Lafont en Herrault worden - net als Olsen - 'financiering van een terroristische onderneming' en 'het in gevaar brengen van andermans leven' ten laste gelegd. Ze zijn nu onder gerechtelijk toezicht geplaatst.

Lafarge wordt ervan verdacht in 2013 en 2014 sommen geld betaald te hebben aan Islamitische Staat (IS) om zijn Syrische fabriek draaiende te houden. Daarnaast zou de cementgroep ook aardolie hebben aangekocht afkomstig van olievelden onder controle van de terreurgroep.

In het onderzoek naar de activiteiten van het Franse cementbedrijf werden vorige week in Parijs ook al drie kaderleden in beschuldiging gesteld.

Midden november vielen speurders in hetzelfde onderzoek nog binnen bij de Belgische investeringsmaatschappij Groep Brussel Lambert (GBL) van miljardair Albert Frère, een belangrijke aandeelhouder van het cementbedrijf. Ze namen er documenten en computers mee om na te gaan of de holding op de hoogte was van de geldstromen naar IS.