Een schilderij van 114 meter lang en 14 meter hoog verdwijnt niet zomaar", zegt Eugène Warmenbol, hoogleraar archeologie aan de ULB. "En toch is het Panorama van Caïro spoorloos. Dat roept veel vragen op. Wat kan er toch gebeurd zijn?" Warmenbol en zijn vriend Luc Delvaux, de conservator van de afdeling Egypte van het Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel (de nieuwe naam voor het Jubelparkmuseum), zijn enkele jaren geleden opnieuw op zoek gegaan naar het verloren meesterwerk van Emile Wauters. "Die speurtocht is een soort obsessie geworden", bekent Warmenbol. "Al hebben we nauwelijks hoop dat we nog iets terugvinden dat we later in het museum kunnen tonen."
...

Een schilderij van 114 meter lang en 14 meter hoog verdwijnt niet zomaar", zegt Eugène Warmenbol, hoogleraar archeologie aan de ULB. "En toch is het Panorama van Caïro spoorloos. Dat roept veel vragen op. Wat kan er toch gebeurd zijn?" Warmenbol en zijn vriend Luc Delvaux, de conservator van de afdeling Egypte van het Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel (de nieuwe naam voor het Jubelparkmuseum), zijn enkele jaren geleden opnieuw op zoek gegaan naar het verloren meesterwerk van Emile Wauters. "Die speurtocht is een soort obsessie geworden", bekent Warmenbol. "Al hebben we nauwelijks hoop dat we nog iets terugvinden dat we later in het museum kunnen tonen." Het enorme schilderij van Wauters, met een weids gezicht op Caïro vanaf de oever van de Nijl, hing sinds 1897 in een paviljoen in het Jubelpark dat eruitzag als een moskee. Het doek was al zwaar beschadigd toen het gebouw werd overgedragen aan het Islamitisch en Cultureel Centrum van België, om er de Grote Moskee van Brussel in onder te brengen. "Dat de overheid het gebouw heeft afgestaan met het schilderij erin, zonder dat duidelijk was wat ermee zou gebeuren, is een aberratie", vindt Warmenbol. Panorama's waren de cinemascope van de late negentiende eeuw. Het waren enorme schilderijen die in een cirkel werden opgehangen in een rond gebouw, dat vaak speciaal voor dat werk was opgetrokken. Doorgaans werden er spectaculaire historische gebeurtenissen op voorgesteld, zoals veldslagen of scènes uit de Bijbel. Overal in Europa waren ondernemingen actief die panorama's bouwden en exploiteerden. Het is verrassend dat een van die bedrijven, de Compagnie austro-belge des Panoramas et Dioramas, Emile Wauters in de arm nam om een panorama te maken. Veel panoramakunstenaars waren tweederangsartiesten, terwijl Wauters een grote reputatie had als historieschilder en portrettist van de Belgische beau monde. Wauters reisde in 1880 naar Egypte om er schetsen voor zijn panorama te maken. "Andere kunstenaars hadden wellicht de overwinning van Napoleon bij de Slag van de Piramiden in beeld gebracht. Wauters schilderde gewone mensen op het platteland aan de Nijl. Dat was origineel", legt Warmenbol uit. Aartshertog Rudolf, de kroonprins van het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije, ging in 1881 jagen in Egypte. De Compagnie haakte daar haar karretje aan vast: Rudolf moest op het schilderij afgebeeld staan. De aartshertog was goed bekend in België: kort na zijn terugkeer uit Egypte trouwde hij met Stefanie, een dochter van koning Leopold II. Vanaf juli 1881 begon het panorama aan een internationale triomftocht. Het was te zien in Brussel, Wenen, München en Den Haag. "In de negentiende eeuw werden veel Belgische kunstenaars aangetrokken door het Oosten", zegt Warmenbol. "Het Panorama van Caïro is het belangrijkste werk van die stroming, zeker in omvang. Op schetsen en afgeleide werken zie je dat Wauters het typische licht in Egypte heel treffend heeft weergegeven. Op dat gigantische formaat moet dat een geweldige indruk hebben gemaakt." De neergang van het schilderij begon in 1889. Dat jaar pleegde aartshertog Rudolf zelfmoord in zijn jachtslot Mayerling, nadat hij eerst zijn achttienjarige maîtresse door het hoofd had geschoten. Het panorama viel uit de gratie en verdween in een loods in Molenbeek. In 1894 vroeg Wauters aan graaf Louis Cavens - een rijke mecenas - om het schilderij te kopen, anders zou het worden vernietigd. Cavens stemde toe. Hij liet architect Ernest Van Humbeeck een moskeeachtig paviljoen optrekken in het Jubelpark om het schilderij in op te hangen. Het opende in 1897, als onderdeel van de Wereldtentoonstelling in Brussel. Graaf Cavens doneerde het geheel aan het Museum Kunst & Geschiedenis. In 1908 waren er alweer problemen. Het dak van het gebouw lekte en het schilderij was zwaar beschadigd door insijpelend water. Wauters stuurde een alarmerend telegram naar graaf Cavens om te melden dat het doek in stukken dreigde te worden versneden. Zover kwam het niet, maar het duurde wel tot de jaren dertig voor het panorama weer een tijdlang toegankelijk was voor het publiek. Stilaan raakte het schilderij vergeten. "De oriëntalistische schilders van de negentiende eeuw raakten helemaal uit de mode. Niemand gaf nog een cent voor hun werk", weet Warmenbol. Het exotische paviljoen bleef een opvallende curiositeit in het Jubelpark. In 1962 kreeg minister van Nationale Opvoeding en Cultuur Victor Larock het verzoek van de ambassadeurs van Tsjaad en Senegal om het gebouw te heropenen als moskee. Ze traden op als de woordvoerders van nog andere islamitische landen. Larock was dat idee genegen, blijkt uit zijn correspondentie. "Alles wordt in het werk gesteld om Brussel te versterken als de hoofdstad van Europa", stelde hij vast. "De afwezigheid van een moskee is een gemis, terwijl andere Europese hoofdsteden die wel hebben." Larock besefte dat het gebouw niet kon dienen als moskee als het schilderij zichtbaar bleef, vooral omdat de islam het maken van afbeeldingen verbiedt. Maar het museum had laten weten dat het geen ander onderkomen had voor het panorama. De ambassadeurs stelden een compromis voor: ze waren bereid een gordijn voor het doek te hangen, zodat het schilderij bewaard kon blijven. Een medewerker van de minister had vastgesteld dat het werk zich in een lamentabele toestand bevond. Het regende binnen in het gebouw en duiven hadden er vrij spel. "Het doek is in gevaar", noteerde Larock. Vijf jaar later was de beslissing genomen: in het paviljoen zou een moskee worden ingericht. In 1967 overhandigde minister van Justitie en Erediensten Pierre Wigny de sleutels aan de Saudische koning Faysal, toen die een officieel bezoek bracht aan België. De ambassadeurs van andere moslimlanden waren daarbij aanwezig. De overdracht aan Saudi-Arabië was geen toeval: het land was niet alleen een belangrijke handelspartner, het Saudische koningshuis profileerde zich ook internationaal als de vaandeldrager van de islam. Twee jaar later gaf België het gebouw officieel in concessie aan het Islamitisch en Cultureel Centrum, vertegenwoordigd door de ambassadeurs van Saudi-Arabië en Marokko. Het schilderij hing nog altijd in het gebouw. Hoofdconservator Pierre Gilbert was wel bereid een valse wand voor het doek te hangen, maar hij stond alleen met dat idee. "De directie van het museum werd gepasseerd", vertelt Warmenbol. "Er is wellicht heen en weer gediscussieerd over wat met het panorama moest gebeuren. Maar er werd maar geen beslissing genomen." In 1970 werd het schilderij beschadigd met een mes. Een tijd later sneden vandalen het bovenaan los, zodat het enorme doek op de grond viel. Een poging om het met benzine in brand te steken mislukte. "Het is te eenvoudig om te concluderen dat de nieuwe gebruikers verantwoordelijk waren voor die beschadigingen. Iedereen had kunnen binnenbreken in het gebouw. Ik heb geen aanwijzingen om iemand te beschuldigen", zegt Warmenbol voorzichtig. Het museum besloot het schilderij weg te halen. Dat gebeurde in 1971 of 1972. Het gebouw werd grondig gerenoveerd. In 1978 wijdden koning Boudewijn en de Saudische koning Khalid de Grote Moskee plechtig in. Volgens een notitie in het museumarchief werd het panorama in stukken versneden en op zes bobijnen gerold. Die rollen moeten enorm zijn. En toch zijn ze onvindbaar. Auteur Lucas Catherine beweerde in een boek dat een conservator van het museum de mooiste stukken van het panorama heeft verkocht en de rest liet verbranden. "Ik geloof niet in die stadslegende", reageert Warmenbol. "Hoe snijd je stukken uit zo'n enorm doek zonder dat er getuigen zijn? Bovendien zijn de figuren op dat schilderij metershoog, en is het panorama geschilderd om vanaf een afstand te worden bekeken, niet van dichtbij. Zo'n fragment kun je niet boven je schouw hangen. En hoe zou je zo'n belangrijk werk kunnen verbranden zonder dat iemand het weet? Als in een museum iets gebeurt dat niet koosjer is, mag je verwachten dat dat nieuws zich verspreidt als een lopende vuurtje. Maar niemand herinnert zich daar iets van. Nee, het schilderij is niet vernietigd. Het is gewoon helemaal vergeten geraakt." Warmenbol en Delvaux hebben de reserves van het Museum Kunst & Geschiedenis doorzocht - zonder resultaat. In een kelder ligt wel een grote rol die volgens Werner Adriaenssens, de conservator collecties 20ste eeuw, een deel van een panorama van Emile Wauters is, met een gezicht op Caïro en de Nijl. Ook dat werk zou volgens de inventaris in 1896 door graaf Cavens zijn geschonken aan het museum. "Het ligt al sinds 1896 in die reserve. Het is een deel van een ander panorama", houdt Adriaenssens vol. Dat klinkt interessant genoeg, maar Warmenbol en Delvaux blijken dat stuk niet te kennen. Het schilderij onderzoeken is een lastige opgave. Naast het rek waarin die rol is gedeponeerd, is later een muur gebouwd, waardoor het doek ingemetseld is geraakt. Het is onmogelijk het nog uit die reserve te krijgen. Warmenbol vermoedt dat de rollen van het Panorama van Caïro nooit binnen de muren van het museum zijn geweest. Zijn hypothese is dat ze naar het nabijgelegen Koninklijk Legermuseum zijn gebracht. Of naar het Mundaneum, het gebouw naast het Museum Kunst & Geschiedenis waar in 1984 Autoworld is geopend. "In de loop der jaren zijn nogal wat indianenverhalen ontstaan over die legendarische doeken. Dat panorama is nooit in de verzameling van het Koninklijk Legermuseum geweest", antwoordt Natasja Peeters, de directeur ad interim van de collecties van dat museum, als we haar die stelling voorleggen. Ook de persmedewerker van Autoworld laat weten dat niemand in haar instelling iets weet over die rollen.Toch zetten Warmenbol en Delvaux hun zoektocht vastberaden voort. Maar ze maken zich geen illusies: het publiek zal het panorama nooit meer in zijn vroegere staat kunnen zien, of zelfs geen delen ervan. "Het schilderij is verloren, dat is duidelijk", beseft Warmenbol. "Het was begin jaren zeventig eigenlijk al verloren. Het was decennialang aangetast door vocht. Het werd gevandaliseerd, vertoonde brandsporen en daarna is het ook nog eens opgerold. Intussen zijn we bijna vijftig jaar later. Het doek moet zwaar zijn aangetast door schimmel. Van het schilderij zal weinig zijn overgebleven."