voor armoede, de branden in het Amazonewoud of de sprinkhanenplaag in Afrika, waar miljoenen mensen onder lijden. Daar horen we plots niets meer over. We willen voorkomen dat alle bedrijven failliet gaan en steunen hen, maar we geven daarbij niet de voorkeur aan die bedrijven die inzetten op duurzaamheid. Hebben we wel gekeken of de bedrijven die steun krijgen belastingen hebben betaald? Zelfs fantoombedrijven krijgen steun. Dat is makkelijker."Tijdens de lockdown kon je, met inachtneming van de nodige maatregelen, op je werk twintig tot vijftig mensen ontmoeten, maar thuis mocht je je broer en zus niet samen ontvangen. Is zorg en aandacht hebben voor elkaar ook niet belangrijk? Met alle respect voor de politici en virologen die ons door deze crisis moeten loodsen, maar ik stel vast dat de keuzes die zijn gemaakt om dat te doen niet noodzakelijk de meest duurzame waren. Als je de duurzame waarden van onze maatschappij wilt kennen, moeten we een breder debat voeren."