Twee jaar geleden besloot Hendrik Van Asbroeck dat het tijd was voor iets anders. De handelsingenieur had bij de energiegroep Engie jarenlang gezocht naar commercieel leefbare toepassingen van duurzame technologieën. Hij kreeg Engies fonds voor start-ups in duurzame energie onder zijn hoede, en kwam zo in de wereld van het durfkapitaal terecht, waar hij de investeerders Eric Archambeau en George Coelho tegen het lijf liep. Die twee mannen met een verleden in cleantech hadden in 2017 Astanor opgericht, een durffonds voor start-ups in duurzame agrovoedingstechnologieën.
...

Twee jaar geleden besloot Hendrik Van Asbroeck dat het tijd was voor iets anders. De handelsingenieur had bij de energiegroep Engie jarenlang gezocht naar commercieel leefbare toepassingen van duurzame technologieën. Hij kreeg Engies fonds voor start-ups in duurzame energie onder zijn hoede, en kwam zo in de wereld van het durfkapitaal terecht, waar hij de investeerders Eric Archambeau en George Coelho tegen het lijf liep. Die twee mannen met een verleden in cleantech hadden in 2017 Astanor opgericht, een durffonds voor start-ups in duurzame agrovoedingstechnologieën. Het klikte met Van Asbroeck. Hij was sinds 2000 met energie bezig, maar in die sector waren de duurzame technologieën hun pionierstijd al ontgroeid. Windmolens en zonnepanelen waren gemeengoed geworden, en zelfs waterstoftoepassingen stonden al vrij ver. In de landbouw en de voeding moest alles nog beginnen. Bovendien was de ecologische factuur in die sectoren een stuk zwaarder. Het agrovoedingssysteem stootte niet alleen veel broeikasgassen uit, het was ook destructief voor de biodiversiteit en de watervoorraden. "Het moment was rijp", zegt Van Asbroeck. "Landbouw en voeding stonden toen waar energie twintig jaar eerder had gestaan. De duurzame technologieën zouden doorbreken, en wellicht een nog grotere ontwrichting teweegbrengen dan in de energiesector." Van Asbroeck stapte in 2019 over naar Astanor, samen met Hans Marteau, een man met een lang trackrecord in private equity. "We hebben toen hard gewerkt aan de financiering van een eerste fonds", vertelt Van Asbroeck. "Een jaar later hadden we 275 miljoen euro bijeen. Dat geld is intussen volledig belegd in 29 start-ups in Europa, de Verenigde Staten en Australië. Dat we internationaal werken, is geen toeval. Wij zoeken bedrijven die de wereldleider kunnen worden in hun domein. Om zo'n winnaar te vinden, moet je sectorgenoten over de hele wereld vergelijken." Momenteel heeft Astanor maar één Belgische start-up in de portefeuille: Aphea.Bio, dat biomeststoffen en biologisch afbreekbare pesticiden ontwikkelt. Aan de andere kant van de wereld, in Australië, investeerde het in v2food, een producent van plantaardige vleesvervangers. "Vlees heeft een enorm grote ecologische voetafdruk. Van het beschikbare landbouwareaal gaat wereldwijd 77 procent naar de productie van vlees, ook indirect, zoals de teelt van mais voor veevoeder", zegt Van Asbroeck. "Naarmate de mensen rijker worden, eten ze meer vlees. Dat zie je nu ook gebeuren in Zuidoost-Azië, maar daar is onvoldoende areaal om vlees te produceren voor iedereen. Daar speelt v2food op in, met een product dat eruitziet en smaakt als vlees. Nog belangrijker is de prijs. In de winkel zijn vleesvervangers vaak duurder dan vlees. V2food wil dat gelijkschakelen. Het bedrijf groeit sterk in Zuidoost-Azië en China. We willen het helpen om in Europa door te breken." Ook bij andere investeringen bouwt Astanor de brug naar Europa. De meeste geldschieters van het fonds zijn Europees, waaronder vermogende families, zoals de Belgische familie Colruyt. In haar supermarkten ligt al een investering van Astanor in de rekken: avocado's met een verdubbelde houdbaarheidsduur dankzij een plantaardig deklaagje, een uitvinding van het Californische Apeel. "Wij brachten Colruyt in contact met Apeel", zegt Van Asbroeck. "Het deklaagje doet groenten en fruit minder snel rotten, zodat ze minder snel bij het afval terechtkomen. Vandaag gaat wereldwijd een waanzinnige hoeveelheid groenten en fruit verloren door problemen met de aanvoer of een te lang verblijf in de winkelrekken." Astanors investering in Monarch, een Californische producent van autonome elektrische tractoren, kan nog banen opleveren in België. "Monarch sloot onlangs een deal met CNH, een van de grootste producenten van landbouwmachines ter wereld", zegt Van Asbroeck. "CNH zal tractoren met de Monarch-technologie op de markt brengen. Als Monarch een wereldmerk wordt en zijn productie moet uitbreiden, dan kunnen de vestigingen van CNH in Zedelgem en Antwerpen nog van pas komen." Zoals elk durfkapitaalfonds wil Astanor winst halen uit zijn investeringen. Maar bij Astanor is die winst ook ecologisch, vertaald in harde cijfers. "Bij elke investering berekenen we hoeveel het bedrijf netto zal bijdragen aan de reductie van de CO2-uitstoot en het waterverbruik en aan het herstel van de biodiversiteit. We meten ook de impact op de gezondheid en de maatschappij", legt Van Asbroeck uit. "Op die ecologische en sociale impact plakken we een nettowaarde. Is dat bedrag positief, dan investeren we. Voor een klassiek investeringsfonds is een bedrijf waard wat het zal opbrengen aan cashflow. Wij voegen daar de ecologische en sociale opbrengst aan toe. Een bedrijf kan veel meer bijdragen dan alleen maar financieel rendement." Van Asbroeck illustreert dat met een andere investering van Astanor. Het Franse Ynsect produceert meelwormen, die geschikt zijn als proteïnevoer voor gekweekte zalm. "Als voeder gebruiken de Schotse en de Noorse kwekerijen vaak kleine vissen die gevangen waren in de oceaan, met negatieve gevolgen voor de biodiversiteit en de CO2-uitstoot", zegt Van Asbroeck. "Ynsect kweekt meelwormen op afvalstromen van voedingsbedrijven, een proces dat weinig ruimte inneemt en zo een gunstige ecologische impact heeft." Een ander voorbeeld is het Duitse Infarm, dat kruiden en groenten teelt in computergestuurde hangars. "Dankzij sensoren krijgen de planten exact de juiste verlichting, temperatuur, hoeveelheid water en meststoffen. Zo'n hyperefficiënte installatie bespaart veel water en vervangt hele tuinbouwvelden, zodat areaal vrijkomt voor bomen of gewassen die meer CO2 opnemen." Intussen heeft Astanor enkele zwaargewichten binnengehaald, onder wie Emmanuel Faber, de ex- CEO van de Franse voedingsreus Danone. Astanor is ook een geldronde voor een tweede fonds gestart. De ambitie is nog groter dan voor het eerste fonds. Van Asbroeck hoopt ook geld te vinden in de Verenigde Staten, maar maakt zich geen grote illusies. "Als het gaat over ecologisch bewuste investeringen, lopen de Europeanen ver voor op de Amerikanen."