Na enkele maanden zonder al te veel coronazorgen zou je verwachten dat het goed gaat met de psyche van onze medewerkers. Recente cijfers schetsen een ander beeld. Moderne medewerkers worden geplaagd door stress, angst en andere mentale problemen. Niet enkel de werknemers zitten in de knoop, ook het psychologisch welbevinden van de niet-werkende jongeren en ouderen staat op een historisch laag peil. De Wereldgezondheidsorganisatie wijst op een mondiaal, diepgeworteld, maatschappelijk, mentaal probleem.

Wanneer het gaat over mentaal welzijn op de werkvloer, wijzen hulpverleners en onderzoekers vaak naar de verantwoordelijkheid van de werkgever. Terecht. Werkgeluk blijft een van de belangrijkste drijfveren voor levensgeluk. Onderzoek van de KU Leuven uit 2016 wees 'de baas' aan als de belangrijkste factor bij burn-outpreventie. Een goede leidinggevende voelt zich verantwoordelijk voor het welbevinden van medewerkers, bewaakt de werkdruk en biedt emotionele ondersteuning als ze het emotioneel moeilijk hebben. Onderzoeker Manfred Kets de Vries stelt dat veel werknemers hun leidinggevende zien als een surrogaatouder, die hun meest intense emoties moet aanvaarden en er adequaat op moet reageren. Toch hebben vier op de tien Belgen het gevoel dat ze hun mentale problemen niet kunnen bespreken met hun leidinggevende, blijkt uit een studie van Mensura.

Leidinggevenden zijn geen psychologen.

Je kunt je afvragen of we van leidinggevenden mogen verwachten dat ze opgewassen zijn tegen een mondiaal maatschappelijk probleem met een zo'n reikwijdte. Steeds meer leidinggevenden voelen zich psycholoog van dienst en een steeds groter wordende groep betreurt zelfs dat ze de stap naar een leidinggevende rol gezet hebben. Misschien is het een tikkeltje onrealistisch om van leidinggevenden te verwachten dat zij mentale problemen de wereld uit helpen, terwijl zij ook maar deel uitmaken van het grotere maatschappelijke geheel? De leidinggevende speelt een cruciale rol voor welzijn op het werk, maar is geen psycholoog.

Psychologen zijn getrainde professionals die voltijds 'emotionele arbeid' verrichten. Emotionele arbeid veronderstelt dat je je volledige aandacht kunt schenken aan de gevoelens van anderen en te allen tijde de gepaste emotionele expressie kunt tonen. Iedereen verricht weleens emotionele arbeid. Velen zullen een pokergezicht opzetten wanneer ze een cadeau krijgen dat ze eigenlijk niet mooi vinden of wanneer een collega onbedoeld iets kwetsends zegt. Maar soms slaat de balans door en bevind je je in een situatie waarin je je eigen emoties opzijzet en je ten dienste stelt van anderen. Psychologen zijn daarvoor getraind. Bovendien worden ze bij het verrichten van emotionele arbeid niet afgeleid door andere belangen, zoals het takenpakket of de doelstellingen die moeten worden behaald.

Voor leidinggevenden zit dat anders. Leidinggeven veronderstelt al veel emotionele arbeid, zelfs als er geen sprake is van mentale problemen. Om gezamenlijke doelen te halen, moet je het hoofd koel kunnen houden, feedback geven en kleine conflictjes oplossen. Wanneer leidinggevenden daarnaast worden geconfronteerd met ernstige mentale problemen van hun medewerkers, ontstaat het risico dat ze de emotionele vuilbak van al hun onopgeloste emoties worden. Wanneer de emotionele deur altijd openstaat, loert emotionele uitputting om de hoek, waardoor ze niet langer de empathie kunnen tonen die broodnodig is voor het welzijn op het werk. Leidinggevenden moeten leren wat hun rol inhoudt, en wanneer die rol eindigt en ze gespecialiseerde hulp moeten inschakelen. Maar daarin blinken leidinggevenden niet altijd uit. Hulp vragen voelt voor velen als een teken van zwakte. Maar het omgekeerde is waar: soms help je de ander meer door zelf hulp te vragen.

Na enkele maanden zonder al te veel coronazorgen zou je verwachten dat het goed gaat met de psyche van onze medewerkers. Recente cijfers schetsen een ander beeld. Moderne medewerkers worden geplaagd door stress, angst en andere mentale problemen. Niet enkel de werknemers zitten in de knoop, ook het psychologisch welbevinden van de niet-werkende jongeren en ouderen staat op een historisch laag peil. De Wereldgezondheidsorganisatie wijst op een mondiaal, diepgeworteld, maatschappelijk, mentaal probleem. Wanneer het gaat over mentaal welzijn op de werkvloer, wijzen hulpverleners en onderzoekers vaak naar de verantwoordelijkheid van de werkgever. Terecht. Werkgeluk blijft een van de belangrijkste drijfveren voor levensgeluk. Onderzoek van de KU Leuven uit 2016 wees 'de baas' aan als de belangrijkste factor bij burn-outpreventie. Een goede leidinggevende voelt zich verantwoordelijk voor het welbevinden van medewerkers, bewaakt de werkdruk en biedt emotionele ondersteuning als ze het emotioneel moeilijk hebben. Onderzoeker Manfred Kets de Vries stelt dat veel werknemers hun leidinggevende zien als een surrogaatouder, die hun meest intense emoties moet aanvaarden en er adequaat op moet reageren. Toch hebben vier op de tien Belgen het gevoel dat ze hun mentale problemen niet kunnen bespreken met hun leidinggevende, blijkt uit een studie van Mensura. Je kunt je afvragen of we van leidinggevenden mogen verwachten dat ze opgewassen zijn tegen een mondiaal maatschappelijk probleem met een zo'n reikwijdte. Steeds meer leidinggevenden voelen zich psycholoog van dienst en een steeds groter wordende groep betreurt zelfs dat ze de stap naar een leidinggevende rol gezet hebben. Misschien is het een tikkeltje onrealistisch om van leidinggevenden te verwachten dat zij mentale problemen de wereld uit helpen, terwijl zij ook maar deel uitmaken van het grotere maatschappelijke geheel? De leidinggevende speelt een cruciale rol voor welzijn op het werk, maar is geen psycholoog. Psychologen zijn getrainde professionals die voltijds 'emotionele arbeid' verrichten. Emotionele arbeid veronderstelt dat je je volledige aandacht kunt schenken aan de gevoelens van anderen en te allen tijde de gepaste emotionele expressie kunt tonen. Iedereen verricht weleens emotionele arbeid. Velen zullen een pokergezicht opzetten wanneer ze een cadeau krijgen dat ze eigenlijk niet mooi vinden of wanneer een collega onbedoeld iets kwetsends zegt. Maar soms slaat de balans door en bevind je je in een situatie waarin je je eigen emoties opzijzet en je ten dienste stelt van anderen. Psychologen zijn daarvoor getraind. Bovendien worden ze bij het verrichten van emotionele arbeid niet afgeleid door andere belangen, zoals het takenpakket of de doelstellingen die moeten worden behaald. Voor leidinggevenden zit dat anders. Leidinggeven veronderstelt al veel emotionele arbeid, zelfs als er geen sprake is van mentale problemen. Om gezamenlijke doelen te halen, moet je het hoofd koel kunnen houden, feedback geven en kleine conflictjes oplossen. Wanneer leidinggevenden daarnaast worden geconfronteerd met ernstige mentale problemen van hun medewerkers, ontstaat het risico dat ze de emotionele vuilbak van al hun onopgeloste emoties worden. Wanneer de emotionele deur altijd openstaat, loert emotionele uitputting om de hoek, waardoor ze niet langer de empathie kunnen tonen die broodnodig is voor het welzijn op het werk. Leidinggevenden moeten leren wat hun rol inhoudt, en wanneer die rol eindigt en ze gespecialiseerde hulp moeten inschakelen. Maar daarin blinken leidinggevenden niet altijd uit. Hulp vragen voelt voor velen als een teken van zwakte. Maar het omgekeerde is waar: soms help je de ander meer door zelf hulp te vragen.