Een jaar geleden, op 7 mei, publiceerde Trends een artikel over de vraag 'Welke bedrijven moeten we redden?' De eerste golf van de coronacrisis woedde volop. Overheden stutten de economie met miljarden euro's subsidies. Als een van de prioritaire sectoren dook de horeca op. Waarom? De hoge tewerkstelling is een belangrijk criterium, zelfs al heeft de sector minder toegevoegde waarde. De horeca creëert heel veel banen, ook voor laaggeschoolden. Mensen zullen bovendien blijven uitgaan en eten, ook na de coronacrisis. De werkgelegenheid in de Belgische horeca werd toen begroot op 135.000 arbeidsplaatsen.
...

Een jaar geleden, op 7 mei, publiceerde Trends een artikel over de vraag 'Welke bedrijven moeten we redden?' De eerste golf van de coronacrisis woedde volop. Overheden stutten de economie met miljarden euro's subsidies. Als een van de prioritaire sectoren dook de horeca op. Waarom? De hoge tewerkstelling is een belangrijk criterium, zelfs al heeft de sector minder toegevoegde waarde. De horeca creëert heel veel banen, ook voor laaggeschoolden. Mensen zullen bovendien blijven uitgaan en eten, ook na de coronacrisis. De werkgelegenheid in de Belgische horeca werd toen begroot op 135.000 arbeidsplaatsen. De horeca werd het voorbije jaar een van de meest getroffen sectoren. Na de eerste lockdown, van maart tot juni, was het half oktober opnieuw prijs. Onze horecazaken gingen ruim zeven maanden achter slot en grendel. Op zaterdag 8 mei volgt een prille doorstart, met de heropening van de terrassen. Dat is een nooit geziene maatregel in de geschiedenis van dit land. De Belgische biermarktleider AB InBev zag zijn volumes vorig jaar met dubbele procenten dalen. Volgens Fabio Sala, directeur België, "is de Belgische biercultuur in gevaar". Hij pleitte daarom eind februari voor "een veilige en geleidelijke heropstart van de horeca, ten laatste op 1 april". Een volledige heropening volgt wellicht pas twee maanden later, in juni. De federale en de Vlaamse overheden verstrekten een arsenaal aan steunmaatregelen. De verplichte sluiting door de pandemie plaatste de horeca voor een situatie van overmacht. De grootste uitkeringsposten zitten bij de federale regering: het stelsel van tijdelijke werkloosheid en het overbruggingsrecht. Dat laatste is een vergoeding voor zelfstandigen, die hun zaak moesten sluiten door corona. Zij krijgen bovendien een dubbel vervangingsinkomen uitgekeerd. De grootste uitgavenpost is die voor de tijdelijke werkloosheid. Van maart 2020 tot maart 2021 werd bijna 1,4 miljard euro uitgekeerd. Het aantal tijdelijke werklozen in de horeca daalde in die periode wel, van ruim 80.000 in maart 2020 naar bijna 58.000 eind maart 2021. "De horeca is niet alleen de peper en het zout van onze samenleving, het is ook een belangrijk onderdeel van de consumptie in onze economie", motiveert de federale staatssecretaris voor Begroting Eva De Bleeker (Open Vld) de steunmaatregelen. "We hebben consumptie nodig als we weer willen groeien. De vele zelfstandigen die actief zijn in de horeca werden bijzonder hard getroffen. We wilden hen door deze moeilijke periode helpen. Daarom heeft de regering kosten noch moeite gespaard. Ik blijf tijdens de heropstart de nodige budgetten vrijmaken, zodat we binnenkort weer genieten van een bloeiende horecasector." In april kwam er nog wat steun bovenop, nadat de federale regering had beslist dat de horeca later dan in april zou openen. Daar zijn relatief kleinere tegemoetkomingen bij, zoals een accijnsteruggave op vervallen bier (2,5 miljoen euro) en een veiligheidspremie voor niet-medisch personeel (5 miljoen euro). Belangrijk is ook dat de referentieperiode nog eens met maar liefst een jaar werd verlengd. De referentieperiode is de periode waarin een werkloze voldoende arbeidsdagen of gelijkgestelde dagen moet bewijzen, zodat hij recht heeft op een uitkering. Via de verlenging zou de werkloze aan een voldoende aantal dagen komen. Die tegemoetkoming wordt begroot op 40 miljoen euro. Ook de Vlaamse regering zette de subsidiekraan open, met diverse mechanismen. De totale steun van de Vlaamse regering van maart vorig jaar tot eind februari dit jaar bedroeg 616 miljoen euro. In Vlaanderen kregen 30.471 horecazaken steun, met een gemiddeld bedrag van 20.220 euro per zaak. Het grootste bedrag ging naar de hinderpremie: een forfaitair bedrag van 4000 euro, en nog eens 160 euro per bijkomende sluitingsdag. De ondersteuningspremie, vanwege de omzetdaling, bedraagt 2000 euro. De compensatiepremie is een forfaitair bedrag van 3000 euro voor een horecazaak die haar omzet met 60 procent zag dalen. Het beschermingsmechanisme is geen forfaitair bedrag, maar houdt rekening met de omzet en het aantal werknemers. De steun bedraagt circa een tiende van de omzet die de horecazaak vóór de coronacrisis haalde. "De Vlaamse steunmaatregelen hebben als doel de horecazaken die vóór de crisis structureel gezond waren niet over de kop te laten gaan", verantwoordt Vlaams minister van Economie en Werk Hilde Crevits (CD&V) de overheidssteun. "Wij hebben uitstekende horecazaken. Die maken deel uit van ons bourgondische DNA en moeten we koesteren. De beste steun is uiteraard een volledige heropening. Op 8 mei volgt de eerste stap. Want onze horeca-uitbaters vragen geen steun, zij vragen vooral wanneer ze opnieuw kunnen werken. Dat moet, zodra dat volledig veilig kan."