Bij de eeuwwisseling werkten nog ruim 80.000 mensen in de banksector. Nu, bijna twintig jaar later, is dat aantal gedaald tot 60.000. Die afkalving zal doorzetten. De banksector gedraagt zich als een industriële sector die dankzij nieuwe technologie en productiviteitswinsten dezelfde diensten kan leveren met minder mensen. Dat is geen ramp, maar een zegen. Mochten meer sectoren dat kunstje herhalen, zouden de Belgische economie en overheidsfinanciën er veel beter voor staan dan nu het geval is.

De aankondiging van KBC om 1400 banen te schrappen in België is dus geen donderslag bij heldere hemel. Maar als zelfs de meest rendabele bank, die ook nog eens bij de koplopers in de digitale dienstverlening hoort, nog een versnelling hoger schakelt, dan kan de verzamelde concurrentie niet achterblijven. Klant is koning. Ook andere banken moeten zwaar investeren in nieuwe digitale vaardigheden, wat vooral voor de kleinere banken een hard noot om te kraken is. Ondanks de afbouw van het kantorennet en het personeelsbestand is het voor de sector moeilijk om efficiëntiewinsten te boeken. Vorig jaar steeg de kostenratio van de Belgische banksector van 59 naar 62 procent. Er zijn er veel die hun huiswerk nog niet af hebben.

Niet alleen de klant en de technologie verstoren de nachtrust van de bankier. De lage rentevoeten zijn hier om te blijven en persen de rente-inkomsten, de belangrijkste inkomstenbron van de banken, langzaam samen. Banken nemen ter compensatie meer risico's, wat zich vroeg of laat kan wreken. En de economische groeivertraging zal de lage kostprijs voor slechte kredieten alleen maar verhogen, terwijl een gezond rendement een must is om de kapitaalbuffer te versterken en de aandeelhouder te vergoeden. Maar niets verbiedt de banken, KBC inbegrepen, hun slagkracht te verbeteren door hun dividendbetalingen te verminderen, tot het huiswerk klaar is en de toekomst wat opklaart.

KBC wil geen dead man walking worden.

Rendementen van het verleden zijn geen garantie voor de toekomst. Wat geldt voor financiële producten, geldt ook voor het businessmodel van banken. Een rendement op eigen vermogen van 10 procent of meer maakt weinig indruk op de klant. Die wil voor basisproducten een service die enkele muisklikken duurt, het liefst tegen lage kosten. Johan Thijs, de CEO van KBC, benadrukt dat het niet om een besparingsoperatie gaat. "Dat zou de gemakkelijke keuze zijn, maar dan staan we over drie jaar voor de volgende besparingsronde. We willen de organisatie efficiënter en klantvriendelijker maken. Dat is een continue oefening. Anders zijn we een dead man walking", zegt Thijs. Je wordt geen Trends Manager van het Jaar door alles op zijn beloop te laten.

Het is door tijdig bij te sturen dat op termijn grotere en pijnlijkere besparingsoperaties kunnen worden vermeden. De afslanking bij KBC verloopt grotendeels via natuurlijke afvloeiingen, en dus valt ook een groot stuk van het sociaal passief op natuurlijk wijze in de schoot van de overheid. Als KBC in drie jaar tijd bijna 10 procent van het personeelsbestand met pensioen ziet gaan, dan is dat het zoveelste alarmsignaal voor de begroting dat de vergrijzing onbetaalbaar wordt. Maar het gevoel van hoogdringendheid dat KBC zelfs in goede tijden koestert, is bij de overheid zelfs in slechte tijden behoorlijk afwezig.

De overheid kan nog meer leren van KBC. De bank schrapt niet alleen banen. De technologische veranderingen verplichten haar ook heel wat werknemers te herscholen of intern een nieuwe baan te geven. De bank heeft een eigen 'VDAB' om het benodigde talent te koppelen aan het beschikbare talent. Die jobmolen die binnen KBC draait, moet ook binnen de Belgische arbeidsmarkt harder draaien. Het drama is dat mensen hun baan verliezen, het grotere drama is dat dezelfde mensen geen nieuwe baan vinden, of nog erger, vervroegd de arbeidsmarkt verlaten, ook al groeit de lijst met knelpuntberoepen gestaag. Beter onderwijs, continue herscholing en een veel soepelere arbeidsmarkt. Het zijn basisvoorwaarden om de werkgelegenheidsgraad voort op te krikken. De digitalisering van de economie verscherpt de noodzaak tot een versnelde transformatie. Vooral boven het hoofd van een vrij grote groep die het moet hebben van routinejobs hangen donkere wolken. De voorbije twintig jaar kwamen er vooral in gezondheidszorg banen bij. Hoe maak je van een bankier een verpleger? Het is een van de grootste maatschappelijk uitdagingen van de volgende jaren.