De federale regering wacht op een evaluatie van de flexi-jobs in de horeca vooraleer ze deze tewerkstellingsmaatregel wil mogelijk maken in andere sectoren. Open Vld en N-VA willen dat ook bakkers, slagers en de kleinhandel er gebruik van kunnen maken. Ook zou het stelsel worden opengesteld voor gepensioneerden.

Met een flexi-job kunnen werknemers die viervijfde werken, bijklussen in de horeca tegen interessante parafiscale voorwaarden. De werkgever betaalt geen werknemersbijdrage voor de sociale zekerheid, wel een werkgeversbijdrage van 25 procent.

Minister van Werk Kris Peeters (CD&V) wil niet weten van een uitbreiding. Hij vindt het aantal flexi-jobs marginaal, en merkt op dat het gros van de flexi-jobbers al in de horeca werkt. Bovendien kost het systeem geld, omdat er minder sociale bijdragen worden betaald. De vakbonden zeggen dan weer dat het om precaire banen gaat.

Iedereen profiteert van meer flexi-jobs

Die argumenten houden geen steek. Het stelsel is wel degelijk een succes en dus dringt een snelle uitbreiding zich op. Eind vorig jaar verdienden zo'n 20.000 Belgen een aardige cent bij via de flexi-jobs. Dat staat gelijk met 2000 voltijdse banen. De flexi-jobs verdringen ook geen vast personeel. Het aantal vaste jobs in de sector steeg met 3149. Flexi-jobs maken bovendien van de horeca een 'wittere' sector. De aanvullende uren werden vroeger vaak in het zwart gepresteerd. Een uitbreiding naar andere sectoren zoals bakkers, slagers en kleinhandel zal ook daar het zwartwerk terugdringen.

Bovendien gaat het niet om slecht betaalde banen. Het gemiddelde loon is 11,6 euro per uur, is 20 procent meer dan het minimumloon. En het stelsel draagt echt wel bij tot de financiering van de sociale zekerheid. 20.000 flexi-jobs zijn goed voor 12,3 miljoen euro extra RSZ-inkomsten per jaar.