1. Wat is het probleem?

De vijfde top van VN-Milieuprogramma (UNEP) in Nairobi leverde in april een engagement op dat beslissend kan zijn in de strijd tegen plastic. Op de top besloten 175 landen dat ze tegen 2024 een juridisch bindend verdrag tegen plasticvervuiling willen aangaan, van ontwerp tot recyclage.

Zo'n akkoord had er eigenlijk al moeten zijn. Hoewel iedereen al heeft gehoord over de gigantische plasticsoep in de oceaan, wordt het probleem sterk onderschat. Elk jaar komt er 11 miljoen ton oceaanplastic bij. Zonder maatregelen weegt de hoeveelheid plastic over dertig jaar meer dan het wereldwijde visbestand. Het verdrag dat er in 2024 moet komen, wil ervoor zorgen dat er tegen 2040 80 procent minder plastic naar de oceanen vloeit. Het is daarbij cruciaal minder plastic te maken, maar plastic is voor heel wat producten onmisbaar.

Plastic is maar één voorbeeld van hoe de lineaire economie grondstoffen uitput en de externe kosten van afvalverwerking afwentelt op de maatschappij. Het komt erop aan producten zo te ontwerpen dat het plastic kan worden hergebruikt in de economie.

2. Wat kunnen we doen?

De economie bevindt zich in een transitie van lineair naar circulair. Een circulaire economie probeert de kringloop te sluiten door geen grondstofvoorraden uit te putten, hernieuwbare energie te gebruiken en reststoffen te hergebruiken. Er is dan geen afval, en natuurlijke ecosystemen kunnen zich herstellen. Er is een sleutelrol weggelegd voor productontwikkelaars. Zij kunnen producten ontwerpen, waarvan bij het ontwerp rekening is gehouden met de volledige levenscyclus van het product. Van aan het begin moet je weten wat er gebeurt met de bestanddelen wanneer het product aan het einde van zijn leven is - dat heet cradle to cradle of van wieg tot wieg.

Bedrijven kunnen dat niet altijd alleen. Wat een restproduct is in één bedrijf, kan misschien worden hergebruikt in een totaal andere sector. Het is daarom belangrijk dat bedrijven een goed zicht hebben op het hele economische systeem waarin ze functioneren, en samen met andere ondernemingen en sectoren naar oplossingen zoeken.

3. Welke projecten zoeken we?

"Er kunnen voorbeelden van upcycling bij zijn. Een grote trend is oceaanplastic verzamelen en verwerken tot iets bruikbaars. Denk aan een bedrijf dat van visnetten tapijten maakt, of plastic van flessen gebruikt om textiel te ontwerpen", zegt Wayne Visser, professor duurzame transitie aan de Antwerp Management School. "We moeten afval uitschakelen en gesloten kringlopen creëren."

"Denk aan projecten die vroegere afvalstromen verwerken als een waardetoevoegend product", zegt Jochen Vincke, partner bij het consultancybedrijf PwC. "Umicore recupereert bijvoorbeeld materialen uit elektronisch afval. Dat zal zich in alle industriële processen doorzetten. Hoe kun je de chemische afvalstroom circulair maken? Met zulke vragen zijn bedrijven sterk bezig."

Bedrijven kunnen ook hun kantoorgebouw circulair maken, zegt Wayne Visser. "Een huis of een kantoor kan energie produceren in plaats van het te verbruiken, of het water dat het gebouw binnenkomt schoner maken. We kunnen dat op zoveel zaken toepassen. Alles wat we als afval kenden, zou door het te hergebruiken een positieve impact moeten hebben, in plaats van negatieve gevolgen."

4. Voorbeelden uit het buitenland

Het Duitse bedrijf Knauf recycleert resten isolatiewol op bouwwerven, met als doel het bouwafval te verminderen. Vroeger werd een reep overtollige isolatiewol gewoon weggegooid. Nu kunnen er 'bakstenen' mee worden gemaakt die als grondstof dienen voor nieuwe isolatieproducten.

De Nederlandse duurzame smartphonemaker Fairphone ontwerpt zijn smartphones zo dat ze zo lang mogelijk kunnen worden gebruikt. Het bedrijf deed dat onder meer aan de hand van een modulair ontwerp, waardoor mensen zelf onderdelen online kunnen bestellen en hun toestel kunnen repareren. Zo gaat het langer mee. Tegelijk let het bedrijf erop dat de onderdelen van de smartphone zo duurzaam mogelijk zijn, zonder mineralen uit conflictmijnen bijvoorbeeld.

Dien uw dossier in voor 7 juli op www.trendsimpactawards.be

11 miljoen ton oceaanplastic komt er elk jaar bij.

Trends Impact Awards

Bedrijven die willen deelnemen, lezen zes weken lang wat elke categorie van de Trends Impact Awards inhoudt.

26 mei: ecologie

2 juni: circulaire economie

9 juni: inclusie & diversiteit

16 juni: welzijn

23 juni: digitalisering

30 juni: veerkracht

De vijfde top van VN-Milieuprogramma (UNEP) in Nairobi leverde in april een engagement op dat beslissend kan zijn in de strijd tegen plastic. Op de top besloten 175 landen dat ze tegen 2024 een juridisch bindend verdrag tegen plasticvervuiling willen aangaan, van ontwerp tot recyclage. Zo'n akkoord had er eigenlijk al moeten zijn. Hoewel iedereen al heeft gehoord over de gigantische plasticsoep in de oceaan, wordt het probleem sterk onderschat. Elk jaar komt er 11 miljoen ton oceaanplastic bij. Zonder maatregelen weegt de hoeveelheid plastic over dertig jaar meer dan het wereldwijde visbestand. Het verdrag dat er in 2024 moet komen, wil ervoor zorgen dat er tegen 2040 80 procent minder plastic naar de oceanen vloeit. Het is daarbij cruciaal minder plastic te maken, maar plastic is voor heel wat producten onmisbaar. Plastic is maar één voorbeeld van hoe de lineaire economie grondstoffen uitput en de externe kosten van afvalverwerking afwentelt op de maatschappij. Het komt erop aan producten zo te ontwerpen dat het plastic kan worden hergebruikt in de economie. De economie bevindt zich in een transitie van lineair naar circulair. Een circulaire economie probeert de kringloop te sluiten door geen grondstofvoorraden uit te putten, hernieuwbare energie te gebruiken en reststoffen te hergebruiken. Er is dan geen afval, en natuurlijke ecosystemen kunnen zich herstellen. Er is een sleutelrol weggelegd voor productontwikkelaars. Zij kunnen producten ontwerpen, waarvan bij het ontwerp rekening is gehouden met de volledige levenscyclus van het product. Van aan het begin moet je weten wat er gebeurt met de bestanddelen wanneer het product aan het einde van zijn leven is - dat heet cradle to cradle of van wieg tot wieg. Bedrijven kunnen dat niet altijd alleen. Wat een restproduct is in één bedrijf, kan misschien worden hergebruikt in een totaal andere sector. Het is daarom belangrijk dat bedrijven een goed zicht hebben op het hele economische systeem waarin ze functioneren, en samen met andere ondernemingen en sectoren naar oplossingen zoeken."Er kunnen voorbeelden van upcycling bij zijn. Een grote trend is oceaanplastic verzamelen en verwerken tot iets bruikbaars. Denk aan een bedrijf dat van visnetten tapijten maakt, of plastic van flessen gebruikt om textiel te ontwerpen", zegt Wayne Visser, professor duurzame transitie aan de Antwerp Management School. "We moeten afval uitschakelen en gesloten kringlopen creëren." "Denk aan projecten die vroegere afvalstromen verwerken als een waardetoevoegend product", zegt Jochen Vincke, partner bij het consultancybedrijf PwC. "Umicore recupereert bijvoorbeeld materialen uit elektronisch afval. Dat zal zich in alle industriële processen doorzetten. Hoe kun je de chemische afvalstroom circulair maken? Met zulke vragen zijn bedrijven sterk bezig." Bedrijven kunnen ook hun kantoorgebouw circulair maken, zegt Wayne Visser. "Een huis of een kantoor kan energie produceren in plaats van het te verbruiken, of het water dat het gebouw binnenkomt schoner maken. We kunnen dat op zoveel zaken toepassen. Alles wat we als afval kenden, zou door het te hergebruiken een positieve impact moeten hebben, in plaats van negatieve gevolgen."Het Duitse bedrijf Knauf recycleert resten isolatiewol op bouwwerven, met als doel het bouwafval te verminderen. Vroeger werd een reep overtollige isolatiewol gewoon weggegooid. Nu kunnen er 'bakstenen' mee worden gemaakt die als grondstof dienen voor nieuwe isolatieproducten. De Nederlandse duurzame smartphonemaker Fairphone ontwerpt zijn smartphones zo dat ze zo lang mogelijk kunnen worden gebruikt. Het bedrijf deed dat onder meer aan de hand van een modulair ontwerp, waardoor mensen zelf onderdelen online kunnen bestellen en hun toestel kunnen repareren. Zo gaat het langer mee. Tegelijk let het bedrijf erop dat de onderdelen van de smartphone zo duurzaam mogelijk zijn, zonder mineralen uit conflictmijnen bijvoorbeeld.