Al jaren zijn er grote verschillen in werkloosheidsgraad tussen de drie regio's in België. In 2007 bedroeg de Vlaamse werkloosheidsgraad 4,1 procent, in 2017 4,2 procent. In Wallonië ligt die ondanks een daling van 10,2 procent in 2007 naar 9,6 procent in 2017 nog altijd een stuk hoger dan in Vlaanderen. Dat geldt ook voor Brussel - van 16,7 procent in 2007 naar 14,9 procent in 2017.

Die ongelijke arbeidsmarktsituatie heeft de beleidsmakers er de voorbije jaren toe aangezet maatregelen te nemen die meer Brusselaars en Walen aan het werk moesten krijgen in Vlaanderen. De VDAB verspreidt systematisch vacatures in andere gewesten. De andere arbeidsbemiddelingsdiensten (Forem in Wallonië en Actiris in Brussel) doen meer inspanningen om die vacatures ook in de vullen en doorheen de jaren is dat beleid geïntensifieerd.

'We lezen geregeld berichten in de kranten dat dat beleid succesvol is. Op basis van de huidige cijfers moet het succes toch gerelativeerd worden', stelt Jan Denys, arbeidsmarktexpert van Randstad, in de net verschenen studie. "In Vlaanderen kwam in 2006 1,9 procent van de werkenden uit Brussel en 2,9 procent uit Wallonië. In 2015 - dat zijn de laatste beschikbare cijfers - was dat 1,9 procent voor Brussel en 2,3 procent voor Wallonië. De relatieve instroom uit de andere gewesten is dus gedaald.'

De instroom in Vlaanderen komt in vergelijking met 2006 nu meer uit het buitenland (1,3% versus 1,9% in 2015). Buitenlanders vinden gemakkelijker de weg naar Vlaanderen dan de Brusselaars en de Walen. Niet alleen in Vlaanderen is de instroom vanuit de andere gewesten gedaald. Dat geldt ook voor het Brussels en het Waals Gewest. Daar gaat het om pendelstromen. "Het is ook mogelijk dat Brusselaars en Walen naar Vlaanderen verhuizen", waarschuwt Denys.

Kloof blijft groot

Maar op basis van de cijfers in de studie kan de arbeidsmarktexpert weinig anders doen dan besluiten dat de arbeidsmarktkloof tussen Vlaanderen en Wallonië en Brussel groot blijft en zeker niet verkleint. In Vlaanderen steeg de werkzaamheidsgraad tussen 2007 en 2017 met 1,4 procentpunt. Dat geldt ook voor Brussel (van 54,8% naar 56,2%). In Wallonië bedroeg de stijging amper 0,7 procentpunt.

'In België vormt de taalgrens historisch ook een economische grens', stelt Denys. 'En dat zorgt voor een ontegensprekelijk minder performante arbeidsmarkt. Dat is het best zichtbaar in het zuiden van West- en Oost-Vlaanderen, die grenzen aan Henegouwen, en in Vlaams-Brabant, dat Brussel omsluit.'

In Oost- en West-Vlaanderen schommelt de werkloosheidsgraad rond 3,2 procent, terwijl die in Henegouwen piekt naar 11,2 procent. In Vlaams-Brabant bedraagt de werkloosheidsgraad 4,7 procent tegenover ongeveer 15 procent in Brussel.

Internationaal

De regionale verschillen met de hogere werkloosheid in Wallonië en Brussel stralen in internationale vergelijkingen negatief af op de Belgische cijfers van het aantal werkenden. In België verrichten veel minder mensen betaalde arbeid dan in andere Europese landen. In 2007 waren er 62 op de 100 personen op beroepsactieve leeftijd (15-65 jaar) aan de slag. In EU-15 waren dat er net geen 67. Tien jaar later zijn dat er in België 63,1. In de EU-15 komen we uit op net geen 68. Zowel België als de EU-15 laat een geringe stijging van ongeveer 1 procentpunt optekenen. Denys: 'Dat is een heel matige stijging, deels veroorzaakt door de zware economische crisis van 2008. Die zorgde nagenoeg overal voor een daling van de werkzaamheidsgraad. Zowel voor de EU-15 als voor België duurde het tot 2016 vooraleer het cijfer van 2007 werd verbeterd. De naakte cijfers leren dat België de voorbije tien jaar geen achterstand heeft ingehaald in vergelijking met EU-15. Vergelijken we met EU-28, dan loopt de achterstand zelfs verder op. Daar steeg de werkzaamheidsgraad van 65,3 procent naar 67,6 procent, een stijging met 2,3 procentpunten. België ging er slechts 1,1 procent op vooruit.'

In een rangschikking volgens werkzaamheidsgraad zakt België de voorbije tien jaar van de 20ste naar de 24ste plaats. De enige landen die anno 2017 op dit punt nog slechter doen dan België zijn Griekenland, Spanje, Italië en Kroatië. "Dat is geen inspirerende vaststelling', besluit Jan Denys.