De voorbije decennia heeft Trends meermaals het einde van het Verbond van Belgische Ondernemingen voorspeld (VBO). De regionalisering van de sociaaleconomische hefbomen, de druk van de bedrijven om het sociaal overleg naar het ondernemingsniveau te verplaatsen: ze zouden de organisatie overbodig maken.

Toch viert het VBO vandaag zijn 125ste verjaardag. In het sociaal overleg speelt het VBO als koepel van de sectorfederaties nog de eerste viool. En de belangrijkste sociaaleconomische hefbomen - sociale zekerheid, fiscaliteit met de vennootschapsbelasting - zijn nog federale materie. Daarvoor werkt de lobby van het VBO efficiënter dan ooit. De voorbije decennia was de fiscale concurrentiepositie van de Belgische bedrijven gebaseerd op nichemaatregelen, zoals de notionele-intrestaftrek, die ervoor zorgden dat de grote bedrijven hun fiscale druk tot een minimum konden beperken. Onder Europese druk evolueert de bedrijfsfiscaliteit in de richting van een bredere basis, lagere tarieven en minder aftrekposten of nichemaatregelen. Het VBO heeft in die overgang niet alleen goed gelobbyd maar ook duidelijk gecommuniceerd: bedrijven willen fair en transparant bijdragen aan de staatskas, als de fiscale druk maar niet te veel oploopt.

Het VBO staat er weer.

Het VBO mengt zich ook in het socialezekerheidsdebat. Meer dan vroeger wijst topman Pieter Timmermans op het gebrek aan realisme van voorstellen die in de aanslepende federale regeringsvorming op tafel komen: te veel extra sociale uitgaven die niet gefinancierd zijn, tenzij met extra belastingen. Ook de communicatie over de impact van de taxshift was doeltreffend. Bedrijven kregen het verwijt de loonkostendaling in eigen zak te steken. Cijferwerk van de VBO-studiedienst sprak dat tegen. Vroeger had het VBO de neiging zo'n storm zonder meer laten overwaaien.

De voorbije decennia heeft Trends meermaals het einde van het Verbond van Belgische Ondernemingen voorspeld (VBO). De regionalisering van de sociaaleconomische hefbomen, de druk van de bedrijven om het sociaal overleg naar het ondernemingsniveau te verplaatsen: ze zouden de organisatie overbodig maken. Toch viert het VBO vandaag zijn 125ste verjaardag. In het sociaal overleg speelt het VBO als koepel van de sectorfederaties nog de eerste viool. En de belangrijkste sociaaleconomische hefbomen - sociale zekerheid, fiscaliteit met de vennootschapsbelasting - zijn nog federale materie. Daarvoor werkt de lobby van het VBO efficiënter dan ooit. De voorbije decennia was de fiscale concurrentiepositie van de Belgische bedrijven gebaseerd op nichemaatregelen, zoals de notionele-intrestaftrek, die ervoor zorgden dat de grote bedrijven hun fiscale druk tot een minimum konden beperken. Onder Europese druk evolueert de bedrijfsfiscaliteit in de richting van een bredere basis, lagere tarieven en minder aftrekposten of nichemaatregelen. Het VBO heeft in die overgang niet alleen goed gelobbyd maar ook duidelijk gecommuniceerd: bedrijven willen fair en transparant bijdragen aan de staatskas, als de fiscale druk maar niet te veel oploopt. Het VBO mengt zich ook in het socialezekerheidsdebat. Meer dan vroeger wijst topman Pieter Timmermans op het gebrek aan realisme van voorstellen die in de aanslepende federale regeringsvorming op tafel komen: te veel extra sociale uitgaven die niet gefinancierd zijn, tenzij met extra belastingen. Ook de communicatie over de impact van de taxshift was doeltreffend. Bedrijven kregen het verwijt de loonkostendaling in eigen zak te steken. Cijferwerk van de VBO-studiedienst sprak dat tegen. Vroeger had het VBO de neiging zo'n storm zonder meer laten overwaaien.