Bijna twee maanden geleden kondigde minister van Financiën Alexander De Croo (Open Vld) triomfantelijk aan dat hij een akkoord had gesloten met de banken. Zij zouden de financiële gevolgen van de coronacrisis voor de gezinnen en de ondernemingen beperken. In 2008 hebben wij de banken gered, nu zouden zij de economie redden, luidde de boodschap.
...

Bijna twee maanden geleden kondigde minister van Financiën Alexander De Croo (Open Vld) triomfantelijk aan dat hij een akkoord had gesloten met de banken. Zij zouden de financiële gevolgen van de coronacrisis voor de gezinnen en de ondernemingen beperken. In 2008 hebben wij de banken gered, nu zouden zij de economie redden, luidde de boodschap. Vorige week vroeg de Belgische speelgoedketen Maxi Toys bescherming tegen zijn schuldeisers aan. "We hebben 0 euro bankschulden en onze solvabiliteit bedraagt 60 procent. Toch was geen enkele bank bereid ons krediet te verschaffen", klaagde CEO Alain Hellebaut in de kranten. "De Waalse overheid wilde ons redden, maar de banken niet." Hoog tijd dus voor een eerste evaluatie van het bankenplan. Dat bestaat uit twee delen. Het eerste bepaalt dat de banken zes maanden uitstel van betaling verlenen. Gezinnen kunnen sinds 1 april de aflossingen van kapitaal en intresten van hun hypothecaire lening opschorten. Ondernemingen kunnen de pauzeknop indrukken voor kapitaalaflossingen, maar de rentebetalingen lopen door. Dat deel van het bankenplan werkt. Eind april hadden de banken aan 108.000 particulieren uitstel van betaling verleend voor hun woonkrediet, en aan 116.000 ondernemingen voor hun bedrijfskrediet - samen goed voor 29 miljard euro uitstaande kredieten. "Het uitstel van betaling wordt bijna automatisch verleend. Als een onderneming aan de criteria voldoet, mag de bank niet weigeren", zegt Johan Bortier, de directeur van de studiedienst van de zelfstandigenorganisatie Unizo. Uit een enquête bij meer dan duizend leden van Unizo blijkt dat een kwart van de ondervraagde kmo's het uitstel aanvroeg en dat het in 75 procent van de gevallen is toegekend. Bortier vindt het jammer dat de intrestaflossingen niet opgeschort worden, zoals bij particulieren: "Dat is pijnlijk en duur voor ondernemingen die onlangs een krediet hebben afgesloten en worden geconfronteerd met hoge rentebetalingen." "Het uitstel van betaling is goed ingeburgerd bij kmo's", bevestigt Philippe Artois, financieringsspecialist voor kmo's en familiebedrijven bij Deloitte Private. "Ook voor de banken is dat bekend terrein. Een moratorium op kapitaalaflossingen is vaak de eerste stap die ze doen om een onderneming met problemen zuurstof te geven." Het tweede deel van het bankenplan omvat een waarborgregeling, waarbij de Belgische overheid zich garant stelt voor 50 miljard euro aan nieuwe bedrijfskredieten. De bedoeling is dat ondernemingen die lijden onder de coronacrisis voldoende kortetermijnliquiditeiten kunnen tanken. Het instrument werd in de pers al snel 'de bazooka van 50 miljard' genoemd. Het grote verschil met het uitstel van betaling is dat de overbruggingskredieten niet automatisch worden toegekend. De banken beslissen daar zelf over, in functie van hun krediet- en risicoanalyse. Minister De Croo verwacht wel dat ze een pre-covidbril opzetten: "Het uitgangspunt is dat bedrijven kredieten krijgen op basis van de kredietanalyse die de banken maakten voor de crisis." Ondernemingen die al voor de crisis in moeilijkheden zaten, worden uitgesloten, net zoals bedrijven die begin dit jaar een betalingsachterstand hadden bij de fiscus, de RSZ of de banken. De hamvraag is of de bazooka werkt. Kennen de banken vlot nieuwe kredieten toe? Volgens de Belgische regeling moeten de banken de eerste 3 procent kredietverliezen (maximaal 1,5 miljard euro) dragen. Volgens sommigen zullen ze daardoor extra voorzichtig zijn. "De rendabiliteit van de banken is laag. Ze kunnen zich geen grote kredietverliezen veroorloven", stelt Rudy Aernoudt, hoogeleraar economie aan de UGent. "Hoge provisies dreigen hun resterende winstmarge weg te vagen." "Het heeft heel lang geduurd voor de banken klaar waren met hun huiswerk", zegt Geert Janssens, de hoofdeconoom van de ondernemersorganisatie Etion. "Kredietaanvragen die eind maart ingediend waren, werden ten vroegste eind april behandeld. Ik hoor van bedrijven dat ze lange vragenlijsten moeten invullen en dat ze lang op een antwoord moeten wachten. Een krediet verlengen lijkt ook moeilijker geworden. Het lijkt wel alsof de banken een beslissing op de lange baan schuiven." In de banksector wordt erop gewezen dat het lang duurde voor er duidelijkheid was over de modaliteiten van de regeling. Het akkoord is op 22 maart aangekondigd, maar het ministeriële besluit verscheen pas op 16 april. Het uitrollen van de procedure voor de behandeling van de kredietdossiers nam nog eens een week in beslag. Febelfin, de sectorfederatie van de banken, beklemtoont dat de productie van nieuwe bedrijfskredieten in de periode maart-april 5 procent hoger lag dan in dezelfde periode vorig jaar. Dat moet erop wijzen dat de banken de kredietkraan openhouden. Maar de globale cijfers verbergen grote verschillen tussen de instellingen, signaleren insiders. "Sommige banken lijken het spel niet te willen spelen", zegt een politicus. "Dat zullen we niet dulden." Ondernemers die geen krediet krijgen, wijzen op sociale media geregeld ING met de vinger. "In crisistijden zie je vaak een opstoot van financieel nationalisme", zegt Geert Janssens. "Banken plooien zich dan terug op hun thuismarkt. Dat merk je nu al bij de Amerikaanse banken die zich terugtrekken uit grote Europese dossiers. JP Morgan weigerde een bijkomende kredietlijn aan BASF, en Goldman Sachs bleef afzijdig bij een lening van 12 miljard euro aan Daimler." In april verstrekte de financiële sector in België voor 4,5 miljard euro nieuwe kredieten aan ondernemingen, blijkt uit de cijfers van Febelfin ( zie tabel). De kredietverstrekking aan grote ondernemingen stijgt van 2 miljard euro in maart tot 2,5 miljard euro in april, terwijl die aan kmo's daalt van 3,5 naar 2 miljard euro. Dat betekent niet noodzakelijk dat de banken voor kmo's op de kredietrem staan. "Ik vermoed dat de grote ondernemingen sneller bijgetankt hebben. Ze hebben wellicht sneller meer middelen opgenomen uit hun bestaande kredietlijnen, en waar mogelijk hun kredietfaciliteiten opgetrokken. Veel kmo's zijn hun dossier nog aan het voorbereiden of hebben het pas ingediend", zegt Philippe Artois van Deloitte Private. Volgens Johan Bortier van Unizo is het aannemelijk dat de vraag naar nieuwe kredieten tijdelijk sterk is teruggevallen, doordat kmo's minder investeren en er minder starters zijn. Volgens de Unizo-enquête vroeg slechts één op de vijf kmo's die behoefte heeft aan extra bankfinanciering een overbruggingskrediet aan. De helft van hen is van plan dat in de komende weken of maanden nog te doen. Dat Febelfin geen aparte cijfers geeft voor de kredieten die onder de overheidswaarborg vallen, doet vermoeden dat er nog weinig toegekend zijn. "Misschien blijft de kredietproductie voorlopig beperkt, maar kmo's zijn wel degelijk geïnteresseerd in de overbruggingskredieten en de waarborgregeling", zegt Hans Maertens, de gedelegeerd bestuurder van de werkgeversorganisatie Voka. "Ik heb niet de indruk dat we op een credit crunch afstevenen. Ik hoor weinig klachten van onze leden over de banken. Sommige bedrijven hebben al nieuwe kredieten gekregen, andere zijn nog aan het onderhandelen. Maar de gesprekken zijn constructief." Dat blijkt ook uit reacties van ondernemers (zie Belgische moderetail is voorzichtig optimistisch). Xavier Vanneste, de zaakvoerder van de brouwerij De Halve Maan uit Brugge, stapte midden maart naar de bank. Door de coronacrisis en de sluiting van de horeca viel twee derde van zijn omzet weg. De onderneming is winstgevend, maar ze heeft ook 10 miljoen euro bankschulden. Vanneste: "Ons investeringsprogramma van 25 miljoen euro in een nieuwe bottelarij en een moderner productieapparaat gaat door. De gesprekken met de bank verliepen behoorlijk. Ik kreeg uitstel van betaling voor de leningen en de mogelijkheid van een overbruggingskrediet werd besproken. Voor de korte termijn zijn we nu ingedekt." Vanneste legt de vinger op de zere plek: met de federale gunstmaatregelen koop je maar even tijd. Maertens ziet dat als de belangrijkste tekortkoming aan het systeem: "De federale overheidswaarborg geldt enkel voor leningen van maximaal een jaar. Dat is te kort in een crisis zoals deze, waarvan we de gevolgen allicht veel langer zullen voelen." "Een bankier die deze maand een overbruggingskrediet op twaalf maanden toekent, moet al uitkijken hoe een onderneming die lening in mei 2021 zal terugbetalen", legt Artois uit. "In de huidige omstandigheden is het hoogst onzeker dat een bedrijf in zo'n korte tijd die centen weet te vinden. Dat maakt het product in sommige gevallen minder interessant, zowel voor de bank als voor de onderneming." Volgens Artois moet er worden gekeken naar wat gefinancierd wordt met het overbruggingskrediet: "Als het louter liquiditeitsfinanciering is voor een bedrijf dat kampt met een tijdelijk tekort aan werkkapitaal, zonder dat de crisis een financiële put slaat, is een looptijd van twaalf maanden redelijk. Maar als een bedrijf geconfronteerd wordt met een cashdrain, terwijl de vaste kosten hoog blijven, gaat het eigenlijk om een financiering van verliezen die je niet in twaalf maanden weggewerkt krijgt." In dat geval moet nu al worden nagedacht over de herfinanciering van dat krediet binnen de twaalf maanden. Daarover moeten bedrijven met hun bankier praten, zegt Artois. Voka-topman Maertens wijst erop dat ondernemingen ook een beroep kunnen doen op een van de Vlaamse waarborgregelingen. Zo biedt PMV via Gigarant een 75 procentgarantie door de Vlaamse overheid op leningen met een looptijd tot drie en zes jaar. "Gigarant is complementair aan de federale regeling. Voor sommige ondernemingen zal de Vlaamse waarborg interessanter zijn." Ook voor de banken valt de Vlaamse regeling gunstiger uit. "Dat kan verklaren waarom de banken niet voluit voor de federale overbruggingskredieten gaan", oordeelt Bortier. "Daar pakken ze alle verlies op de eerste schijf van 3 procent, terwijl ze in het Vlaamse systeem op elk kredietdossier 75 procent recupereren." "Als banken ondernemingen in de richting van de Vlaamse waarborgen duwen omdat het hen beter uitkomt, duikt een probleem van moral hazard op", vindt Aernoudt. "Het kan niet de bedoeling zijn dat ze een zo groot mogelijk deel van het kredietrisico naar de overheid doorschuiven." Bortier vindt het ook niet kunnen dat banken het overbruggingskrediet weigeren omdat ze een veel hogere intrest kunnen aanrekenen op andere producten. Het federaal gewaarborgde overbruggingskrediet heeft een maximale rentevoet van 1,25 procent, aangevuld met een vergoeding voor de overheidswaarborg (0,25 procent voor kmo's en 0,50 procent voor grote bedrijven). Voor kaskredieten wordt kmo's vaak 8 tot 10 procent rente aangerekend, zegt Unizo.